Ruim driehonderd belangstellenden voor Open Joodse Huizen: “Verhalen geven slachtoffers een gezicht”

nieuws
René de Vries vertelt over zijn eigen onderduikgeschiedenis en de tewerkstelling van zijn vader Harmen. Toen hij zich op het station van Groningen moest melden voor zijn tewerkstelling, was dat de laatste keer dat René zijn vader zou zien. Foto: ingezonden

Het programma Open Joodse Huizen en Huizen van Verzet dat zondag plaatsvond in de binnenstad heeft ongeveer 360 belangstellenden getrokken. Geert Volders van Synagoge Groningen en coördinator Jolijn Rijpma spreken van een succes, waarbij er ook op 4 mei een editie wordt gehouden.

Jolijn en Geert, wat is het doel van dit programma?
“Wat we hiermee willen bereiken is het herdenken van Joodse slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog door hun persoonlijke verhalen te vertellen op de locaties waar zij woonden, werkten of werden opgepakt. Door deze geschiedenis deze dagen te vertellen, worden de gevolgen van de oorlog tastbaar en invoelbaar gemaakt. Het programma begon vanochtend om 11.00 uur in de Synagoge aan de Folkingestraat. Daarna werden verschillende locaties, zoals de Nieuwstad, de Grote Markt en het Gedempte Zuiderdiep, aangedaan.”

Ruim driehonderd bezoekers. Ging het om een gemêleerd gezelschap?
“Ik denk dat je kunt stellen dat we voornamelijk een volwassenenpubliek hebben aangetrokken. Maar er waren ook zeker studenten en een aantal jonge gezinnen aanwezig. Maar bijvoorbeeld ook een groep Duitse toeristen. Zij waren vanochtend in de Synagoge aanwezig. Toen ze hoorden dat we vandaag dit programma hadden, zijn ze gebleven, en hebben ze het verhaal dat hier verteld werd door René en Jesper Westra over geneeskundestudent en verzetsvrouw Anda Kerkhoven aangehoord. En dat is toch bijzonder. Het verhaal werd in het Nederlands gebracht, waarbij deze toeristen hun best deden om het zo goed mogelijk te volgen.”

Wie was Anda Kerkhoven?
Anda Kerkhoven werd geboren op 10 april 1919 in Saint-Cloud in Frankrijk. Ze groeide op in het voormalige Nederlands-Indië, waar haar vader op West-Java een thee- en rubberonderneming bezat. Anda ging Geneeskunde studeren in Batavia, maar ze weigerde principieel dierproeven uit te voeren. In 1938 vertrok ze naar Nederland om te studeren aan de Rijksuniversiteit Groningen, waar dierproeven niet verplicht waren. Ze werd in de stad lid van studentenvereniging Magna Pete, een voorloper van het huidige Vindicat. Tijdens de Tweede Wereldoorlog sloot ze zich aan bij de verzetsgroep Groep De Groot. De verzetsgroep legde zich toe op het vervalsen van documenten, het verspreiden van bonnen en het leggen van contacten. Alle activiteiten verliepen geweldloos. Op 27 december 1944 werd Anda gearresteerd door de Sicherheitsdienst, waarna ze gemarteld werd door de beruchte SD’er Robert Lehnhoff in het Scholtenhuis aan de Grote Markt. In maart 1945 werd Anda door de SD doodgeschoten op de grens van Glimmen en Haren.

Tekst gaat verder onder de foto:

Hoe belangrijk is het om op verschillende plekken in de stad bij dergelijke verhalen stil te staan?
“Open Joodse Huizen en Huizen van Verzet wordt jaarlijks georganiseerd, waarbij het dit jaar de vijftiende editie is. Ik denk dat wanneer je op een plek in de stad een verhaal te berde brengt, het heel persoonlijk maakt. Het gaat om jouw stad, jouw buurt, of misschien wel het huis waar je zelf nu woont. Waar in het verleden door andere mensen is gewoond en gewerkt. Door dit soort verhalen te vertellen, geeft het mensen letterlijk een gezicht. Wie was Anda Kerkhoven? Wie was Opperrabijn Simon Dasberg?”

