Gemeenteraad wil meer ruimte voor straatmuziek: “15-minutenregel is te streng, laat muziek de ruimte krijgen”

nieuws
Foto: Sebastiaan Scheffer

Straatmuziek in de binnenstad gaat meer ruimte krijgen. De huidige regel waarbij een muzikant vijftien minuten op dezelfde plek muziek mag maken, wordt door vrijwel de gehele raad als te streng ervaren. Een versoepeling moet de binnenstad bruisender maken, al klinken er in de raad ook zorgen over de leefbaarheid en mogelijke overlast voor ondernemers.

“Dat we regels hebben is niet omdat we muziek op straat onmogelijk willen maken”, vertelt burgemeester Roelien Kamminga (VVD). “De regels die we hebben zijn bedoeld om muziek in de openbare ruimte te reguleren en om overlast te voorkomen. Maar tegelijkertijd moet er ook ruimte zijn voor muzikanten die het leuk lijkt om dit te proberen. De regels die we hebben worden ook niet strikt nageleefd: dat is niet wat prioriteit heeft bij de agenten en handhavers. We staan er daarom niet met een stopwatch bij of iemand zich wel houdt aan de vijftien minuten. Tegelijkertijd vind ik ook dat we prima kunnen kijken naar de regels waardoor er meer ruimte kan komen voor deze mooie cultuur.”

Knellende regels in de praktijk

Terug naar november 2025. Op de Akerkhof bij de kruising met de Brugstraat klinkt muziek. Nynke en Matúš, die beiden bij studentenorkest Bragi spelen, laten aan het voorbijlopende publiek stukken op viool horen. “Eigenlijk is het idee spontaan ontstaan”, vertelt Nynke. “Samen met Matúš speel ik duetten, en het leek ons leuk om dit ook voor het winkelend publiek te doen.” Ze zochten de regels van de gemeente op. “Daaruit bleek dat een vergunning nodig is die 58,79 euro kost. Voor ons is dat een forse investering.”

“Daarnaast mag je vijftien minuten op dezelfde plek spelen”, zeggen ze lachend. “Aan die vijftien minuten houden we ons niet altijd. Sommige stukken die we spelen duren al ruim vijftien minuten. En omdat we buiten muziek maken, moeten we onze instrumenten vooraf ook stemmen. Dat kost tijd.”

Om als straatmuzikant op te kunnen treden, moet er voldaan worden aan zeven voorwaarden. Naast een vergunning moet een muzikant na vijftien minuten van plek verwisselen. De limiet van een kwartier wordt internationaal als uniek beschouwd: geïnterviewden zeggen zich niet te kunnen herinneren elders zo’n korte limiet gezien te hebben. Daarnaast zijn verschillende locaties, zoals het Martinikerkhof, de Herestraat en de in- en uitgang van gebouwen, verboden terrein. Ook is het niet toegestaan om geluidsversterkende apparatuur te gebruiken en gelden er strikte tijdstippen.

Tekst gaat verder onder de video:

Raad pleit voor meer spontaniteit

Wieke van Heteren is raadslid voor Student & Stad: “Muziek bestaat in verschillende soorten en maten: studentenbands, orkesten en koren. Muziek brengt mensen samen. Het zorgt voor levendigheid op straat waarbij mensen stil blijven staan. De huidige regels, waaronder de 15-minutenregel, worden als te streng ervaren. Muzikanten moeten eerst hun viool stemmen, waardoor er nog maar vijf minuten pure speeltijd overblijven. Wat mijn fractie betreft mag de tijdslimiet naar dertig minuten. Daardoor krijgt de muzikant de tijd om de muziek te laten horen en krijgt het publiek tijd om te genieten. Laten we enthousiasme en spontaniteit niet onnodig ingewikkeld maken.”

Van Heteren wil wel een aantal punten meegeven: “Naast straatmuzikanten heb je ook bands en koren. Deze hebben voor een optreden een evenementenvergunning nodig die weken van tevoren aangevraagd moet worden en enkele honderden euro’s kost. Ik denk dat het goed is dat we gaan kijken dat niet alles direct een ‘evenement’ hoeft te zijn. Laten we dit samen met de makers oppakken, dat we met koren en orkesten in gesprek gaan, waardoor er een levendige binnenstad ontstaat en op voorhand niet alles dichttimmeren. Laat de muziek de ruimte krijgen om te gaan klinken.”

Voor Morris Wouters van D66 is het onderwerp aanleiding om de toehoorders mee terug te nemen naar de jaren tachtig: “We zijn in de Herestraat. Voor een groot en bekend warenhuis is het druk. Zo druk dat de straat dichtslibt. De reden: er is muziek. Pé en Rinus treden er op. De optredens brachten mensen samen en zorgden dat de stad bruiste. Het zijn verhalen die nog steeds rondgaan in mijn familie. Dan naar vandaag de dag: een optreden zoals toen, dat gaat niet meer. De Herestraat is stil. Door regels mag er in de Herestraat niet meer opgetreden worden. Er mag geen versterking worden gebruikt; als er meer dan honderd toeschouwers zijn, moet er gestopt worden en dan is er de 15-minutenregel. De regels zijn te streng.”

