UMCG kan meer patiënten sneller helpen met nieuwe techniek rond PET-scans

nieuws
Foto: UMCG

Het UMCG heeft een nieuwe manier ontwikkeld om een belangrijke stof voor PET-scans te maken. Daardoor kunnen veel meer patiënten onderzocht worden op Parkinson en sommige vormen van kanker en kunnen de wachttijden korter worden.

Bij een PET-scan krijgen patiënten een kleine hoeveelheid radioactieve stof ingespoten. Artsen kunnen daarmee in het lichaam kijken en ziektes opsporen.De nieuwe methode is bedoeld voor een stof die wordt gebruikt bij de diagnose van Parkinson en bij het opsporen van neuro-endocriene tumoren. Dat zijn tumoren die ontstaan uit hormoonproducerende cellen.

Het maken van deze stof was tot nu toe ingewikkeld en kostte veel tijd. Met de nieuwe techniek zijn minder stappen nodig. Ook wordt geen radioactief gas meer gebruikt, maar een vloeibare stof. Dat maakt het werk eenvoudiger en veiliger. Door de nieuwe aanpak kan het UMCG veel meer patiënten helpen. Eerst konden per keer vijf tot zes patiënten onderzocht worden. Nu kunnen dat er twintig tot dertig zijn.

Het duurde meer dan tien jaar om de nieuwe techniek te ontwikkelen. Onderzoekers van het UMCG werkten daarbij samen met de onderzoeksgroep van Nobelprijswinnaar Ben Feringa. Afgelopen maand kregen patiënten voor het eerst de nieuwe stof toegediend. Het UMCG verwacht dat de vraag naar dit soort scans de komende jaren verder stijgt, onder meer door de vergrijzing en het groeiende aantal mensen met hersenziekten zoals Parkinson.