Het plaatsen van paddentrappen in de trottoirkolken van het Noorderplantsoen is een mooie eerste stap, maar het stopt daar niet. Dat zegt Jeffrey Sloots van de Werkgroep Reptielen en Amfibieën Groningen na de toezegging van de gemeente. Volgens Sloots moet er ook gewerkt worden aan maatregelen die überhaupt voorkomen dat kikkers en padden in de putten belanden.
Wethouder Janette Bosma (Partij voor de Dieren) liet afgelopen week in de gemeenteraad weten dat de gemeente komende winter samen met de werkgroep gaat kijken waar in het Noorderplantsoen paddentrappen nodig zijn. Aanleiding was een artikel van OOG van twee weken geleden, waarin de werkgroep alarm sloeg nadat vrijwilligers afgelopen voorjaar minstens 77 levende amfibieën uit de straatputten moesten redden. Ondanks alle hulp kwam ook een groot aantal dieren om het leven.
“Als werkgroep zijn we heel blij en verheugd met de toezegging van de wethouder”, vertelt Sloots. “Het is heel goed dat de gemeente met ons in gesprek wil om dit komende winter te realiseren. Dat gesprek gaan we heel graag aan. Onze kennis delen we graag, bijvoorbeeld over welke trapjes het meest geschikt zijn. Het is ontzettend prettig dat er naar ons geluisterd wordt. Als je voet bij stuk houdt, kun je in deze gemeente echt iets moois bereiken voor mens en dier.”
Verlaagde stoepranden
Toch moet er achter de toezegging volgens Sloots een komma staan in plaats van een punt. “Paddentrappen zijn een prima reddingsmiddel, maar wat je het liefste wilt is dat amfibieën überhaupt niet meer in die kolken terechtkomen. Daarvoor moet je de stoepranden verlagen.”
Tijdens de voorjaarstrek steken de dieren de wegen in het plantsoen over. “Op de weg komen lukt wel, maar aan de overkant kunnen ze niet tegen de hoge trottoirband op springen; amfibieën hebben daar simpelweg de springkracht niet voor. In hun zoektocht langs de stoeprand vallen ze alsnog in de putten. Met verlaagde stoepranden kunnen ze makkelijk hun weg vervolgen.”
Symbiose bij nieuwbouw
Dat de gemeente paddentrappen ook standaard wil opnemen in de voorschriften voor nieuwbouwprojecten, noemt Sloots een mooie stap. Maar ook daar mist hij nog een cruciale fase aan de voorkant.
“In de gemeente wordt op veel plekken gebouwd waar eerst de natuur de regie had. Daar wordt vooraf lang niet altijd gekeken wat er aan amfibieën leeft. Ik zou graag zien dat er beleid komt waarmee mens en dier vanaf het eerste ontwerp in symbiose kunnen samenleven. Daarover ga ik heel graag in gesprek met de gemeente.”
Visie voor de stad
Wat Sloots betreft eindigt het werk ook niet bij de grenzen van het Noorderplantsoen. Landelijk is de amfibieënpopulatie sinds 2008 met vijftig procent afgenomen, terwijl de dieren als insecteneters en voedselbron voor vogels en egels onmisbaar zijn voor het ecosysteem.
“Voor het Noorderplantsoen hebben we nu een concrete visie, maar we moeten ook naar andere wijken in Groningen kijken. De kans is groot dat amfibieën daar met precies dezelfde problemen kampen.”
Verslaggever Carlijn Kamphuis sprak twee weken geleden met Sloots: