Bij een Nederlands testcentrum zijn eind augustus meerdere zeer gevaarlijke xtc-pillen met PMMA aangetroffen. De vondst leidde tot een landelijke waarschuwing. OOG TV ging langs bij de testlocatie van Verslavingszorg Noord Nederland (VNN) in de stad om te zien hoe het testen van drugs werkt.
De pillen waarvoor werd gewaarschuwd, hebben aan de voorkant een afbeelding van Donald Trump. Volgens het Trimbos-instituut zat in de pillen een zeer hoge hoeveelheid PMMA. Deze stof lijkt op MDMA, maar werkt later. Daardoor bestaat het risico dat gebruikers meer nemen voordat de eerste pil begint te werken. Dat kan onder meer leiden tot misselijkheid, stuiptrekkingen en extreme oververhitting. In het ergste geval kan gebruik dodelijk zijn.

Gratis en anoniem
Bij de VNN locatie aan de Aweg kunnen consumenten hun drugs gratis en anoniem laten testen. Bezoekers krijgen eerst vragen over het middel. Zo wil VNN onder meer weten als wat de drugs zijn verkocht, waar ze vandaan komen en of iemand van plan is ze met andere middelen te combineren.

Volgens preventiefunctionaris Nathaly de Wind hebben die vragen twee doelen. “Voor ons geeft het een beeld van de drugsmarkt. Voor de mensen die bij ons komen, gaat het erom dat ze met zo min mogelijk risico’s willen gebruiken.”
De antwoorden worden anoniem verzameld. Daardoor kunnen VNN en andere testcentra veranderingen op de Nederlandse drugsmarkt volgen en gevaarlijke middelen vroeg signaleren.
Gebruik nooit zonder risico
Een test betekent volgens De Wind niet dat drugs daarna veilig gebruikt kunnen worden. “We zeggen altijd: het is mooi dat je het zo verantwoord mogelijk wilt doen, maar we kunnen nooit garanderen dat het veilig is. Het effect heeft niet alleen te maken met het middel, maar ook met je omgeving en met jou als persoon.”
Naar het laboratorium
Bij een xtc-pil wordt onder meer gekeken naar de kleur, spikkeling, dikte en diameter. Ook wordt met een zuurtest onderzocht hoe een klein stukje van de pil verkleurt. “Op basis van de uiterlijke kenmerken en de zuurtest kijken we of we de pil kunnen matchen met een pil die al in het systeem staat”, legt De Wind uit.

Is er geen match, dan kan de gebruiker ervoor kiezen de pil naar een laboratorium te laten sturen. Daar wordt onderzocht welke psychoactieve stoffen erin zitten en hoe hoog de dosering is. De uitslag is na ongeveer een week telefonisch op te vragen. Het ingeleverde deel van de drugs krijgt de gebruiker niet terug.
Poeders, vloeistoffen en zegels worden altijd naar het laboratorium gestuurd. Dat is volgens De Wind belangrijk, omdat verkochte drugs lang niet altijd bevatten wat gebruikers verwachten. “Als het niet is wat je verwacht dat het is, brengt dat bepaalde risico’s met zich mee.”