Raad wil grip op subsidies die gemeente binnenhaalt, wethouder staat niet te springen: “Kost te veel capaciteit”

nieuws
Foto Andor Heij: Grote Markt, Stadhuis

De gemeenteraad wil veel beter geïnformeerd worden over de subsidies die de gemeente Groningen binnenhaalt en welke voorwaarden daaraan gekoppeld zijn. Omdat een integraal overzicht ontbreekt, kan de raad zijn kaderstellende en controlerende taak niet goed uitvoeren, zo stelt de Rekenkamer en vinden verschillende partijen. Wethouder Mirjam Wijnja is niet blij met de roep om een nieuw overzicht: volgens haar kost dat te veel ambtelijke capaciteit, wat ten koste gaat van het daadwerkelijk binnenhalen van subsidies.

“Het valt mij op dat er tijdens deze vergadering bij tijd en wijlen hele grote woorden worden gebruikt”, reageerde wethouder Wijnja aan het einde van het debat. “Dat er gezegd wordt dat er een gebrek is aan transparantie: daar is echt geen sprake van. Er is ook geen sprake van dat de raad niet in de lead is. Als raadslid moet je goed kunnen beoordelen wat de risico’s zijn, waar het geld voor bedoeld is en wanneer een subsidie eventueel terugbetaald moet worden. Om dit overzichtelijk te maken, verwerken we die informatie in de specifieke raadsvoorstellen. Stel dat je één totaaloverzicht hebt: wat zegt dat dan? Subsidies verschillen onderling enorm van elkaar.”

Het debat in de raad volgt op een navolgingsonderzoek van de Rekenkamer Groningen. In 2021 keek de Rekenkamer ook al kritisch naar de subsidieverwerving. De gemeente is sindsdien serieus aan de slag gegaan met professionalisering, maar de Rekenkamer concludeert nu dat de informatievoorziening aan de raad ernstig achterblijft. Er ligt een stapel van vijf nieuwe aanbevelingen, met als belangrijkste wens: kom met een jaarlijks, integraal overzicht van alle geworven subsidies, herkomst, bestedingsdoelen en cofinanciering.

Het debat in de nieuwe raadzaal was bijzonder: slechts vijf partijen schoven aan om hun visie te presenteren en om met elkaar in debat te gaan.

‘Eén kant van de medaille’

“Subsidies zijn geen doel op zich, maar een middel om gemeentelijke ambities te realiseren”, stelt raadslid Ivar Kuper van Student & Stad. “We zijn blij dat er sinds 2021 professionalisering heeft plaatsgevonden en dat de gemeente succesvoller is geworden in het aantrekken van middelen. Maar dat is één kant van de medaille. De andere kant is de rol van de gemeenteraad, waar kaderstelling en controle belangrijke waarden zijn. Op dit moment ontbreekt het ons aan een integraal overzicht en koers. We hebben onvoldoende inzicht in wat er binnenkomt en waar het aan besteed wordt. Het gaat om substantiële hoeveelheden geld.”

PRO kijkt hier anders tegenaan. Raadslid Joren van Veen: “De gemeenteraad heeft budgetrecht. Als raadsleden zien we elke begroting voorbij komen. Is dat niet voldoende?” Kuper: “Voor mijn fractie is dat niet voldoende. Wat de Rekenkamer ook voorschrijft: wij willen meer betrokkenheid en grip. Een goed overzicht draagt bij aan goede besluitvorming. En de informatie hiervoor is in de organisatie al grotendeels aanwezig, dus het aanleveren kost maar beperkte capaciteit.”

Groot gat tussen beeld van de Rekenkamer en college

Student & Stad staat daarin niet alleen. Ook D66, de VVD en de Stadspartij 100% voor Groningen willen dat alle aanbevelingen van de Rekenkamer integraal worden overgenomen. Jim Lo-A-Njoe (D66) ziet een groot gat tussen wat de Rekenkamer schetst en het verhaal van het college: “We zien twee beelden. Enerzijds zijn er sinds 2021 positieve stappen gezet. Maar dat is niet hetzelfde als werken aan de informatiepositie van de raad. Op dit moment heeft de gemeenteraad geen samenhangend beeld van welke externe middelen worden binnengehaald. Via projecten als het Nationaal Programma Groningen en Nij Begun halen we heel veel geld binnen. Je wilt volledige transparantie, ook omdat dit het budgetrecht van de raad raakt. De Rekenkamer zegt dat dit snel inzichtelijk te maken is, maar de wethouder schetst een heel ander beeld. Wie heeft er nu ongelijk?”

PRO-raadslid Van Veen vindt dat de oppositie wel erg van de toren blaast: “D66 maakt gebruik van hele grote woorden. Maar wie moet akkoord geven op de uitgaven? Dat ligt toch nu al bij de raad? Het is veel relevanter om op projectniveau te kunnen zien wat er gebeurt, in plaats van een totaaloverzicht waar we in de praktijk heel weinig mee gaan doen.”

Cassandra Hensen (VVD) snapt weinig van die terughoudendheid: “Externe middelen moeten we benutten, zeker als het helpt. Maar geld is niet vrij en veel middelen zijn tijdelijk. Als raadslid moet je weten wat er binnenkomt, waar het aan besteed wordt en wanneer het stopt. Dit debat gaat niet over de vraag of we wel of geen geld binnen willen halen, maar over grip kunnen houden op de financiën. Wij willen dat er een vaste subsidieparagraaf wordt toegevoegd aan de begroting en de jaarrekening.”

Wethouder waarschuwt voor averechts effect

Wethouder Mirjam Wijnja is niet principieel tegen een overzicht, maar waarschuwt voor de ambtelijke prijs die de gemeente daarvoor moet betalen.

“We zijn niet tegen een integraal overzicht. Maar als je dit gaat doen, gaat het ten koste van iets anders. Financieel hebben we het als gemeente al heel ingewikkeld. Externe financiering hebben we erg hard nodig om door te kunnen gaan met onze plannen. Alles wat we niet op de werving inzetten omdat we bezig zijn met het brede overzicht, gaat daar ten koste van. En dat heeft heel veel consequenties.”

De fracties van D66, VVD, Student & Stad en de Stadspartij laten het er niet bij zitten en willen dat het college alsnog over de brug komt met een brede subsidieparagraaf. PRO ziet daar de noodzaak nog steeds niet van in en wil alleen strakke afspraken maken over incidentele middelen buiten de begroting om. Daarmee is het laatste woord nog niet over dit onderwerp gesproken.