Door kritisch te kijken naar ons eigen gedrag en de keuzes die we maken, kunnen we als maatschappij veel veranderen ten goede van de biodiversiteit en de vogelpopulatie. Dat stelt de fractie van de Partij voor de Dieren in de gemeenteraad, naar aanleiding van een oproep om katten vaker binnen te houden tijdens het broedseizoen.
Ecoloog Rick Middelbos riep vorige maand op tot actie nadat hij getuige was van een incident in het zuiden van de stad. “Ik zag een meisje een jonge merel tegen een kat beschermen”, vertelt Middelbos. “Jonge merels die net zijn uitgevlogen, kunnen nog niet direct vliegen. Ze zijn op de grond extreem kwetsbaar terwijl hun ouders hen voeren. Ik heb de vogel op een beschutte plek kunnen zetten, maar het incident onderstreept de noodzaak: houd je kat binnen, of in ieder geval zoveel mogelijk, tijdens deze kritieke maanden.”
Tekst gaat verder onder de video:
Middelbos maakte een filmpje van de reddingsactie in de zuidelijke wijken.
Miljoenen slachtoffers
Jaarlijks worden er naar schatting vijftien tot twintig miljoen vogels in ons land omgebracht door katten; aantallen die volgens Middelbos mogelijk nog voorzichtig zijn ingeschat. Volgens de Vogelbescherming is het aantal katten mede door de coronacrisis flink toegenomen. Nederland telt inmiddels ruim 3 miljoen huiskatten en naar schatting meer dan een miljoen zwerf- en verwilderde katten.
De Partij voor de Dieren noemt het onderwerp interessant, maar pleit voor een brede blik. “Ik denk dat we verder moeten kijken dan alleen de kat”, vertelt raadslid Linda Wijnalda-Dussel. “We moeten vooral zorgen dat we het leefgebied voor vogels in stand houden, zorgen voor een schone bodem en stoppen met landbouwgif. Dat is de basis voor groeiende vogelpopulaties.” Toch erkent het raadslid de impact van huisdieren: “Er zijn gelukkig veel maatregelen die je als eigenaar kunt nemen om vogels te beschermen. Natuurorganisaties geven daar goede tips over.”
Tips voor een vogelvriendelijke tuin
De Vogelbescherming adviseert bijvoorbeeld om vogels alleen bij te voeren op open, overzichtelijke plekken, zodat ze een kat op tijd zien aankomen. Tuineigenaren kunnen hun terrein ook minder aantrekkelijk maken voor katten door het planten van stekelige mei- of vuurdoorn, of door snoeisel tussen de planten te leggen. “Ook huis-tuin-en-keukenmiddeltjes zoals citroenschillen, koffiedik of planten met een citroengeur kunnen helpen, al is de werking daarvan soms beperkt”, aldus de Vogelbescherming. Voor kattenbezitters blijft het advies om de kat tijdens het broedseizoen zoveel mogelijk binnen, aangelijnd of in een afgesloten buitenruimte te houden.
‘Gesubsidieerde roofdier’
Volgens Middelbos ligt de kern van de oplossing bij de eigenaar en diens verantwoordelijkheid. Hij noemt de huiskat een ‘gesubsidieerd roofdier’. “Een sperwer doodt ook jonge vogels, maar dat is de natuur; hij moet eten om te overleven. Een kat wordt thuis goed verzorgd en doodt puur vanuit een roofinstinct. Het is daarmee indirect een menselijke keuze.” Hij adviseert mensen die een jonge kat nemen om deze direct als binnenkat op te voeden of te trainen aan een lijn.
Raadslid Wijnalda-Dussel sluit zich daarbij aan: “Als wij als mensen kritisch kijken naar onze keuzes en ons gedrag, kunnen we als maatschappij veel veranderen ten goede van de vogels en de biodiversiteit in onze stad.”
Verslaggever Jill Rumph maakte een reportage over het onderwerp: