De herfst is aangebroken in Nederland. Boswachter Bart Zwiers van Natuurmonumenten noemt de periode die gepaard gaat met vallende bladeren, burlende herten en pompoensoep op de stoof de mooiste tijd van het jaar. Er is alleen één probleem: waar blijft de herfst?
Bart, jij maakt je zorgen?
“Absoluut. Het is vandaag 4 oktober. Het is niet zo herfstachtig als je zou mogen verwachten voor deze periode van het jaar. Ik hoor nog van alles fluiten; ik zie insecten en vlinders vliegen. Ook bijen en hommels zijn actief en ik zag een kastanje alweer tot bloei komen.”
Hoe ernstig is dit?
“Het is ernstig. De bomen denken dat het voorjaar is, waardoor ze met heel andere processen bezig zijn dan nu zou moeten. De herfst is de periode van vergankelijkheid: bomen stoten bladeren af en slaan energie op om de koudere winter door te komen. En dat geldt ook voor vogels en insecten, die zich voor zouden moeten bereiden op de koudere tijd. Neem bijvoorbeeld de trekvogels. Er is nog geen enkele vogel vertrokken, terwijl de uittocht al lang begonnen had moeten zijn. Ook dit wordt veroorzaakt door de hogere temperatuur en de voornamelijk zuidelijke wind; een trekvogel vertrekt niet als deze tegenwind heeft. Het gevolg is dat het koudere weer straks ineens zich kan laten gelden. En dan is de natuur daar niet klaar voor: het staat in een heel andere stand, met alle gevolgen van dien. Eigenlijk kun je zeggen dat de volgorde zoek is.”
Dat we begin oktober met maximumtemperaturen te maken hebben die boven de 20 graden liggen, volgt op een warme zomer met meerdere hittegolven…
“Daardoor zijn er grote watertekorten ontstaan. De effecten daarvan zijn nog steeds zichtbaar aanwezig. Sloten en poelen zijn nog altijd niet gevuld: alles staat droog. Alleen op het laagste puntje van De Onlanden kom je op dit moment water tegen. Natuurlijk hebben we de afgelopen weken wel neerslag gehad. Dit betekent dat de eerste twintig centimeter van de grondlaag vochtig is. Daaronder is alles gortdroog. Dat heeft effecten op de diepere grondwaterstromen. Op dit moment zie ik de beuk in kwaliteit afnemen. Deze boom lijkt de veranderingen niet te kunnen trekken. Dat zag je afgelopen zomer al bij Noordlaren, toen in de zomerperiode de boom al de eerste herfstverschijnselen liet zien.”
Tekst gaat verder onder de foto’s:


Wat zijn de gevolgen?
“Dat heeft gevolgen voor de inheemse flora en fauna. De beuk gaat hierdoor verdwijnen, maar dat geldt ook voor soorten die afhankelijk zijn van of betrokken zijn bij de beuk. Voor de beuk is er geen vervanger. Ondertussen zie je dat invasieve soorten een grote explosie doormaken. De grote waternavel bijvoorbeeld, maar ook de Japanse duizendknoop. Het zijn exoten: soorten die hier van oudsher niet voorkwamen, maar door menselijk handelen hier terecht zijn gekomen en zich zo snel verspreiden dat ze problemen veroorzaken. Dus wat je ziet is dat de inheemse flora en fauna, die bij ons hoort en die hier al tienduizenden jaren bestaan, verdrongen worden en verdwijnen.”
Dan zijn er geluiden waarbij mensen zeggen: ach, het was een warme zomer, maar die hadden we in de jaren zeventig ook wel eens. Het is toch allemaal niet zo erg?
“En dat is niet waar. Als je kijkt naar de warmterecords in de laatste twintig jaar, dan zie je dat het in ons land steeds warmer wordt. In de jaren veertig hebben we een periode gehad van ruim twintig dagen waarbij het warmer was dan dertig graden, maar in een grafiek is dat een eenzame uitschieter. Als je kijkt naar het gemiddelde, dan zie je dat het aantal dagen waarop het warmer wordt dan 30 graden steeds verder toeneemt. Het gemiddelde aantal groeit. En dat is heel zorgelijk.”
Wat kunnen we hieraan doen?
