Wat is een wooncoöperatie en hoe ziet zo’n woning eruit? Het waren vragen die zaterdag beantwoord werden tijdens de landelijke GemeenschappelijkWonenDag, waarbij de Ebbingehof aan de Langestraat de deuren wagenwijd openzette. Volgens Karin Kruijer van het Startpunt Wooncoöperatie was er veel belangstelling.
Karin, hoeveel mensen hebben een bezoek gebracht?
“Onze schatting is dat ongeveer tachtig mensen binnen hebben gekeken. Vorig jaar deed de Ebbingehof ook mee; toen waren er 135 geïnteresseerden. Met de tachtig bezoekers van zaterdag zijn we overigens erg blij. Dat het aantal dit jaar wat lager ligt, heeft waarschijnlijk te maken met een combinatie van factoren. Vorig jaar duurde het programma wat langer. Dit keer hebben we ervoor gekozen om alleen in de middag de deuren te openen. Daarnaast is dit weekend het Hemelvaartsweekend, wat voor veel mensen wellicht toch een reden is om eropuit te trekken. Hadden we dan niet beter voor een andere dag kunnen gaan? Nee, het is een landelijke dag waarbij wooncoöperaties in het hele land te bezoeken waren. Daar hebben we bewust aansluiting bij gezocht.”
Om wat helderheid te scheppen: wat is een wooncoöperatie precies?
“Een wooncoöperatie is een vorm van collectief wonen waarbij de bewoners gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen voor hun huisvesting en leefomgeving. Het grote voordeel is dat je als lid van zo’n coöperatie veel meer zeggenschap hebt over het beheer, het onderhoud en de toewijzing van woningen dan bij een traditionele verhuurder. De Ebbingehof is in 2021 opgeleverd en is ontwikkeld voor vijftigplussers. Het complex bestaat uit veertig appartementen. Technisch gezien is de Ebbingehof bijna een wooncoöperatie. Juridisch is het namelijk net iets anders ingericht: de Ebbingehof is een stichting, terwijl traditionele wooncoöperaties meestal een vereniging zijn.”
Tekst gaat verder onder de foto’s:


Wat voegt zo’n open dag toe?
“We merken dat heel veel mensen nieuwsgierig zijn naar hoe zoiets er in de praktijk uitziet. Dat hebben we zaterdag mooi kunnen laten zien. Bewoners hebben rondleidingen door het gebouw verzorgd. Tijdens zo’n rondgang blijkt ook hoe verschillend de woningen zijn. De grootste woning is bijvoorbeeld 150 vierkante meter, terwijl er ook appartementen van 50 of 60 vierkante meter zijn. Wat vooral opvalt, zijn de positieve verhalen. Een bewoonster vertelde dat ze altijd in een koophuis heeft gewoond, maar dat ze zich hier nóg betrokkener voelt. Je bent samen echt meer eigenaar.”
Er is sowieso veel belangstelling voor jullie concept, hè?
“Wekelijks komen er bij de Ebbingehof berichten binnen van mensen die nieuwsgierig zijn naar hoe de huidige bewoners het complex van de grond hebben gekregen. Het gaat om particulieren, maar ook om architectenbureaus. Die interesse beperkt zich trouwens niet tot Nederland alleen; ook uit het buitenland is er belangstelling. Er waren onlangs zelfs mensen uit de Randstad die langs wilden komen, maar toen ze in de gaten kregen dat Groningen toch nog wel een stukje reizen is, vonden ze dat uiteindelijk toch te ver.”
Is deze woonvorm ook een manier om maatschappelijke problemen zoals eenzaamheid aan te pakken?
“Dat denk ik wel. In het gebouw wonen de mensen volledig zelfstandig, maar er zijn ook gemeenschappelijke ruimtes waar men elkaar kan ontmoeten. Het gaat dus eenzaamheid tegen, maar zorgt er ook voor dat je op elkaar past en elkaar helpt: een modern stukje noaberschap. Er ontstaan hierdoor hele mooie initiatieven, zoals een teken- en een kookclub. Doordat je in hetzelfde gebouw woont en elkaar regelmatig tegenkomt, ligt de drempel veel lager om zoiets op te starten. De kracht zit in de diversiteit van de bewoners: in de Ebbingehof is de jongste bewoner 50 en de oudste 90 jaar.”
Als we een beetje uitzoomen: hoe gaat het in algemene zin met de ontwikkeling van wooncoöperaties?
“Het zit absoluut in de lift; er komen er steeds meer bij. De gemeente Amsterdam is wel echt koploper. Zij hebben in maart nog een groot evenement gehouden waarbij ze alle twaalf coöperaties in hun gemeente in het zonnetje hebben gezet. Ondertussen zie je steeds meer gemeenten vorderingen maken om specifieke locaties aan te wijzen. Ook in onze gemeente gebeuren er mooie dingen. Naast de Ebbingehof heeft de gemeente nog twee locaties aangewezen waar een coöperatie kan komen: De Suikerzijde en de Eems. Daarmee is direct het moeilijkste deel al geregeld, want het begint uiteindelijk allemaal met de grond.”
Kunnen wooncoöperaties ook bijdragen aan het oplossen van het woningtekort?
“Ik denk niet dat het dé totaaloplossing is, maar het is wel een van de puzzelstukjes. Het mooie van een wooncoöperatie is de flexibiliteit in woninggroottes. In de jaren zestig en zeventig had je voornamelijk het klassieke gezin, maar tegenwoordig is dat palet veel breder met alleenstaanden en eenoudergezinnen. De woningen in een coöperatie voorzien daarin: ik vertelde al dat woningen verschillende groottes kunnen hebben. Bovendien nodigt het uit tot delen. Heb je allemaal een eigen wasmachine nodig, of zet je die in een gemeenschappelijke ruimte? En is een deelauto een optie? Er ontstaan allerlei nieuwe trends. De Ebbingehof is dan weliswaar voor vijftigplussers, maar je kunt dit net zo goed voor jongeren opzetten. En inderdaad, als mensen naar een coöperatie verhuizen, laten ze elders weer een woning achter. Zo komt de doorstroom op gang.”
Zie je dat de belangstelling groeit?
“Wij hebben inmiddels zo’n zeshonderd mensen die ingeschreven staan voor onze nieuwsbrief. Wat wel belangrijk is, is dat mensen zelf de handschoen oppakken. Net als bij de Ebbingehof moet je als bewoners zélf zo’n project van de grond tillen. Natuurlijk is er advies en hulp te krijgen, maar er zijn echt kartrekkers nodig. Juist voor de nieuwe locaties op De Suikerzijde en de Eems ontbreekt het daar nog wel eens aan. De mensen die wij tot nu toe horen zijn vaak nog wat te afwachtend.”
Stel dat mensen nu nieuwsgierig zijn geworden. Waar kunnen ze terecht?
“Mensen kunnen sowieso kijken op onze website en zich inschrijven voor de nieuwsbrief. Daarnaast hebben we twee informatieavonden die binnenkort plaatsvinden: op 4 en 9 juni. En als je je als groep aanmeldt, dan gaan we direct rond de tafel om te inventariseren hoe serieus de plannen zijn en welke ideeën er leven.”