Lokale ondernemers behouden in de binnenstad door middel van het aankopen van panden via het Groninger Ontwikkelbedrijf. Verreweg het grootste deel van de raad is enthousiast over het werkplan waarmee het publiek ontwikkelbedrijf aan de slag gaat. Maar er zijn ook zorgen. Zo noemt de VVD het een risicovolle hobby die wel eens volledig uit de hand kan lopen.
“We willen de wereld een beetje mooier maken.” Dat zijn zo ongeveer de laatste woorden die door wethouder Rik van Niejenhuis (PRO) van Wonen gezegd worden tijdens de vergadering. “Groningen is veel te belangrijk om aan de markt overgelaten te worden. Het is belangrijk om hart te hebben voor de lokale ondernemers. Als je het aan de markt overlaat, dan ga je zien dat mensen die hele goede plannen hebben, er niet tussen gaan komen. Dat is oneerlijk.”
Het Groninger Ontwikkelbedrijf is opgericht om op te treden op plekken waar de markt tekortschiet. In het coalitieakkoord is afgesproken dat er vanaf 2027 jaarlijks een bedrag van 550.000 euro structureel beschikbaar wordt gesteld voor het bedrijf. In eerste instantie richt het ontwikkelbedrijf zich op drie specifieke focusgebieden in de binnenstad: De Gele Loper (tussen het Hoofdstation en de Vismarkt), het uitgaansgebied (Gelkingestraat, Oosterstraat, Peperstraat en Poelestraat) en de aanloopstraten (zoals de Nieuwe Ebbingestraat en de Boteringestraat). Of de gemeente daadwerkelijk een pand aankoopt, wordt bepaald aan de hand van vier criteria: de ligging, de bijdrage aan beleidsdoelen (met name veiligheid, levendigheid en identiteit), de beschikbaarheid en overige maatschappelijke kansen.
De mogelijkheid om panden aan te kopen is niet alleen een middel om lokale ondernemers te ondersteunen. Het kan ook een middel zijn om de veiligheid in een gebied te vergroten en ondermijning tegen te gaan.
Steun, maar ook wensen
In de raad is er veel steun voor het werkplan waarmee er aan het werk wordt gegaan. Bart Hekkema van Partij voor de Dieren: “Met dit werkplan zijn er genoeg mogelijkheden waarmee er goede afwegingen gedaan kunnen worden met het aankopen en verkopen van panden. Wel denkt mijn fractie dat we terughoudend moeten zijn met de verkoop. De aanleiding voor de oprichting van een ontwikkelbedrijf is omdat de balans weg is: veel grote partijen worden eigenaar van panden, waardoor kleine ondernemers het onderspit delven. In onze visie zou de vastgoedportefeuille van de gemeente steeds groter moeten worden, waardoor lokale ondernemers tegen aantrekkelijke tarieven aan de slag kunnen. Wij steunen dan ook de ambitie om twee tot vijf panden per jaar in bezit te gaan nemen.”
Ook het CDA is positief. Izaäk van Jaarsveld: “We willen graag de lokale ondernemers steunen. De opdracht die we geven is beperkt. De uiteindelijke ambitie is niet om in elke straat twee of drie panden te hebben.” Vincent Boswijk van D66 interrumpeert: “In hoeverre moet dit fonds gaan groeien?” Van Jaarsveld: “Ik heb niet een einddoel in gedachten. Persoonlijk vind ik dat het bedrag dat we nu beschikbaar stellen te mager is. Als we financieel in betere tijden hadden geleefd, dan had hier wat mij betreft meer geld naartoe gemoeten.”
Ivar Kuper van Student & Stad ziet eveneens kansen: “De binnenstad is meer dan een verzameling panden. Het is een plek waar ondernomen wordt, waar ontmoet wordt en waar ontspannen wordt. Door hogere huurprijzen is er een groeiende groep ondernemers die de huur niet kan betalen, waardoor leegstand dreigt en de binnenstad haar karakter kan verliezen. Wij zien daarom veel kansen in het ontwikkelbedrijf en de plannen die er liggen. Wij denken dat het goed is dat er ruimte gecreëerd wordt voor lokale voorzieningen die nodig zijn. Wij hebben een voorkeur voor startups, maar ook vinden wij een veiliger nachtleven belangrijk. Startups op dit gebied, die nieuwe ideeën en kansen creëren voor een veiliger nachtleven, zouden wij toejuichen.” Kuper benadrukt dat juist de focus op startups nu nog te veel ontbreekt in de plannen.
