Groningen werd 81 jaar geleden bevrijd door Canadese geallieerden. In het Bevrijdingsbos werd hier zaterdagavond uitgebreid bij stilgestaan, voorafgegaan door een lezing van Joël Stoppels van Battlefield Tours in de Stefanuskerk in Noorddijk. Stoppels blikt tevreden terug op de avond.
Joël, hoe is het gisteravond gegaan?
“Het was een hele geslaagde avond. Na afloop was iedereen het er wel over eens dat het belangrijk is om hierbij stil te staan. Het is weliswaar 81 jaar geleden, maar de huidige situatie in de wereld laat zien dat onze vrijheid onder druk staat. De kerk was tijdens de lezing redelijk vol. Het is natuurlijk maar een klein gebouw waarbij je mensen niet oneindig toe kunt laten. Daarna zijn we naar het Bevrijdingsbos gegaan, waarbij er stilgestaan werd bij het regimentenplateau en de namen van de 44 gesneuvelde Canadese militairen werden voorgelezen. Je zag dat er bij dit moment veel mensen aanwezig waren.”
Terug naar de lezing. Daarbij ging het over gesneuvelde militairen die postuum onderscheiden werden, toch?
“Dat klopt. Na de bevrijding zijn er veertien medailles uitgereikt aan militairen die tijdens de bevrijding een heldhaftige rol hebben gespeeld. In sommige gevallen gaat het om medailles die postuum zijn uitgereikt. Het gaat dan bijvoorbeeld om de Bronzen Leeuw; dit is een hoge Nederlandse dapperheidsonderscheiding. De naam zegt het al: het gaat om een Nederlandse medaille die werd uitgereikt aan Canadezen. Maar het gaat ook om de Distinguished Service Order (DSO), een hoge Canadese onderscheiding die werd uitgereikt.”
Veel mensen weten globaal hoe de bevrijding verliep en dat het vier dagen duurde. Maar jij vertelt de verhalen daarachter?
“Veel mensen weten inderdaad ook dat Fred Butterworth de eerste Canadese soldaat was die om het leven kwam toen de tank waarin hij reed geraakt werd door een Panzerfaust, waarna de tank een huizenblok aan de Paterswoldseweg in reed. Maar er zijn veel meer verhalen. Elke Canadees die om het leven kwam, heeft een eigen verhaal. Vaak gaat het om bijzondere en bizarre acties. Ik heb dit tijdens de lezing uitgelegd met behulp van kaarten om te laten zien waar wat gebeurde. Na afloop vertelden mensen dat ze hierdoor veel meer inzicht hebben gekregen in hoe de strijd is verlopen.”
Om één van de Canadezen eruit te lichten: welk verhaal heeft op jou de meeste indruk gemaakt?
“Dan moet ik denken aan de Parkbrug. Deze brug over het Hoornsediep wilden de Duitsers koste wat kost behouden. Immers, als de brug in Canadese handen zou vallen, was het heel makkelijk om op te rukken naar de binnenstad. In de nacht van 13 op 14 april werd er strijd geleverd rond de brug. Ondanks twee pogingen lukte het niet om de brug in te nemen. Om de belangrijke brug toch in bezit te krijgen, staken twee compagnieën in bootjes het Hoornsediep over. Onder hen Thomas Patrick Mulvihill.”
Wie was Thomas Patrick Mulvihill?
“Mulvihill werd geboren in september 1920 in Ashdod, Ontario. In het Canadese leger had hij de rol van sergeant. In Frankrijk was hij, na de landing in Normandië, gewond geraakt aan zijn hoofd door een mortiersplinter. Mulvihill zorgde ervoor dat Duitse stellingen bij de Parkbrug in de flank werden aangevallen. Toen hij via een bootje terugkeerde naar de overkant om rapport uit te brengen bij zijn commandant, werd hij dodelijk geraakt door een Duitse sluipschutter die zich in de omgeving ophield. Postuum heeft hij de Bronzen Leeuw toegekend gekregen.”
Het gaat dus om zeer heldhaftige acties?
“Dat klopt. Zulke situaties zag je bijvoorbeeld ook terug bij de Herebrug en bij de Suikerfabriek. Op die laatste plek is een verhaal bekend van een Canadese militair die, alleen uitgerust met een machinegeweer, over de spoordijk klom om een Duits kanon uit te schakelen. En voor de duidelijkheid: veel heldhaftige Canadezen overleefden de oorlog. Dat maakt het voor ons onderzoek soms lastiger: van de Canadezen die het leven lieten, bestaan vaak goede beschrijvingen en foto’s. Bij degenen die het overleefden is die informatie moeilijker te vinden, ook omdat zij direct doorgingen naar de volgende gevechtshandeling.”
Hoe reageerden de aanwezigen op deze persoonlijke verhalen?
“Ze vonden het erg interessant. Ik maakte bij mijn presentatie ook gebruik van foto’s, want op veel plekken in de stad is nog steeds oorlogsschade zichtbaar. Vaak is dat niet direct te zien; je moet het echt weten. Verschillende mensen reageerden na afloop dat het in sommige gevallen ging om plekken waar ze dagelijks langskomen. Voor hen zal die plek nu voor altijd veranderen. Nu weten ze wat daar heeft plaatsgevonden, en dat maakt het zo belangrijk om deze verhalen te blijven vertellen. Dit mag niet vergeten worden.”
De komende weken richting 4 en 5 mei zullen wel druk zijn?
“Dat kun je wel zeggen. Vanochtend stond ik bijvoorbeeld nog op de Grote Markt met een groep Canadezen. Mijn vrouw zei vorig jaar al dat het rond de tachtigjarige herdenking druk zou worden, maar ik heb het idee dat het dit jaar nog drukker is. Vanuit Canada is er veel belangstelling om Groningen te bezoeken, vaak door de tweede en derde generatie. Mensen die via overlevering de verhalen hebben gehoord dat opa in Groningen gevochten heeft; zij willen dat nu met eigen ogen zien.”
Merk je ook dat de belangstelling in Nederland zelf toeneemt?
“Ja, toch wel. We merken namelijk dat er dit jaar veel meer belangstelling is vanuit scholen om rondleidingen en excursies te krijgen. Er is nu een beetje een vertekend beeld omdat onze capaciteit is toegenomen, maar het feit is dat we deze periode meer scholen bedienen. En dat snap ik. Er is van alles aan de hand in de wereld: de oorlog in Oekraïne, het conflict in het Midden-Oosten met de afsluiting van de Straat van Hormuz. De vrijheid, in de breedste zin van het woord, staat onder druk. Scholen vinden het belangrijk om hierbij stil te staan. En als je het mij vraagt: ja, het is essentieel om dat aan te bieden.”