Een internationaal team van wetenschappers onder leiding van RUG-onderzoeker Kim Fowler heeft 42 verloren gewaande pagina’s teruggevonden van een belangrijk oud bijbelmanuscript uit de 6e eeuw.
Het gaat om Codex H, een van de vroegste kopieën van het Nieuwe Testament. De gevonden tekst hoort bij de brieven van Paulus uit het Nieuwe Testament. Het manuscript heeft een ingewikkelde geschiedenis. In de 13e eeuw hebben monniken van het Groot-Lavra-klooster op de berg Athos in Griekenland delen van de tekst uit elkaar gehaald. Ze gebruikten de pagina’s opnieuw als kladpapier om andere boeken te herstellen. Later zijn veel losse bladzijden door reizigers meegenomen die oude boeken en voorwerpen verzamelden. Daardoor liggen de overgebleven stukken nu verspreid over bibliotheken in onder andere Italië, Griekenland, Rusland, Oekraïne en Frankrijk.
Het onderzoeksteam werkte samen met de Early Manuscripts Electronic Library (EMEL). Met behulp van multispectrale beeldvorming konden zij verborgen tekst zichtbaar maken. Dit wordt ook wel “spooktekst” genoemd. Die tekst is achtergebleven doordat het manuscript opnieuw is beschreven en de inkt sporen heeft achtergelaten op andere pagina’s. Onderzoekers in Parijs hebben ook koolstofdatering uitgevoerd. Daarmee is bevestigd dat het manuscript uit de 6e eeuw komt.
Het manuscript is vooral belangrijk omdat het het oudste bekende voorbeeld bevat van een systeem voor aantekeningen en opmaak bij deze brieven. Het geeft inzicht in hoe bijbelteksten vroeger werden overgeschreven en gebruikt door schrijvers en lezers.