Daar reageert Ronan van Langen van de Partij voor de Dieren op: “D66 is een partij die ook kijkt naar het belang van ondernemers. Die groep kan hierdoor juist veel overlast ervaren. Waarom dan toch de regels verruimen?” Wouters: “Mijn fractie is van mening dat het hebben van livemuziek kan bijdragen aan de sfeer in een straat en een gebied. De muziek trekt dus juist mensen aan. Daardoor kunnen ze ook sneller een winkel inlopen. Je zorgt ervoor dat de verblijfskwaliteit in de binnenstad toe gaat nemen.”

Ook PRO is enthousiast. Justine Jones: “De wereld is een podium, zei een bekende Engelsman ooit eens. We hebben de Stadsschouwburg, we hebben FIXY, we hebben Simplon en de Oosterpoort. Maar we hebben ook de straat. De straat is een toegankelijke plek waar het publiek geen duur kaartje hoeft te kopen en waar artiesten kunnen optreden die nog geen single of album hebben uitgegeven. Livemuziek zorgt voor gezelligheid en sfeer en het brengt mensen samen. Ook geeft het artiesten de mogelijkheid om ervaring op te doen. Tegelijkertijd zijn regels nodig: een vergunning is daarom logisch. De limiet van vijftien minuten vinden we te krap. Wel denken we dat het goed is om versterking niet toe te staan. Aan de andere kant horen we de wensen van muzikanten die de regels nu als te streng ervaren: laten we ervoor zorgen dat de muziek weer te horen zal zijn in de straten.”

Stadspartij: “Regels verder verruimen”

Stadspartij 100% voor Groningen is minder voorzichtig. Marcel den Os: “Ik mis de straatmuzikant. Het zou heel goed zijn dat we de regels oprekken. Van vijftien naar dertig minuten, dat kan prima. Wel zou ik aandacht willen vragen voor rondreizende muzikanten: zij treden één dag op en moeten net als andere straatmuzikanten 60 euro betalen. Wellicht dat hier een tijdelijke vergunning voor in het leven kan worden geroepen. Dat zou ook kunnen gelden voor studenten van het conservatorium: dat zij tegen een gereduceerd tarief ervaring op kunnen doen.”

Den Os vertelt verder: “Wat betreft overlast: bij muziek hoort geluid. Toch staan wij niet negatief tegenover het versterken. Maak je het te bont, dan loop je immers het risico dat je je vergunning kwijtraakt. Je hebt dus een verantwoordelijkheid. Ook kunnen wat ons betreft de regels in de Herestraat verruimd worden. Indertijd hebben we de regels toen gesteund omdat het er helemaal uit de klauwen liep. Inmiddels zijn we beland in het jaar 2026 en kunnen we wat ons betreft de ruimte geven aan straatmuzikanten, jongleurs en andere kunstenaars. Ondernemers zeggen ook: er mag best wel wat meer reuring komen.” Den Os sluit zich ook aan bij Student & Stad: “Als je als groep optreedt, ben je honderden euro’s kwijt waarbij een vergunning voor een bepaalde dag geldt. Kunnen we niet zeggen: op die dag regent het, dan kijken we of het een dag later kan?”

SP en PvdD bezorgd over leefbaarheid

Maar er zijn ook zorgen. Bijvoorbeeld bij de SP. Jesse Bosscha: “Cultuur moet niet iets zijn dat van boven opgelegd wordt. Een straatmuzikant is hier het voorbeeld van. Het bestaat al heel lang: het is voor en door de mensen. Wij denken dat het huidige beleid prima is. De restricties zijn niet onredelijk. Een verbod op geluidsversterking begrijpen we namelijk wel. Je kunt dit loslaten, maar het gevolg kan een kat-en-muisspel zijn: een muzikant ziet een handhaver naderen, draait het volume omlaag en eenmaal gepasseerd gaat het volume weer hoger. Wat betreft de 15 minuten: met ons kan er prima gepraat worden om dit te verruimen.”

Daar reageert Wouters van D66 op: “De SP is heel negatief en vindt het lastig, maar komt dan toch met 30 minuten, waar we heel blij mee zijn. Maar ik had op iets meer gehoopt.” Bosscha: “Als je de regels gaat verruimen, kan de kans op overlast toenemen.”