PRO kan zich in die woorden vinden. Joren van Veen: “Hiermee krijgen we een extra instrument waarmee we actief kunnen sturen op welke ondernemers we in de binnenstad willen hebben. De binnenstad is geweldig met veel koffietentjes. Maar ik heb nog nooit toeristen horen zeggen dat ze speciaal vanwege die koffietentjes naar Groningen komen. Juist het hebben van een mix in de binnenstad maakt het aantrekkelijk en daar gaat het ontwikkelbedrijf bij helpen.”
Cassandra Hensen van de VVD reageert kritisch op de woorden van PRO: “Meningen kunnen door de jaren heen veranderen. Op het ene moment kun je te veel koffietentjes hebben, op het andere moment te weinig. Zegt PRO nu dat we bij moeten gaan houden of de stad in balans is en of er verhuurd wordt aan de juiste ondernemer, waarbij de mening qua behoefte dan ook weer kan veranderen?” Van Veen: “Het korte antwoord is ‘ja’. Als je niets doet, dan heb je alleen koffietentjes: dat is het falen van de markteconomie. Maar je wilt een mix in functies.” Wat PRO betreft kan dit middel ook ingezet worden in wijken en dorpen.
Twijfel over eerlijkheid
Ook de PVV is kritisch: “We gaan panden aankopen waar we dan ondernemers in zetten die daar een bedrijf kunnen gaan runnen waarbij ze een huurprijs betalen die zich onder de marktprijs bevindt. Maar dat mag helemaal niet. Dat is in strijd met Europese regels omdat het concurrentievervalsing is. Daarnaast: je hebt straks ondernemers die ondersteund worden, maar je hebt ook lokale ondernemers die nog wel weggeconcurreerd worden omdat zij nog wel een hoge huur moeten betalen. Hierdoor ontstaat er een hele oneerlijke situatie.” Van Veen is het daar niet mee eens: “Er zijn qua regels best wel wat uitzonderingen mogelijk, wat we hier willen kan prima binnen de regels. Dus daarin kan ik de PVV geruststellen.” Ram (PVV): “Ik heb PRO niet nodig om mij gerust te stellen. Wat ik daarnaast mis: er ontbreekt een exitstrategie. Dat zit hier niet in.”
Twee jaar geleden, toen dit onderwerp ook in de raad werd besproken, was ook D66 kritisch. Die partij is nog steeds kritisch, maar ziet wel verbeteringen in de plannen. Vincent Boswijk: “Toch neemt het werkplan nog niet alle twijfels weg. Wat we missen is dat er duidelijk wordt gemaakt in welke gevallen het nodig is om een pand te kopen. In de plannen staat nu dat dit mogelijk is als de markt het niet oppakt. Maar met die uitleg worden wat mijn fractie betreft een aantal cruciale stappen overgeslagen. Want dit zou betekenen dat als de markt het niet lukt, de gemeente het maar overgaat nemen.”
Van Veen van PRO interrumpeert: “Maar wie moet het dan doen? Als we niets doen, verdwijnen de winkels die Groningen uniek maken.” Boswijk verduidelijkt: “Ik denk dat het goed is dat je eerst gaat kijken welke andere mogelijkheden er zijn: je kunt sturen op vergunningen, op regelgeving, eventuele subsidies. Wat we gedaan hebben met nachtclub FIXY, die failliet ging en door hulp van de gemeente een doorstart kon maken, is een heel mooi voorbeeld van hoe je iets slim kunt oplossen. Pas als al die middelen niet werken, dan kun je een pand aanschaffen. Maar we moeten niet vergeten dat de gemeentelijke financiën er niet al te best voor staan. Er zijn daarom duidelijke kaders nodig.”
VVD: “Risico dat een hobby kerntaken verdringt”
Cassandra Hensen van de VVD trekt vervolgens hard van leer tegen de plannen: “Veel mensen werken overdag. In je vrije tijd is er dan ruimte om hobby’s uit te oefenen: je kunt knutselen, je kunt aan de slag met een modeltreinbaan. Daar is niks mis mee, maar hobby’s mogen nooit uit de hand lopen. Ze mogen nooit de kerntaken verdringen waardoor deze niet meer goed uitgevoerd worden. En dat is wat hier mogelijk wel kan gaan spelen. Wat de VVD betreft beginnen we hier niet aan. We hebben grote uitdagingen op het gebied van bijvoorbeeld jeugdzorg en financiën waarbij dit allemaal niet op orde is. Toch gaan we een ontwikkelbedrijf oprichten met alle nodige kosten van dien.”
Izaäk van Jaarsveld van het CDA reageert op de VVD: “Als een straat onveilig is, waar ondermijning plaats kan vinden doordat er te weinig publieke ogen in die straat zijn, dan vind ik de VVD aan mijn zijde om dat aan te pakken. Waarom bent u dan tegen deze plannen?” Hensen: “Wat je hier gaat doen is het voortrekken van ondernemers. Je gaat kijken naar het type ondernemer dat je waar wilt hebben. En daar gaan mijn haren van overeind staan. Dat vind ik heel oneerlijk.”
Joren van Veen (PRO) haakt in: “Dit verbaast mij. Want het VVD-beleid is toch ook dat we de voorkeur geven aan Nederlandse ondernemers?” Hensen kaatst terug: “Het is altijd goed om de economie aan te jagen. Maar mijn fractie vindt niet dat we Nederlandse ondernemers meer moeten gaan helpen dan ondernemers uit het buitenland. Ik begrijp echt niet wat we aan het doen zijn. Als je eigenaar wordt van een pand, dan betekent het ook dat je onderhoud moet plegen. We zien dat dit bij de Glaudé-panden bij het Hoofdstation niet goed gaat. Die taak wordt straks nog groter als de hoeveelheid vastgoed dat we hebben verder toeneemt.”
Rosalie van der Heide van de ChristenUnie reageert: “Ik vind het jammer dat de VVD een beeld schetst alsof alles wordt opgekocht. U maakt het heel groot, terwijl de opdracht beperkt is. Maakt u het niet te groot?” Hensen: “Absoluut. Er wordt een paar ton ter beschikking gesteld. Daarmee gaan we geen deuk in een pakje boter slaan op de vastgoedmarkt in Groningen. Maar wij hebben wel deze angst: er bestaat namelijk de mogelijkheid om met leningen en de Grondbank panden aan te trekken. En dat is de kern van mijn betoog: bij deze hobby is er een kans dat het uit de hand kan lopen. En dat is een richting die we niet op moeten willen gaan.”
Wethouder: “Samen met de raad aan de knoppen”
Wethouder Van Niejenhuis is het niet eens met de lezing van de VVD: “We gaan geen panden met leningen aantrekken zonder dat de raad dit weet. De gemeenteraad beschikt te allen tijde over de portefeuille.” De opmerking over de Glaudé-panden noemt de wethouder wel terecht: “Vanwege bepaalde ontwikkelingen, waarbij ik niet de geschiedenis van de tram hoef op te rakelen, hebben we deze panden indertijd aangekocht. Die situatie is inmiddels anders geworden. Op dit moment maken ze onderdeel uit van de herontwikkeling van het stationsgebied, waarbij ik volgend jaar bij de raad terugkom als het gaat om deze panden.”
De wethouder legt tot slot uit dat de mogelijkheid bestaat om ook buiten het centrum panden te kopen, maar dat daar wel een duidelijke aanleiding voor moet zijn: “Bijvoorbeeld als het in een bepaalde straat onveilig is, dan kan dit een extra instrument zijn dat we toe kunnen passen.” Mocht er een pand worden gekocht, dan zal de huurder een marktconforme huur moeten gaan betalen: “Het moet kostendekkend zijn, waarbij er een grens is aan de financiële risico’s. Eenmaal in bezit, dan is het verstandig om een pand tien tot vijftien jaar te behouden. Dat geeft tijd om te werken aan het functioneren van het gebied. Als het functioneert, kun je het weer verkopen en kan de markt weer haar werk doen.”
Niet alle partijen kunnen zich vinden in deze uitleg. Onder andere de fracties van D66 en VVD overwegen een mogelijke motie bij de eerstvolgende raadsvergadering.