Het voorstel om met een gemeentelijk Energiebedrijf via een nieuw energiepark rechtstreeks stroom te leveren aan het net kan op enthousiasme rekenen in de Groningse gemeenteraad. Wel vragen verschillende partijen om qua levering stevig in te zetten op de lokale economie. Ook worden er kansen gezien om met het publieke bedrijf een oplossing te bieden voor de toenemende netcongestie.
Wethouder Philip Broeksma (PRO) van Energietransitie noemt het initiatief een mooie kans: “We kunnen hiermee een maatschappelijke meerwaarde realiseren. We kunnen kiezen aan wie wij de stroom gaan verkopen. Daarbij moeten we uiteraard wel voldoen aan de regels die de Staat daarvoor bedacht heeft, maar we kunnen in dat palet wel bepaalde voorwaarden stellen.”
Groene stroom voor 80.000 huishoudens
Waar gaat het precies over? In de herfst van 2025 verzocht de gemeenteraad om richting te geven aan de verkoop van stroom vanuit het Gemeentelijk Energiebedrijf Groningen. Bij Meerstad-Noord, in de Lagelandpolder, wordt daarom een groot energiepark gerealiseerd. In totaal zal dit zonnepark na de afronding van fase 2 een totale opbrengst hebben van circa 220 megawattpiek (MWp). Daarmee kunnen naar verhouding zo’n 80.000 Groninger huishoudens worden voorzien van groene stroom die volledig binnen de gemeentegrenzen is geproduceerd.
Het Gemeentelijk Energiebedrijf maakt via een eigen klantstation rechtstreeks verbinding met het stroomnet. Dit biedt de mogelijkheid om met een grote diversiteit aan lokale afnemers langjarige afspraken te maken. Deze contracten worden Power Purchase Agreements (PPA’s) genoemd: administratieve en financiële prijsafspraken die voor stabiele energielasten zorgen. De eerste intentieovereenkomsten zijn inmiddels al getekend met onder andere de Rijksuniversiteit Groningen, Eurofiber en Warmtestad.
Zorgen over financiële risico’s
Toch staan niet alle partijen in de raad te juichen. D66 toont zich bijvoorbeeld voorzichtig. Raadslid Vincent Boswijk: “De timing van deze vergadering is interessant. De provincie heeft namelijk deze week besloten dat er geen provinciaal elektriciteitsbedrijf opgericht gaat worden. Het opwekken van een grote hoeveelheid groene stroom maakt ons wel blij. Maar de rol om als gemeente energie te gaan verkopen: de risico’s zijn groot en de publieke belangen zijn beperkt.”
Volt sluit zich daarbij aan. Joanne Boonstra: “We hebben al een warmtebedrijf. Dat is noodzakelijk omdat dit issue niet door de vrije markt wordt opgelost. Het oprichten van een energiebedrijf is daarin anders omdat we daarmee in een concurrerende markt stappen. Bij elektriciteit zien we dat de concurrerende markt wel problemen oplost. Dat wij ons hier nu in gaan begeven, brengt een risico met zich mee omdat we het financieren met publiek geld.”
Volt ziet de stroom dan ook het liefst uitsluitend naar afnemers met een duidelijke maatschappelijke koppeling gaan. Ceciel Nieuwenhout (PRO) bracht daar een nuancering tegenin: “Je kunt ook energie leveren aan een datacentrum. Een datacentrum produceert warmte die ten goede komt aan het warmtenet. Ontstaat er daar dan niet een mooi ecosysteem?” Boonstra: “Dat kan zeker. Maar we moeten dan wel kijken naar de voorwaarden.”
Eigen grond
Wethouder Broeksma temperde de verwachtingen over wat de gemeente juridisch kan afdwingen bij commerciële partijen. Het college werkt met flexibele bandbreedtes voor de verdeling van de stroom, maar de praktijk moet zich nog uitwijzen. “Dat een datacentrum veel energie kost, is wel een ander type keuze. Op Westpoort gaat een dergelijk centrum gerealiseerd worden. Afgesproken is dat de restwarmte die bij hun processen vrijkomt, gratis ter beschikking zal worden gesteld. Ook komt het dak helemaal vol te liggen met zonnepanelen. Maar dat dit bedrijf groene stroom af moet gaan nemen, dat is iets wat wij niet kunnen eisen.”
Op de vergelijking met de provincie reageerde Broeksma: “De provincie ziet hierin geen rol voor zichzelf. De overwegingen van de provincie, die ken ik niet. Een aspect dat mee zou kunnen spelen is dat wij de grond waar we dit willen realiseren, al in bezit hebben. Het gaat om de Lagelandpolder bij Meerstad, waar we dit kunnen doen. Via een aparte bv kunnen we als gemeente het leveren van stroom mogelijk maken.”
