De wil en het enthousiasme om de gemeente groener te maken zijn er volop. Toch gaat het in de uitvoering nog te vaak mis, stelt Ritzo ten Cate. Hij strijdt al jaren voor een groener en biodiverser Groningen. Zijn advies aan de onderhandelende coalitiepartijen: “Neem als gemeente de uitvoering weer in eigen hand.”
Ritzo, als je kijkt naar het biodiverser maken van de gemeente, wat is je het afgelopen jaar dan opgevallen?
“Wat mij opvalt, is dat ik wethouders zie die ontzettend graag willen. Ik zie raadsleden die precies weten welke kant het op moet. En misschien nog wel belangrijker: ik zie steeds meer inwoners met een uitgesproken mening die in hun eigen buurt of dorp aan de slag gaan. Er gebeuren ook prachtige dingen: we zien in deze tijd van het jaar weelderige bermen vol bloemen, op verschillende plekken wordt het maaibeleid goed uitgevoerd en de privéterreinen op de Zernike Campus krijgen door goed beheer een enorme impuls. Ook worden er stappen gezet om ecologische zones te verbinden. Kortom: het gaat niet slecht.”
Dit verhaal begon ongeveer een jaar geleden, toen jij je druk maakte over de groenvoorziening aan de Bloemsingel, in jouw eigen wijk. Welke stappen zijn daar sindsdien gezet?
“Tja, dat is het gedeelte waar nog flink wat werk aan de winkel is. Om de twee maanden komen daar mannetjes langs met schoffels die al het ‘goede groen’ weghalen. Ze schoffelen op zo’n manier dat de zon op de zwarte aarde brandt, waardoor nieuw leven direct verschroeit. En dit speelt niet alleen in mijn wijk. Kijk naar recente berichtgeving: het Dinkelpark, het Zuiderplantsoen. Er zijn legio voorbeelden. Hier zit ook de kern van het probleem: het werk wordt uitgevoerd door bedrijven die maar één doel hebben: geld verdienen. Deze bedrijven hebben weinig met biodiversiteit of ecologie. Het is een industrie die gericht is op het aan het werk houden van mensen, op het maken van meters. Wat me ook stoort: de bedrijven die dit doen zijn infrastructuurbedrijven. Het zijn asfaltleggers. In de kern zijn het geen ecologen met liefde voor de natuur.”
Achtergrond: exoten aan de Bloemsingel
De strijd van Ritzo ten Cate voor een biodiverser Groningen begon ruim een jaar geleden bij de Bloemsingel in het Ebbingekwartier. Terwijl buurtbewoners zelf fruitboompjes en bloembollen hadden geplant, besloot de gemeente de straat opnieuw in te richten.
Volgens Ten Cate werd er voor tonnen aan publiek geld beplanting aangelegd die haaks staat op de natuurdoelen van de stad. In plaats van inheemse soorten werden exoten zoals de Euonymus fortunei en de Chinese braam (een woekeraar) aangeplant. Ook doken er na de werkzaamheden invasieve soorten op, zoals heermoes, wat volgens experts duidt op het gebruik van ongezonde of niet-schone grond. Dit incident leidde tot veel onbegrip bij omwonenden en vormde voor Ten Cate de aanleiding om het gemeentelijke groenbeheer kritisch te blijven volgen.
Wat zou de oplossing zijn?
“Ik denk dat het tijd is om bij nieuwe projecten aan de handrem te trekken. Wat is nu echt verstandig? Wat hebben we bedacht en wat is er nodig? Kijk naar de Bloemsingel of het Kwinkenplein: dit zijn gebieden die heringericht zijn op basis van contracten die jaren geleden zijn gesloten. Omdat het zo in het contract staat, wordt het ook maar zo uitgevoerd. Ik vergelijk het met roken. We weten dat het slecht is, maar als een roker een pakje heeft liggen, gaat-ie toch op.”
Je zegt dus dat de verkeerde planten worden aangeplant?
“Precies. Het Kwinkenplein is een goed voorbeeld. Iemand heeft in een ontwerpprogramma achter een computer ‘groen’ ingetekend dat in de praktijk weinig met de natuur te maken heeft. Dat zie je ook aan het Zuiderdiep en het Boterdiep. Als dat groen wat hoger is, kan in de plannen ook nog de ‘boomkroondekking’ worden afgevinkt, maar we helpen de wereld er niet mee verder omdat het groen betreft, ik noem het ‘plastic groen’, waar geen enkele bij of hommel mee geholpen is. En wat er vervolgens gebeurt: zodra er op deze plekken groen ontstaat dat wel waarde heeft, wordt het weggeschoffeld door bedrijven die een contract in de wacht hebben gesleept dat ‘groenbeheer’ wordt genoemd. Dat is toch zonde? Al die mensen met schoffels zou je veel beter in kunnen zetten om invasieve soorten als de Japanse duizendknoop en andere woekeraars te bestrijden die op verschillende plekken welig tieren of om nestkasten op te hangen.”
Waar gaat het dan precies mis? Want de wil bij de beleidsmakers is er wel…
“Die wil is er absoluut. Waarschijnlijk is er in de uitvoering te veel ruimte voor bedrijven om ambities te omzeilen. Neem het bomenplan dat door de gemeenteraad is aangenomen; dat is een goed plan. Ook de ’50 van 050′ is een prachtig initiatief: een lijst met vijftig inheemse bomen en planten om de biodiversiteit te vergroten. Maar de uitvoering hobbelt erachteraan. Zo’n Kwinkenplein ligt er straks voor de komende vijftien jaar, terwijl het qua natuur vrijwel niets bijdraagt.”
Hoe zou het beter kunnen?
“We kunnen een voorbeeld nemen aan Eindhoven. Daar hebben ze de ’40 van 040′, maar daar is ook een heel educatief programma omheen gebouwd. Het is belangrijk dat inwoners leren herkennen wat goed groen is. En ik zie in onze gemeente veel enthousiasme. Kijk bijvoorbeeld naar de geveltuintjes die ontstaan. Waar het misgaat, zijn de bedrijven die de uitvoering doen. Zonder namen te noemen: bedrijven die zich bezighouden met ‘groenbeheer’ kunnen zich veel beter bezighouden met het aanleggen van autobahnen bij onze oosterburen. Zij helpen onze gemeente op dit vlak niet verder. We moeten toe naar een situatie waarbij de groene ambities die we hebben kunnen uitgroeien tot een urban forest, een ecosysteem dat een enorme meerwaarde biedt voor de hele regio.”
Komt het misschien ook doordat de mensen die het groen onderhouden niet beter weten?
“Ongetwijfeld. Vijf jaar lang heb ik het Rabobank Stadspark Open georganiseerd, een charity-golftoernooi. De medewerkers van DSV Stadspark, tegenwoordig Iederz, waren de greenkeepers. Zij waren de helden die de golfbaan strak op hoogte moesten maaien. Onlangs kwam ik een van die jongens nog tegen. Hij vindt dat strakke maaiwerk nog steeds het mooist is; verwildering zit niet in het systeem. Twintig jaar lang is deze medewerkers verteld dat het strak moet zijn. Dat verander je niet zomaar, terwijl zij wel de beroepsgroep zijn die de bosmaaiers en bladblazers bedienen.”
Er wordt momenteel onderhandeld over een nieuw coalitieakkoord. Wat is je advies aan de onderhandelaars? Is het een idee om de groenvoorziening als gemeente in eigen beheer te nemen?
“Mijn advies is: rust, aandacht en liefde. Bij vraagstukken die de gemeente voor langere tijd bepaalt: neem even rust, stap even de waan van de dag uit, haal even adem om dan vervolgens vanuit daar, met alle aandacht, met alle beschikbare kennis de juiste keuzes te maken en vanuit creatie, liefde, groei mooie gezonde dingen te laten ontstaan. Binnen de gemeentelijke organisatie en bij inwoners zit enorm veel waardevolle kennis. Een gezonde, groene omgeving maakt mensen gelukkiger en gezonder, wat uiteindelijk ook bijvoorbeeld zorgkosten bespaart en goed is voor de waarde van vastgoed. Door nu de juiste keuzes te maken, creëer je een beweging die veel sneller leidt tot een gezond urban forest. En ja, het zou inderdaad een optie zijn dat je als gemeente zelf het groen gaat aanleggen en beheren. Daar is wel durf voor nodig. Maar het kan. In principe is er binnen de gemeente al genoeg kennis om het goed te doen. Je bent dan niet meer afhankelijk van externe partijen.”
Vorig jaar spraken we over de Bloemsingel, waar fruitbomen plaatsmaakten voor exoten. Is die situatie inmiddels al aangepakt?
“Daar is nog niets verbeterd. Er zijn situaties geweest waarbij buurtbewoners letterlijk voor een grasmaaier sprongen om het maaien tegen te houden. Er zijn bloembollen gepoot en zelfs boompjes geplant door inwoners. Alles om de biodiversiteit een boost te geven. Maar nog steeds komen om de twee maanden die mannetjes met schoffels langs om al het goede groen te verwijderen. Aan het einde van de dag ligt alles er weer ‘superstrak’ bij. Dat is teleurstellend, maar toch ben ik hoopvol. Ik zie de positieve bewegingen in de politiek en bij inwoners. Ik heb vertrouwen in de democratie.”
Heb je er wel eens over nagedacht om een actiedag te organiseren?
“Grappig dat je dat vraagt. Onlangs ben ik inderdaad vanuit de gemeente gevraagd of ik daarover wil nadenken. Dat is niet vreemd; vorig jaar heb ik samen met ecoloog Rick Middelbos veel aandacht gevraagd voor dit onderwerp. Er is echt iets aan het veranderen, dat proef ik in de politiek en op straat. Maar we hebben nog veel te doen. Het aanplanten van een Turkse hazelaar is prachtig, maar een inheemse is nog veel beter. Zolang we ‘groen plastic’ op plekken blijven aanplanten op plekken die de groene parels zouden kunnen zijn van de stad, is ons werk niet klaar. Maar samen kunnen we dit: met biodivers groen maken we onze gemeente echt mooier en beter. Een actiedag kan daarbij helpen.”