“Ik denk dat we ervoor moeten zorgen dat de natuur robuuster wordt. Ik denk dat we met De Onlanden laten zien dat het kan. Wat bedoel ik met robuust? In ons land hebben we een groot aantal natuur- en groengebieden. Waar je voor moet zorgen is dat deze gebieden letterlijk in verbinding met elkaar komen. Het natuurgebied is dan je kerngebied en de verbindingen zijn dan je verbindingszones: dit zijn groene en waterrijke stroken die de losse gebieden aan elkaar knopen. Eigenlijk kun je het zien als een groene loper. Door die verbindingszones kunnen dieren zich makkelijk verspreiden en krijgen ze daardoor een groter leefgebied. Zulke zones kun je ook in stedelijk gebied aanleggen: tunnels en ecoducten zijn dan de oversteekplaatsen waardoor de mens en de natuur op zulke plekken prima samengaan.”
Toch lijkt me ook dat een uitdaging: de mens en natuur…
“Absoluut. Als boswachter zie ik dat het steeds drukker wordt in natuurgebieden. En soms is het te druk. Ik denk dat er daarom ook hele mooie kansen liggen voor de landbouw. We zouden moeten overstappen op een systeem waarbij er minder intensieve landbouw wordt toegepast en meer natuurinclusieve landbouw. Toerisme hoort bij natuurinclusieve landbouw als cruciaal onderdeel van het verdienmodel. Bij natuurinclusieve landbouw draait het in de kern om de voedselproductie binnen de grenzen van de natuur. Maar toerisme, of agrotoerisme, kan een grote rol spelen in het slagen van deze transitie. Ik denk dat er voor dit systeem in de gemeente Groningen, maar ook in Noord-Drenthe, hele goede kansen liggen.”
Nu zijn dit mooie plannen, maar is het genoeg?
“Ik denk dat de belangrijkste constatering is dat we niet stilstaan. Sterker nog: als boswachter zie ik wel dat er beweging komt. Maar het gaat niet snel genoeg. Dat geldt ook voor de eiwittransitie. Dat is een omschakeling waarbij je van dierlijke eiwitten, zoals vis, vlees en zuivel, naar meer plantaardige en alternatieve eiwitten gaat. Mijn droombeeld zou zijn dat er in de stad en in de dorpen voedsel lokaal geproduceerd wordt. Bijvoorbeeld in voedsel- of volkstuinen. Plekken waar geen pesticiden worden ingezet waarmee je voedsel bespoten wordt, maar waar natuurlijke vijanden worden ingezet om plagen te bestrijden. En ik vind het ook heel belangrijk dat niet alleen de happy few hiervan moeten kunnen profiteren, maar dat het voor iedereen beschikbaar is. Dat zou de natuur, maar ook de opwarming waar we mee te maken hebben, kunnen keren.”
Tekst gaat verder onder de foto’s:


Terug naar het hoofdonderwerp: de herfst. Wat vindt boswachter Bart van de herfst?
“Ik vind het één van de mooiste seizoenen. De herfstkleuren, de paddenstoelen die verschijnen en witte wieven die ontstaan in de schemeruren. Er wordt afscheid genomen van een uitbundig zomerseizoen, waarbij je de natuur zich ziet aanpassen en ziet voorbereiden op de winter. Eigenlijk kun je het voorjaar en de herfst zien als de drukste werkmaanden voor de flora en fauna. In de lente wordt er hard gewerkt om alles tot bloei te laten komen en in de herfst wordt er energie opgeslagen om mogelijk die koude weken door te kunnen komen. Je kunt daar een hele filosofische beschouwing op loslaten, maar het is gewoon prachtig om mee te maken.”
Als we het over de herfst hebben, dan kunnen we het ook over de egel hebben…
“Over hardwerkende dieren gesproken inderdaad. Met de egel gaat het niet goed. Dat komt met name omdat we te netjes zijn geworden. Vallende bladeren worden opgeruimd, weggeblazen of zelfs opgezogen. Dat is niet goed voor je tuin. Als je bladeren laat liggen, ontstaat er een compostlaag waar de grond voeding uithaalt. Je zult zien dat je planten volgend jaar dan sneller gaan bloeien. Bladeren trekken insecten aan, die weer belangrijk zijn voor de egel, maar ook voor tuinvogels. Wil je egels echt helpen, maak dan een egelhuisje. Dat kan al door middel van een aantal stoeptegels tegen elkaar te zetten en het geheel te bedekken met bladeren. Ga een egel absoluut geen melk geven en zorg ervoor dat je een gat in de heg of schutting maakt waardoor het dier zich makkelijk kan verplaatsen.”
Eigenlijk zeg je dus: je hoeft deze herfst niet aan het werk te zijn in je tuin?
“Je hoeft in ieder geval niet bladeren op te gaan ruimen. En laat de zonnebloemen ook staan: die zitten boordevol pitten waar vogels weer heel blij van worden. Dus inderdaad: deze herfst kun je het rustig aan doen.”