Ook de VVD uitte kritiek. Teun Havinga adviseerde het college om de provinciale conclusies nog eens goed te bestuderen: “Mijn partij is niet een groot voorstander van een energiebedrijf. De doelstelling is om maatschappelijke functies te voorzien van goedkope en groene stroom. Maar zo werkt het niet. Je kunt bij een aansluiting op het elektriciteitsnetwerk niet afdwingen dat de stroom een bepaalde richting op geduwd wordt. Ondanks een contract kun je als maatschappelijke instelling nog steeds stroom gebruiken die elders is opgewerkt, bijvoorbeeld in een RWE-centrale, tenzij je zelf kabels gaat trekken, wat volgens mij juist niet de bedoeling is.” Hoewel de PPA-contracten dit administratief regelen, voegde de wethouder toe dat ook fysieke oplossingen meewegen waarbij het mogelijk is om kabels te gaan trekken: “Dit is reëler dan het lijkt.”
Ideologische verschillen
Ook Kelly Blauw van de PVV is kritisch: “Mijn partij heeft geen behoefte aan groene prestigeprojecten. Wij willen dat er betrouwbare energie geleverd wordt waarbij de belangen van inwoners beschermd worden.” Ceciel Nieuwenhout van PRO interrumpeerde door te zeggen dat de zon de meest betrouwbare energiebron die er is. Volgens Blauw gaat het daar niet om: “Qua klimaatprojecten zitten wij niet op één lijn. We willen geen voorkeurspositie waarbij er op publieke steun geleund wordt. We willen voorkomen dat er met groene stroom onrendabele projecten overeind gehouden gaan worden. Wij willen geen blanco cheque afgeven.”
Meer ruimte voor het Groningse mkb?
Andere partijen legden de nadruk juist op de kansen voor de lokale economie. Laurent Dwarshuis van de ChristenUnie toonde zich positief: “We zijn heel tevreden dat het college de raad hierbij betrekt. We zijn heel blij dat we nu zelf elektriciteit gaan opwekken. Waar we nog wel wat vraagtekens bij hebben, zijn de klantprofielen. We hebben een lijstje gezien waarbij het gemeentelijk vastgoed bovenaan komt te staan en maatschappelijke instellingen op twee. Wij zouden willen vragen om hierin genoeg ruimte over te laten voor het mkb. Juist lokale bedrijven dragen bij aan de Groningse economie.”
Student & Stad sloot zich bij dit pleidooi voor de lokale ondernemer aan. Daarnaast vroeg Dwarshuis of de geplande inzet van een batterijpark kan helpen bij netcongestie—het probleem waarbij de vraag naar transport de capaciteit van het net overstijgt tijdens piekmomenten. Broeksma bevestigde dat dit inderdaad een verlichtende werking kan hebben.
Energiearmoede
Ook de fractie van PRO is enthousiast over de publieke regie. Ceciel Nieuwenhout: “Meerstad-Noord is bijzonder. Het opwekken van energie in publiek beheer waardoor we zelf kunnen kiezen hoe we om willen gaan met de door ons opgewekte stroom. De twee hoofdprincipes die worden aangegeven zijn, wat mijn partij betreft, goed en logisch. Spreiding over de verschillende afnemers zorgt voor zekerheid. En de maatschappelijke prioritering zorgt ervoor dat we zoveel mogelijk maatschappelijke impact kunnen maken.”
Wel gaf PRO drie adviezen mee: onderzoek hoe je de maatschappelijke meerwaarde maximaliseert door zoveel mogelijk aan het eigen vastgoed (zoals scholen en sportvoorzieningen) te leveren, betrek ook kleine partijen en woningcorporaties bij de contracten, en bekijk of een vast percentage via energiecoöperaties ingezet kan worden om de minima te ondersteunen.
Alina Kiers van de SP sloot aan bij de focus op bestaanszekerheid en energiezekerheid voor publieke instellingen: “Zowel in levering als in financieel opzicht. Ook zouden we heel graag willen zien dat het een bijdrage gaat leveren in het bestrijden van de energiearmoede en zo gaat zorgen voor meer bestaanszekerheid. We zijn content met de ontwikkelingen tot nu toe.” Kiers vroeg specifiek of ziekenhuizen en scholen een stabiele basis geboden kan worden, zodat zij onafhankelijk worden van landelijke energiestromen “en niet meer chantabel zijn zoals in deze tijden van crisis.”
Klantprofielen als stuurmiddel
Wethouder Broeksma onderstreepte in zijn beantwoording dat het energiebedrijf een helder maatschappelijk fundament heeft: “Het energiebedrijf is opgericht als maatschappelijke taak omdat het verwarmen van een woning niet iets is dat door de markt opgelost kan worden. Aan wie we de stroom verkopen, daarbij moeten we voldoen aan de staatssteunregels. We kunnen wel voorwaarden stellen, wat we doen door het opstellen van klantprofielen en de uitgangspunten die we daarbij hebben. Partijen die vanavond zeggen, houdt de energie binnen Groningen: ja dat willen we graag. Het aansluiten van scholen en ziekenhuizen: absoluut. Maar er kan ook gedacht worden aan het openbaar vervoer: de laadpalen die bijvoorbeeld voor de bussen gebruikt worden. Dat zou zomaar eens een klant kunnen worden.”
Omdat geen van de raadsfracties van plan is om tijdens de eerstvolgende raadsvergadering een motie in te dienen, zal het voorstel conform de plannen van het college verder worden afgehandeld. Het prioriteringskader vormt daarmee definitief de basis voor de Groningse energiestrategie.