De Werkgroep Reptielen en Amfibieën Groningen roept de gemeente op om maatregelen te nemen in het Noorderplantsoen om amfibieën beter te beschermen. Tijdens de voorjaarstrek van dit jaar haalden vrijwilligers alleen al uit de trottoirkolken minstens 77 levende kikkers en padden. Ondanks alle hulp kwam ook een groot aantal dieren om het leven.
“Er is dringend actie nodig”, vertelt Jeffrey Sloots, vrijwilliger bij amfibieënorganisatie RAVON. “Ik woon al een aantal jaren in de buurt van het plantsoen en afgelopen voorjaar viel het mij op dat ik steeds vaker doodgereden padden en kikkers zag liggen. Dan heb je het echt over tientallen slachtoffers. Daarop ben ik mij in dit onderwerp gaan verdiepen. Kikkers, padden en salamanders spelen een cruciale rol in ons ecosysteem. Toch staan hun populaties wereldwijd, landelijk en ook lokaal onder grote druk. Dat geldt even goed voor het Noorderplantsoen. Uit tellingen die ik uitgevoerd heb, blijkt dat het aantal dieren achteruitgaat; zo vielen er dit voorjaar opvallend weinig jonge amfibieën te bespeuren in het plantsoen.”
Hoge stoepranden
Een van de belangrijkste oorzaken is de inrichting van de wegen die het Noorderplantsoen doorkruisen, zoals de Kerklaan en de Moesstraat. “Eigenlijk liggen die straten er heel onhandig”, legt Sloots uit. “Wel voor fietsers en automobilisten, maar niet voor amfibieën die van de ene naar de andere kant van het park willen trekken. Dat verplaatsen gebeurt het hele jaar door, met een duidelijke piek in het voorjaar wanneer ze terugkeren naar hun geboorteplek om te paren en eitjes te leggen. De straten zijn daar totaal niet op ingericht. Hoge stoepranden vormen een enorme barrière: als de dieren eenmaal op straat belanden, komen ze door de hoogte van de trottoirband niet meer terug op de stoep. In hun zoektocht naar een uitweg vallen ze in trottoirkolken, waar padden niet meer uit kunnen klimmen en uiteindelijk sterven.”
Tussen 24 maart en 27 mei haalde Sloots eigenhandig 77 kikkers en padden uit de putten in het Noorderplantsoen. Het plantsoen is onderdeel van de Gemeentelijke Ecologische Structuur, GES. Dit is een plan om de biodiversiteit te beschermen en te versterken. “Wij roepen de gemeente op om die ambitie concreet te vertalen naar maatregelen in het Noorderplantsoen”, stelt Sloots. “Op dit moment is er voor de amfibieën hier nog niets geregeld, en dat vind ik een gemiste kans. Onlangs is de Kerklaan nog heringericht als fietsstraat. Een deel van de stoeprand is toen verlaagd voor kinderwagens en rolstoelen, maar die verlaagde trottoirbanden hadden eigenlijk direct doorgetrokken moeten worden zodat amfibieën er ook voordeel aan hadden gehad.”
Drempels, trappen en matten
De werkgroep pleit nu voor verlaagde trottoirbanden, roosters voor de kolken en het aanbrengen van paddenuitklimladders en uitklimmatten in de putten. “Ook zouden verkeersdrempels op de wegen door het plantsoen helpen om de snelheid uit het verkeer te halen, wat de overlevingskansen van overstekende dieren vergroot. Met de volgende voorjaarstrek op komst moet er nu echt wat gebeuren.” Sloots zocht contact met de gemeente, maar kreeg tot dusver weinig gehoor. De werkgroep hoopt dat er voor februari 2027 concrete maatregelen genomen kunnen worden.
Eerder dit jaar maakte de gemeente wel bekend paddentrappen te gaan plaatsen in putten aan de Helperzoom, de Kempkensberg, in De Wijert en in Haren. Het Noorderplantsoen werd daarin echter niet meegenomen.
Ervaringen uit Utrecht
Maar hoe effectief zijn zulke paddentrappen in de praktijk? In het Utrechtse Lunetten worden ze al langer toegepast. Wanda Bodewitz is van de Paddenwerkgroep Lunetten: “In de zomer van 2024 zijn er bij ons trapjes geplaatst. Sindsdien zien we weliswaar minder amfibieën in de putten, maar het komt nog steeds voor. Dat is ook verklaarbaar: de gebruikte trapjes zijn ontworpen voor hoekige putten en passen niet optimaal in ronde trottoirkolken. Wel zijn er inmiddels ontwikkelingen gaande om speciale trappen voor ronde putten op de markt te brengen.”
Of trappen alleen voldoende zijn, durft Bodewitz nog niet te zeggen. “Het is nog te vroeg om te concluderen of trappetjes echt voor een ommekeer zorgen. Wat veel effectiever zou zijn, is het simpelweg verminderen van het aantal putten. Veel straatkolken zijn overbodig. Denk aan stoepranden met putten direct grenzend aan oevers of waterkanten. Afwatering zou daar rechtstreeks op de sloot kunnen plaatsvinden. Ook helpt het om onderbrekingen in stoepranden te maken. Stoepranden werken nu als een geleiderail waarlangs padden blijven lopen tot ze een put tegenkomen en erin vallen.”
Bodewitz adviseert Groningen dan ook om grondig te kijken waar stoepranden en putten geschrapt kunnen worden. Daarnaast merkt ze op dat de gemeente niet eigenaar is van alle punten: “Ook raad ik aan om samen te werken met bewoners: er zijn veel putten in brandgangen en vaak zijn de bewoners daar eigenaar van. Het zou goed zijn als bewoners voorgelicht worden en ondersteund worden bij het plaatsen van trappetjes in putten die door hen beheerd worden.”
Oproep
Sloots sluit zich aan bij dat advies: “Het is een heel mooi advies om te onderzoeken of al die regenwaterputten wel nodig zijn op plekken waar open water dichtbij is. Je zou de afvoer van regenwater ook rechtstreeks op de vijvers in het Noorderplantsoen kunnen laten aansluiten; dat kan voor het water geen kwaad en geeft amfibieën juist meer kansen. In de putten kunnen we uitklimmatten plaatsen. Deze kunnen op maat worden geknipt en geven amfibieën goede overlevingskansen.”
Sloots hoopt dat de noodkreet de gemeente wakker schudt. “Als ik de afgelopen maanden in de putten keek, kwamen omwonenden vaak vragen wat ik aan het doen was. Als je het uitlegt, zie je heel veel betrokkenheid. We hebben het over dieren die je niet snel ziet, maar die onmisbaar zijn voor het ecosysteem. Als er nu niks gebeurt, vrees ik dat er over een paar jaar geen amfibieën meer in het Noorderplantsoen leven, met alle gevolgen van dien.”
Verslaggever Willem Poppes maakte eerder dit jaar een reportage over het onderwerp: