Column Benno de Jongh | Kamp

column

We moeten het even hebben over Henricus Gregorius Jozeph Kamp, beter bekend als Henk Kamp. Jammer, want ik had mijn allereerste column voor OOG graag positief willen beginnen, met een leuk, gezellig onderwerp, iets over horeca of over studenten ofzo…

Maar ja, nu de parlementaire-enquêtecommissie aardgaswinning Groningen weer in volle gang is, en Kamp twee keer verhoord wordt, is het onvermijdelijk het over hem te hebben. Henk Kamp, oud-minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Defensie, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Economische Zaken en weer van Defensie. Als er in Den Haag een prijs bestaat voor dé apparatsjik van de 21ste eeuw, dan komt Kamp zeker in aanmerking voor goud, al zijn Stef Blok en Maxime Verhagen, niet toevallig beiden ook oud-minister van Economische Zaken, geduchte concurrenten. Een paar maanden na de beving in Huizinge in de zomer van 2012, de krachtigste aardbeving die ooit gemeten is in de provincie Groningen, begon Kamp als minister. In de jaren daarop werd meer gas opgepompt dan ooit, en tegelijkertijd ogenschijnlijk nog minder gedaan voor de Groningers met aardbevingsschade dan ooit.

Henk Kamp heeft al vroeg begrepen dat politiek vooral met loyaliteit te maken heeft. Nee, geen loyaliteit naar degenen die je dient: de burgers, het volk, wat oorspronkelijk het idee is van een bestuurder, nee ben je gek! Het gaat om de loyaliteit naar degene boven je. Naar degene die je bédient. Van Kamp kan je veel zeggen, maar één ding moet je hem nageven: het is geen domme man. Dat wil zeggen: hij is gewiekst, sluw, uitgekookt. Als het gaat om overleven in de politiek, dan behoort Kamp tot de allerbesten.

Henk Kamp zat vroeger op de kostschool bij de paters Karmelieten en het kan bijna niet anders dat het daar al is misgegaan. Daar moet Henk Kamp dusdanig gepest en vernederd zijn door zijn medebewoners, misschien ook wel door oud-SP-leider Jan Marijnissen die bij hem op de kostschool zat – of door de paters, dat kan ook – dat de kleine Henk Kamp dacht: ‘Dit gebeurt me nooit meer, voortaan ben ik degene die pest en vernedert.’ Naar beneden spugen en omhoog likken, dat is wat Henk Kamp sindsdien heeft gedaan. Toen hij verantwoordelijk werd voor het gasdossier, dachten sommige mensen nog: die Kamp is wel een nuchtere, het is er eentje uit de regio, die begrijpt ons misschien wel. Dat gecultiveerde Twentse accent, waarmee hij zijn woorden op trage, monotone, bijna robotachtig wijze uitspreekt – om maar niets te zeggen dat hemzelf of de boven-hem-gestelden schaadt – doet sommigen vermoeden dat hij een man van het volk is. Maar Haagser dan Henk Kamp krijg je ze niet.
Natuurlijk moet je als minister impopulaire beslissingen nemen. Dat hoort bij je vak en is in dit land de afgelopen decennia veel te weinig gebeurd. Maar bij Kamp is toch iets anders aan de hand. Die heeft er altijd een sport van gemaakt om impopulaire beslissingen te nemen, waarbij sadisme nooit ver weg leek. Het is vooral om zijn meerderen te laten zien: dit is wat ik voor jullie over heb. En tegelijkertijd aan het voetvolk te laten zien wie er de baas is.

Zo mocht het dan ook niet verbazen dat Kamps naam voorkwam in de Uberpapers. U weet u nog wel, de documenten die voor de vakantie opeens opdoken waaruit blijkt dat taxibedrijf Uber met de marktwerking een handje werd geholpen door toenmalig eurocommissaris Neelie Kroes en de belastingdienst. Ook Kamp, slaafs als-ie is ten opzichte van diegenen met de allermeeste macht, haastte zich direct, waarschijnlijk na opdracht van Kroes of Rutte, op tv te zeggen dat hij Uber toch wel een fantastisch bedrijf vond. Kamp was ook de eerste die Rutte vele veren in zijn achterste stak na het 1 april-debat, nu alweer anderhalf jaar geleden, toen bleek dat Rutte in meerdere opzichten ‘geen actieve herinnering’ had aan zaken die slecht voor zijn politieke carrière uit konden pakken. Kamp zei toen tegen iedereen wat voor geweldig man Rutte wel niet is. De vergelijking met Nelson Mandela ontbrak er nog net aan.

Natuurlijk kreeg Kamp niet veel later van Rutte een kluif, want toen de ene na de andere minister vertrok omdat de formatie wel erg lang duurde of vanwege een lobbybaantje elders, werd de trouwe strijder beloond met nog een paar maandjes ministerschap op Defensie. Glunderend en likkend liep Kamp weer door Den Haag, hoewel zijn ministerschap ditmaal niet lang genoeg was om slachtoffers bij de burgerbevolking te maken.

Net als Maxime Verhagen en Annemarie Jorritsma zal het geheugenverlies op strategische momenten ook bij Kamp toeslaan tijdens de verhoren van de parlementaire enquête. De woorden ‘actieve herinnering’ zijn besmet geraakt, dus hij zal het slimmer verwoorden, iets als ‘dat weet ik niet precies meer’ of ‘dat zou ik moeten nakijken’. Tijdens de parlementaire enquête zal Kamp dingen zeggen over voortschrijdend inzicht, over de mores van toen, over de kennis van nu en over tunnelvisie, over gemeenschappelijke verantwoordelijkheid, over internationale verplichtingen en over de vrije gasmarkt.

Maar wat Kamp vooral gaat zeggen is dat hij een minister voor álle Nederlanders was. Dat hij jarenlang met veel inzet het openbaar bestuur en de kroon heeft gediend, waar dan altijd de suggestie in ligt dat het een ontzettende opoffering is dat ministerschap, alsof ijdelheid daarbij totaal geen rol speelt. Hij zal zeggen dat de gasbaten alle Nederlanders ten goede zijn gekomen, dat hij niemand in de kou wilde laten zitten tijdens onze helse winters. Maar, de feiten liegen niet: het beleid van Kamp heeft op alle punten gefaald: de Groningers zijn niet blij, de rest van Nederland niet en zelfs de staat en de olies hadden nog flink kunnen verdienen aan wat nu nog in de Groninger bodem zit.

Kamp zal dat ook schoorvoetend moeten toegeven, al zal hij het woord spijt vermijden. Hij heeft zich natuurlijk nauwkeurig voorbereid met juristen, die hem hebben ingefluisterd hoe hij zijn zinnen zo kan formuleren dat hij niet juridisch aansprakelijk is. En hij heeft vooraf natuurlijk ook gesproken met de mannen van Shell, Exxon Mobile, Gasterra, Gasunie, NAM, IMG et cetera over wat ze wel weten en niet weten, wanneer ze wel en niet in welke kamer waren en waar wel en niet notulen van bestaan. Eén ding zal hij niet doen, Rutte verraden, want Kamp weet dat hij alles aan onze eeuwige premier te danken heeft.
Maakt u zich geen illusies: Henk Kamp weet precies wat hij wel en niet gaat zeggen. Het hangt dan ook van de vragen van de parlementaire enquêtecommissie af of Kamp nog enigszins in de moeilijkheden gaat komen. Misschien, heel misschien, kan de commissie hem uit z’n tent lokken door bij elke vraag te zeggen: ‘Maar, die ruim duizend miljard die nog in de grond zit, vindt u dat niet zonde?’

En dat Kamp dan – na de zeventiende keer dat de commissie hem wijst op al die onbenutte miljarden – uit z’n vel springt zoals Jack Nicholson in A Few Good Men. Dat hij dan – tegenover deze Kamerleden, representanten van het volk, waar hij al decennia op neerkijkt – het opeens uitschreeuwt: ‘Ja, natuurlijk wist ik het, natuurlijk heb ik het bewust gedaan!’ Of – en dat zou nog beter zijn – dat de commissie hem achteraf kan betrappen op een leugen, een van de velen van Kamp, maar nu gedaan op een plek waar het echt niet kan: een plek waar je onder ede staat. Waardoor Kamp uiteindelijk ten onder gaat, gestikt in zijn laatste leugen.

Nee, de Groningers met bevingsschade hebben er niet veel aan als Kamp de gevangenis in gaat. En het hoeft ook niet voor jaren te zijn. Een maandje of drie zou mooi zijn. Al is het maar om toekomstige bestuurders en ambtenaren duidelijk te maken: ongestraft handelingen verrichten waarvan je weet dat het mensen schaadt, daar kunnen gevolgen aan zitten, ook voor jou persoonlijk. Net zoals er consequenties aan zitten wanneer wij – normale mensen – roekeloos gedrag vertonen of opzettelijk kwaad doen aan anderen.

En als Kamp dan veroordeeld wordt, dan is er een mooi plekje waar hij zijn tijd door kan brengen. Op het land van boer Kornelis Boon in Kolham staat een gebouwtje, het is geen monument, geen museum, er hangt geen plaquette, al helemaal geen bedankje aan de Groningers, het is eigenlijk net niks. Het is een grote lege witte, schuur, met wat graffiti op de muur, zonder doel, zonder bestemming. Maar het is wel de plek waar in 1959 het gas werd ontdekt en waar dus de ellende voor veel Groningers mee begon. Met een paar simpele ingrepen, wat isolatie, een bed en een paar tralies, kunnen we daar prima aan huis van bewaring van maken voor één persoon.
Als Kamp dan op zijn gevangenisbedje ligt te dromen over het mooie Twentse land, dan zal de aarde in die drie maanden vast wel één keer van zich laten horen. Henk Kamp zal dan wakker schrikken en heel misschien, heel eventjes denken: ‘Wat hebben wij in Den Haag er een ontiegelijke puinzooi van gemaakt.’

– Benno de Jongh –

Benno de Jongh is freelance journalist, onder meer bij RTV Noord en voor verschillende schaakwebsites. De Jongh schrijft vanaf september wekelijks een column over een relevant onderwerp uit de gemeente Groningen. Heb jij een goed onderwerp waar Benno aandacht aan moet besteden? Of wil je iets kwijt over de columns van Benno? Stuur dan een mail naar benno@oogtv.nl.

Deel dit artikel: