Een lage dosis digoxine kan patiënten met hartfalen helpen om langer gezond te blijven. Uit drie onderzoeken van het UMCG blijkt dat patiënten minder vaak in het ziekenhuis terechtkomen en mogelijk ook minder vaak overlijden.
Voor het onderzoek, geleid door UMCG-cardiologen Dirk Jan van Veldhuisen, Kevin Damman en Peter van der Meer, volgden artsen 1.000 Nederlandse patiënten uit 43 ziekenhuizen en behandelcentra. Volgens de onderzoekers bleek een lage dosering van het medicijn veilig en makkelijk toe te passen.
Digoxine is een eeuwenoud medicijn dat wordt gemaakt van vingerhoedskruid. Het middel werd vroeger veel gebruikt bij hartfalen, maar het gebruik nam de afgelopen tientallen jaren sterk af. Dat kwam onder meer doordat nieuwere medicijnen op de markt kwamen en omdat hogere doseringen van digoxine nadelige effecten hebben. Volgens de onderzoekers blijkt nu juist een lage dosering gunstig. Die remt onder meer stresshormonen zoals adrenaline. Hogere doseringen zorgden er vroeger voor dat de hartspier sterker ging samentrekken, terwijl een verzwakt hart volgens artsen juist ontlast moet worden.
Hartfalen is een veelvoorkomend probleem in Nederland. Meer dan 500.000 mensen leven met de aandoening. Het hart pompt dan minder goed bloed rond, wat kan zorgen voor benauwdheid, vermoeidheid en herhaalde ziekenhuisopnames. Op dit moment krijgen patiënten met hartfalen meestal vier standaardmedicijnen. Onderzoekers van het UMCG bekeken of digoxine daar als extra middel aan toegevoegd kan worden.Volgens het UMCG is het opvallend dat digoxine zo goedkoop is. Het middel kost minder dan tien cent per dag, terwijl moderne medicijnen tegen hartfalen vaak enkele euro’s per dag kosten.