Heeft het ook voordelen dat je een verhaal op locatie vertelt?
“Ja, dat is juist heel positief. Er ontstaat bijvoorbeeld de mogelijkheid om vragen te stellen. Op televisie worden prachtige documentaires en reportages uitgezonden. Maar het is altijd eenrichtingsverkeer. Je hebt als kijker niet de mogelijkheid om een vraag te stellen. Dat kan wel bij dit evenement. En dat gebeurt ook. Vandaag vroeg bijvoorbeeld iemand of er tijdens de oorlogsjaren alleen maar Joden in de Folkingestraat woonden. Een hele logische vraag, omdat in verschillende Europese steden de Duitsers wijken aanwezen als Judenviertel, waar met name Joodse inwoners woonden. Maar dat was in Groningen niet zo. Men woonde en leefde door elkaar heen. Joodse inwoners zongen en vierden feestjes met niet-Joodse inwoners.”

Tijdens het programma is er ook aandacht voor verhalen die eigenlijk helemaal niet bekend zijn. Hoe kan het dat er ruim tachtig jaar na dato nog steeds verhalen opduiken?
“Daar zijn wisselende redenen voor aan te wijzen. Na de bevrijding was de Tweede Wereldoorlog voor veel mensen een gesloten boek. Ergens ook logisch, omdat er ontzettend veel werk was te doen. Er was veel schade die hersteld moest worden. Er was simpelweg geen tijd om terug te kijken: men wilde voorwaarts en herinneringen aan die donkere jaren werden verdrongen. Je moet je voorstellen dat het ook vaak ging om herinneringen die pijnlijk waren. Of er was geen plek voor. Neem het verhaal van Wiemer Emmelkamp. Hij was een communistische verzetsman. Na de Tweede Wereldoorlog was het communistische geluid niet per se populair.”

Wie was Wiemer Emmelkamp?
Emmelkamp was als jongeman actief in de communistische verzetsgroep ‘De Vonk’. De Vonk was een antimilitaristisch georiënteerde, landelijke groep die stond voor het internationaal humanistisch socialisme. Hij vervoerde bonkaarten en bracht mensen naar onderduikadressen. Hij is tweemaal gearresteerd door de SD. De eerste keer kwam hij na enkele mishandelingen weer vrij. De tweede keer werd hij, terwijl hij op dat moment een valse identiteit had, opgepakt toen hij een nieuw illegaal contact bezocht in 1944. Na twee weken en later nogmaals een week van zware mishandelingen, waarbij hij geen relevante informatie losliet, werd hij overgebracht naar Amersfoort, Utrecht en vervolgens Duitsland. Als een van de weinigen van zijn verzetsgroep overleefde hij de oorlog. Het verhaal van Emmelkamp werd zondag verteld door historicus Stefan van der Poel. Dit gebeurde op de Grote Markt, de plek waar hij in 1944 werd gearresteerd.

Tekst gaat verder onder de foto:

Het programma wordt morgen, op 4 mei, opnieuw aangeboden. Wat is jullie verwachting?
“Wij denken dat er morgen minder bezoekers zullen zijn. De meivakantie is voor veel scholieren en gezinnen afgelopen, waardoor men morgen weer naar school en het werk moet. Dat is overigens ook de reden waarom we dit programma dit jaar op twee dagen aanboden: om voor de mensen die op maandag niet kunnen op zondag een alternatief te bieden. Het programma morgen is overigens anders dan vandaag: er zitten twee overlappingen in, maar er worden andere adressen en verhalen behandeld. Dus ook voor mensen die er vandaag bij waren is het morgen interessant.”

Morgen is het ook de dag van de Nationale Dodenherdenking. Waar denken jullie aan als we om 20.00 uur twee minuten stilte in acht nemen?
Jolijn: “Deze dagen heb ik veel gezichten bij verhalen gezien. Verhalen die in mijn hoofd zullen blijven hangen. Tijdens de herdenking morgen zullen die verhalen en die beelden door mijn hoofd schieten.” Geert: “Dat zijn voor mij ook de foto’s die deze dagen voorbij zijn gekomen. Maar ik denk ook aan de individuen. Mensen die de oorlog overleefd hebben en hun trauma’s een plek moesten geven. Mensen die voor een deel ook nog onder ons zijn. Het is een belangrijke dag waarbij we ons moeten realiseren dat dit is gebeurd. Hoewel de Tweede Wereldoorlog ver achter ons ligt, vinden discriminatie en oorlogsgeweld ook vandaag de dag nog plaats. Daarom is het een voorrecht dat we in ons land in vrijheid kunnen leven.”

Het programma Open Joodse Huizen en Huizen van Verzet begint maandag om 11.00 uur. Een overzicht van het programma vind je op deze website. Aanmelden is niet noodzakelijk en aansluiten kan op elk willekeurig moment. Wel is het belangrijk om op tijd te komen, omdat op sommige locaties de ruimte beperkt is.