Het risico op natuurbranden is op dit moment wettelijk geen afwegingskader bij de vergunningverlening en handhaving van natuurgebieden zoals het Sterrebos. Dat antwoordde gedeputeerde Leo Wenneger (BBB) op Statenvragen van de fractie ‘Lid Ten Hoeve’. Toch wil de provincie, gelet op de toenemende droogte en klimaatverandering, in de toekomst kijken of dit beleid heroverwogen moet worden, waarbij het wel afhankelijk is van het Rijk.
De uitspraak van de gedeputeerde volgt naar aanleiding van vragen over de inrichting van het Sterrebos in de stad Groningen. Statenlid Ten Hoeve trok in de Statenzaal aan de bel nadat er afgelopen maand onrust is ontstaan over de aanleg van zware tegelpaden in het oudste bos van de stad.
Volgens Ten Hoeve, die benadrukte dat Groningen samen met Zeeland de meest bosarme provincie van Nederland is, raakt het bos door de werkzaamheden tijdens droge periodes extra beschadigd en wordt het daarmee kwetsbaarder voor uitdroging en brand. Het Statenlid wilde weten of het provinciale orgaan voor Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) hierin niet actief had moeten optreden.
“Wettelijk geen onderdeel van het natuurkader”
Gedeputeerde Wenneger stelde dat de primaire verantwoordelijkheid voor het beheer bij de terreineigenaar ligt. In dit geval is dat de gemeente Groningen. Als het gaat om de provinciale rol onder de Omgevingswet, toetst de VTH-kolom uitsluitend de gevolgen voor beschermde flora en fauna.
“Het brandrisico is daarbij wettelijk gezien geen afwegingskader binnen de kolom”, aldus Wenneger.
Toen Ten Hoeve vervolgens vroeg of dat kader, gezien de veranderende weersomstandigheden en de afhankelijkheid van gezonde bossen, niet heroverwogen moet worden, gaf Wenneger toe dat die vraag terecht is: “We hebben een uitzonderlijke zomer meegemaakt met meerdere hittegolven. Op dit moment hebben we te maken met de Omgevingswet en is brandrisico daar geen onderdeel van. Maar we nemen dit punt, waarin ook het Rijk een hele duidelijke rol heeft, wel mee naar de toekomst gezien alle ontwikkelingen.”
Onrust in het Sterrebos
De politieke vragen over het VTH-beleid zijn naar aanleiding van protesten in het Sterrebos die vorige maand plaatsvonden. In het Sterrebos, dat aangelegd werd in 1765, werd toen geprotesteerd tegen de aanleg van nieuwe herinneringspaden.
Volgens de actievoerders is bij de werkzaamheden om de paden aan te leggen de essentiële humuslaag weggehaald en zijn boomwortels bekneld geraakt onder de zware tegels. Liesbeth Cavé van Extinction Rebellion wees erop dat dit het ecosysteem van het monumentale bos aantast: “Daarmee breng je het bos direct in gevaar: bomen kunnen moeilijker aan water komen, terwijl het bos in deze droge tijd toch al vecht voor zijn leven. De gevolgen van deze ingreep zullen pas over decennia volledig te zien zijn.”
Aantal risicodagen bijna verdubbeld
Dat het brandrisico tot op provinciaal niveau discussie oplevert, is niet los te zien van de landelijke trend. Uit gegevens van de Fire Weather Index blijkt dat het aantal dagen met een hoog risico op natuurbranden in Nederland is opgelopen van gemiddeld 17 dagen (tussen 1986 en 2015) naar gemiddeld 32 dagen per jaar sinds 2016.
Hoewel natuurbranden in het huidige risicoprofiel van de Veiligheidsregio Groningen geen ‘dominant risico’ vormen, stelt de veiligheidsregio dat langere droogteperiodes wel vragen om een continue ontwikkeling van de brandweerzorg. Groningse korpsen kunnen bij grote branden bovendien snel ingezet worden in omliggende, bosrijkere regio’s zoals Drenthe.
Groningen beschikt op dit moment over één gespecialiseerd terreinvoertuig in Zoutkamp en rustte recent alle tankautospuiten uit met ‘nozzlehoses’: geperforeerde slangen die snel natte stoplijnen leggen om uitbreiding van vuur te voorkomen. Samen met andere Noordelijke veiligheidsregio’s wordt daarnaast verkend of er een regionaal ‘handcrew-team’ kan worden opgezet om natuurbranden te voet te bestrijden.
