Éen op de vier Groningers voelt zich weleens eenzaam, Afsaneh is één van hen

nieuws

Verlaten en onbegrepen. Zo omschrijft Afsaneh uit Groningen haar gevoel van eenzaamheid. “Het is alsof je onder water aan het schreeuwen bent en niemand je hoort.” De 64-jarige is niet de enige die weleens eenzaamheid ervaart. Uit onderzoek van de GGD en het CBS blijkt dat één op de vier Groningers zich weleens eenzaam voelt. 

Eenzaam zijn is niet hetzelfde als alleen zijn. Afsaneh bijvoorbeeld is in haar dagelijks leven omringd door anderen. “Ik heb eigenlijk weinig tijd voor mezelf. Ik heb het zo druk met werk, mijn danshobby, mijn gezin, collega’s en vriendinnen, dat ik eigenlijk alles in mijn agenda moet schrijven”, vertelt ze. “Maar ook al heb ik mensen om me heen, ik ben alsnog eenzaam. Dat komt doordat het voelt alsof mijn omgeving mij niet begrijpt.”

Het is een herkenbaar verhaal voor Basak Bilecen, professor sociologie aan de Rijksuniversiteit van Groningen, die onderzoek doet naar eenzaamheid. “Het gevoel van eenzaamheid heeft meestal weinig te maken met het aantal mensen dat iemand om zich heen heeft”, vertelt Bilecen. “Het gaat erom wat je van je sociale contacten verwacht en of die verwachtingen worden vervuld. En dat verschilt per persoon. Iemand kan bijvoorbeeld veel mensen om zich heen hebben, maar zich toch eenzaam voelen als er weinig verbinding of intimiteit is in die relaties. Andersom kan iemand die veel tijd alleen doorbrengt dat helemaal oké vinden en zich niet eenzaam voelen.”

Daarnaast is het volgens de professor sociologie belangrijk om onderscheid te maken tussen aanhoudende eenzaamheid en het ervaren van gevoelens van eenzaamheid op een bepaald moment in je leven.  “Er is geen specifiek moment waarop ’tijdelijke eenzaamheid’ zich ontwikkeld tot chronische eenzaamheid. Het wordt echt zorgelijk wanneer iemand extreme eenzaamheid ervaart en het hem of haar niet meer lukt om daarvan af te komen.”

Heimwee of eenzaam? 

Bij Afsaneh is het inmiddels onderdeel van haar bestaan geworden. Dat begon bij haar migratie. Afsaneh komt oorspronkelijk uit Iran. Ze groeide op in een groot gezin met acht kinderen. “Ik heb altijd bij mijn ouders gewoond, zelfs met mijn kinderen. Ik was de jongste van vijf dochters en mijn grote zussen deden altijd alles voor mij.” Dat veranderde toen Afsaneh dertig jaar geleden met haar dochter en zoon naar Nederland vertrok. Haar familie bleef in Iran, dus vanaf dat moment stond Afsaneh er alleen voor. Ze moest voor het eerst zelf koken en het huishouden runnen. “Ik miste mijn familie en mijn geboorteland”, vertelt Afsaneh. “In eerste instantie dacht ik dat ik heimwee had, maar na een tijd kwam ik erachter dat ik gewoon eenzaam was.

Afsanehs ervaring staat niet op zichzelf. Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat eenzaamheid relatief vaak voorkomt onder migranten die buiten Nederland geboren zijn. In 2023 voelde bijna twintig procent van de mensen van vijftien jaar en ouder die buiten Nederland zijn geboren zich sterk eenzaam. Onder mensen die in Nederland zijn geboren was dat negen procent: ruim twee keer zo weinig.

Maar betekent dat ook dat migratie een mogelijke oorzaak is van eenzaamheid? Volgens Bilecen ligt dat genuanceerder. “Eenzaamheid is niet beperkt tot een specifieke bevolkingsgroep. Het kan op iedere leeftijd voorkomen en in allerlei omstandigheden ontstaan. Maar de kans op eenzaamheid is wel groter wanneer waardevolle relaties wegvallen en dat kan een gevolg zijn van een overlijden, scheiding, verhuizing of migratie.”