Ook Partij voor de Dieren is kritisch. Ronan van Langen komt daarbij vooral op voor de ondernemers: “Kunst en cultuur vormen de basis van een open samenleving. In onze gemeente investeren we hier juist in waar er door het Rijk op bezuinigd wordt. Ondertussen zien we dat onze binnenstad bruist. Daardoor is er een complexe puzzel ontstaan waarbij er grenzen getrokken moeten worden. Op dit moment zien wij dat de overlast van straatmuziek nagenoeg verdwenen is. Wij zijn bang dat ondernemers omzet verliezen als zij een straatmuzikant voor de deur hebben zitten als we de regels weer op gaan rekken.”

Daar reageert Wouters van D66 op: “Kan het misschien ook zijn dat de overlast verdwenen is omdat er door de regels geen straatmuziek meer plaatsvindt?” Van Langen: “Dat zou kunnen. Ondertussen zien we dat het college vorig jaar de regels voor kleinere evenementen al versoepeld heeft. Door de aanwezigheid van poppodia hebben we al een hele levendige binnenstad.”

Kelly Blauw van de PVV is met stomheid geslagen: “Partij voor de Dieren ken ik niet als een partij die opkomt voor ondernemers. Als livemuziek bijdraagt aan de sfeer, dan hebben we toch niet meer regels nodig?” Van Langen: “Wij maken een andere afweging.” Wel geeft de partij aan dat vijftien minuten op een locatie wellicht wat krap is: “Voor ons is dertig minuten bespreekbaar.”

Rosalie van der Heide van de ChristenUnie noemt het een klassieke afweging: “Muziek op straat zorgt voor verbinding en voor spontane ontmoetingen. Het zou een toevoeging zijn voor de gemeente. Maar er speelt hier wel een klassieke belangenafweging. We gaan de regels voor geluid in de openbare ruimte versoepelen. Sommige mensen halen daar plezier uit, maar voor andere mensen is het overlast. Op dit moment zien we dat er weinig overlast wordt ervaren. We hebben de wensen van de muzikanten gehoord. Maar wat gaat dit betekenen? Moeten boa’s en handhavers zich dan bezig gaan houden met meer overlastmeldingen?”

Wieke van Heteren van Student & Stad interrumpeert: “In andere steden, zoals Londen en Dublin, zien we dat meer muziek op straat werkt en ook veel oplevert. Neemt de ChristenUnie dit ook mee?” Van der Heide: “Jazeker. We zijn dan ook voorzichtig positief over verruiming van de regels. Ik merk dat ook in de zaal, dat het die kant op helt.”

Burgemeester bereid om naar regels te kijken

Burgemeester Roelien Kamminga is in haar betoog duidelijk: “Ik bof maar dat ik burgemeester ben van zo’n prachtige gemeente waarbij er meegedacht wordt hoe we de gemeente nog leuker en mooier kunnen maken. Het debat laat verschillende mogelijkheden zien. Ergens is er het beeld dat hier niets mag en niet kan. Dat is echt niet zo. Ja, je moet een vergunning aanvragen. En optreden in de Herestraat, dat in de jaren tachtig wel kon, kan nu niet meer, al is het alleen maar omdat het op straat veel drukker is geworden. De regels die we hebben zijn niet puur en alleen bedoeld om ondernemers te beschermen: ze dienen ook voor crowdcontrol. Een aantal plekken is uitgezonderd, maar op andere plekken is het wel toegestaan. Als muzikanten willen experimenteren: er kan nog steeds heel veel.”

Kamminga vervolgt: “Toch ben ik wel gevoelig voor wat er gezegd wordt. Een band valt op dit moment onder een andere categorie dan een straatmuzikant. Ik vind dat we daar als gemeente echt mee aan de slag moeten. Daar moeten we serieus naar kijken, wat we hierin kunnen betekenen. Op dit moment komen er weinig klachten binnen. Je kunt zeggen: wat we hebben, werkt. Aan de andere kant: is het allemaal niet te strak? Ik zou daarom ook best wel willen nadenken over dertig minuten. Daar zou ik wel heel serieus naar willen kijken. Ook omdat ik daarvoor een meerderheid zie ontstaan in de raad. Dat geldt ook voor de vergunningen: als je als duo optreedt, heb je dan beide een vergunning nodig? Of kunnen ook twee mensen op één vergunning? Dat wil ik ook uitzoeken.”

Wat betreft de rondreizende muzikanten is de burgemeester minder enthousiast: “Dat voordeel zie ik niet direct. De vergunning voor een straatmuzikant is voor een langere periode geldig. Aan de andere kant snap ik het punt wel. De restricties in de Herestraat: wat ik al zei, de tijd is veranderd. De toeloop is qua ruimte smaller geworden, waardoor die plek om muziek te maken niet direct geschikt is. Bovendien zijn er veel plekken waar het wel kan.”

Ondanks de uitleg en toezeggingen van de burgemeester overwegen Student & Stad, D66 en VVD om bij de eerstvolgende raadsvergadering een motie in te dienen om de versoepelingen officieel vast te leggen.