Eenzaamheid na migratie

Migratie kan volgens Bilecen op verschillende manieren invloed hebben op sociale relaties. “Familie en vrienden kunnen bijvoorbeeld in verschillende landen wonen en waardevolle relaties kunnen daardoor veranderen of zelfs verdwijnen. Er zijn mogelijk verwachtingen over nabijheid, steun en familieverplichtingen waar na de migratie niet meer aan kan worden voldaan.”

Ook voor Afsaneh is de relatie met haar familieleden veranderd. Sinds de oorlog is contact nagenoeg onmogelijk. “Ik kan alleen soms naar een apart nummer bellen en dan moet ik op een knopje drukken en luistert de regering mee. Dus je kunt alleen over koetjes en kalfjes praten, maar een echt gesprek kan niet.”

Maar ook in de jaren voor de oorlog verloor ze al de verbinding met haar familie. “Gedurende de tijd zijn mijn familie en ik uit elkaar gegroeid. Mijn beeld van familie en bepaalde tradities is op sommige vlakken nog blijven hangen bij hoe het zo’n 30 jaar geleden was, toen ik Iran verliet. Mijn familieleden daarentegen zijn verdergegaan met hun leven en meegegaan met de veranderingen in Iran”, vertelt ze. “Soms geeft mij dat het gevoel dat ik tussen twee werelden insta. Ik hoor niet meer helemaal daar, maar voel me ook niet helemaal hier thuis.”

Taal

Door migratie kunnen mensen niet alleen waardevolle sociale verbindingen kwijtraken, het maakt het soms ook lastiger om nieuwe relaties op te bouwen. Volgens Bilecen heeft dat deels te maken met de taalbarrière. “Het spreken en begrijpen van een taal is belangrijk om mee te kunnen draaien in de samenleving. Als mensen de taal nog leren, kan het lastiger zijn om nieuwe mensen te ontmoeten en mee te doen aan sociale activiteiten.”

Dat herkent Afsaneh ook. “Je komt in een land terecht waar mensen een andere cultuur hebben en een andere taal spreken. Ik was alleen maar bezig met me aanpassen en werken, maar toch voelde het alsof ik er niet mocht zijn. Tegelijkertijd probeerde ik te overleven in een samenleving die volledig onbekend voor mij was en waarin de mensen mij niet begrepen en ik hen ook niet. Dat maakt je eenzaam.”

‘Je ruikt de bazar niet’ 

Inmiddels is Afsaneh de Nederlandse taal machtig en heeft ze een grote sociale kring. “Maar die kunnen het gemis van familie en de verbondenheid met waar je vandaan komt niet altijd vervangen”, vertelt ze. Volgens Afsaneh voelt ze zich vooral eenzaam op Iraanse feestdagen, bijvoorbeeld tijdens de ramadan en het Perzische nieuwjaar op 20 of 21 maart. “Ik doe de tradities wel na met mijn gezin, maar je mist de sfeer, de geur van de bazar.”

Afsaneh weet dat ze een stukje ’thuis’ mogelijk bij andere Iraniërs in Nederland kan vinden, maar ook met hen is ze voorzichtig in het leggen van contact. “Iedereen hoort bij een bepaalde groepering en je weet niet waar de ander bij hoort. Daarom ga ik eigenlijk nauwelijks de diepte in met andere Iraniërs. We praten meer over koetjes en kalfjes.”

Taboe

Afsaneh heeft inmiddels leren dealen met haar gevoel van eenzaamheid. “Het zal er altijd zijn, maar de heftigheid is afgenomen. Ik heb me er gewoon bij neergelegd dat anderen het niet helemaal kunnen begrijpen, mij niet helemaal kunnen begrijpen, maar dat is oké. Ik praat wel meer over wat ik voel en dat haalt de scherpe randjes eraf. Ik ben weer boven water, op het strand beland zeg maar.”

In het kader van de Week van de Eenzaamheid hoopt Afsaneh een groot misverstand de wereld uit te helpen: “Eenzame mensen zijn niet per se niet-sociaal en ook niet zielig. Dat idee heerst in de samenleving, waardoor je je schaamt. Dat is nergens voor nodig. Eenzaamheid is geen taboe, het is menselijk.”