Het klimaat verandert en het risico op grote natuurbranden in Nederland neemt toe. Voor het Veiligheidsberaad was het deze zomer aanleiding om te zeggen dat er meer specialistische kennis nodig is en dat er ander materieel nodig is. Maar hoe bereidt Groningen, een regio zonder grote bossen, maar met kwetsbare natuurgebieden bij de buren, zich voor op deze ontwikkelingen?
Het is in de zomer van 2024. Op de luchthaven van Preddanack in het Engelse Cornwall wordt er met een zwerm autonome drones gevlogen. Het gaat om een proef van Lancashire Fire and Rescue, in samenwerking met de universiteiten van Bristol en Sheffield. “Hoe sneller we branden bereiken, hoe minder gevaar ze opleveren voor steden, dorpen, infrastructuur en milieu”, vertelt Justin Johnston, brandweercommandant in Lancashire. De drones werken op basis van kunstmatige intelligentie (AI): ze sporen zelfstandig branden op, communiceren onderling en hebben door hun flinke formaat ook daadwerkelijke bluscapaciteit aan boord, waardoor er al geblust kan worden voordat de brandweer is uitgerukt.
De technologie die in Cornwall toen nog experimenteel was, sluit aan bij een ontwikkeling die in Europa steeds relevanter wordt. De zomer van 2026 laat opnieuw zien hoe kwetsbaar Europa is voor natuurbranden. Op tal van plekken kwam het tot grote natuurbranden. Op de dag dat in Londen temperaturen van ruim 38 graden werden gemeten, brak in Stourbridge, bij Birmingham, een grote natuurbrand uit die negentien woningen verwoestte. Achttien andere huizen raakten beschadigd. Maar ook in Frankrijk, Spanje, op de Balkan en in ons eigen land braken grote natuurbranden uit: in Noord-Limburg gaat honderd hectare natuur in vlammen op.
Tekst gaat verder onder de foto’s:


Verdubbeling van de risicodagen
Het zijn geen losstaande incidenten, maar gebeurtenissen waar we vaker mee te maken krijgen. Uit een analyse van RTL Nieuws blijkt dat het aantal dagen met een hoog risico op natuurbranden in Nederland bijna is verdubbeld.
Op basis van gegevens van de internationale Fire Weather Index, dat is een wereldwijd gebruikte meteorologische graadmeter voor natuurbrandgevaar, telde Nederland tussen 1986 en 2015 gemiddeld zeventien risicodagen per jaar. Sinds 2016 is dat aantal opgelopen naar gemiddeld 32 dagen per jaar.
Bestrijden van natuurbrand kost veel personeel en materieel
Dat roept de vraag op in hoeverre we in Groningen voorbereid zijn op het bestrijden van natuurbranden. Die vraag lijkt op het eerste gezicht wat vreemd: Groningen kent immers geen uitgestrekte bospercelen of grote heidevelden.
Toch liggen kwetsbare natuurgebieden in Drenthe, zoals De Onlanden en het Nationaal Park Drentsche Aa, praktisch in de achtertuin. Recente natuurbranden hebben laten zien dat de bestrijding veel materieel, personeel en tijd kost. Omdat de afstand tot de Drentse gebieden klein is, zal er bij een grote brand al in een vroeg stadium een beroep gedaan worden op Groningse brandweerkorpsen. Zo werd brandweer Ten Boer in 2018 ingezet bij een grote heidebrand in het Drents-Friese Wold bij Zorgvlied, en schoten korpsen uit Friesland en Drenthe recent te hulp bij de brand in Noord-Limburg.
“We herkennen de landelijke zorg over de toenemende kans op grote en complexe natuurbranden”, vertelt woordvoerder Nathalie Schubart van de Veiligheidsregio Groningen. “Door langere perioden van droogte en veranderende weersomstandigheden kunnen natuurbranden zich sneller ontwikkelen en kunnen deze moeilijker te bestrijden zijn. Dat vraagt ook van de brandweer dat we onze voorbereiding en manier van optreden blijven ontwikkelen.”
Dat betekent volgens Schubart niet dat Groningen nu niet is voorbereid: “Natuurbrandbestrijding is gewoon onderdeel van onze brandweerzorg. Bij grote of langdurige incidenten werken veiligheidsregio’s samen en kan aanvullende, specialistische capaciteit uit andere regio’s worden ingezet. Landelijk wordt er hard gewerkt aan de verdere ontwikkeling van natuurbrandbeheersing.”
Tekst gaat verder onder de foto’s:


Geen dominant risico
Natuurbranden komen op dit moment niet prominent voor in het risicoprofiel van Groningen. “We zijn daarom niet specifiek voorbereid op natuurbrandbestrijding als een van de dominante risico’s in onze regio”, legt Schubart uit. “We zijn momenteel bezig ons dekkingsplan opnieuw aan het bestuur aan te bieden. Daarbij wordt opnieuw bepaald op welke specifieke risico’s en op welke wijze we ons moeten voorbereiden. Daarnaast wordt onder landelijke regie gekeken naar natuurbrandrisico’s. De provincie Groningen is daarbij betrokken en vanuit Veiligheidsregio Groningen zijn we via ons team SPA (Specialistisch Advies) aangehaakt.”
Voor de situaties die zich nu voordoen, is er volgens de veiligheidsregio voldoende personeel en materieel in Groningen beschikbaar. Er kan worden opgeschaald als een incident groter wordt.
Toch geeft de veiligheidsregio een reële kanttekening: “Of de beschikbare capaciteit bij ieder denkbaar scenario voldoende is, is niet op voorhand te zeggen. Dat hangt af van de omvang, locatie en ontwikkeling van de brand, de weersomstandigheden en eventuele andere incidenten die op dat moment plaatsvinden. Juist bij meerdere grote natuurbranden tegelijkertijd kan de beschikbare capaciteit landelijk onder druk komen te staan. Dat is ook een van de redenen waarom natuurbrandbeheersing landelijk verder wordt ontwikkeld.”
Eén terreinwagen en innovatieve slangen
Het bestrijden van natuurbranden is binnen de brandweer een specialisme. Korpsen die hierin gespecialiseerd zijn, beschikken in veel gevallen over vierwielaangedreven terreinvoertuigen. Deze tankautospuiten beschikken vaak over de mogelijkheid om vanaf het dak te kunnen blussen, hebben een bluskanon aan de voorzijde en zijn uitgerust met een sproeisysteem aan de onderkant van de wagen om zichzelf preventief nat te houden op brandend terrein.
Groningen beschikt door het huidige risicoprofiel over precies één zo’n terreinvaardig voertuig: de TST-NB van post Zoutkamp, aangeschaft vanwege het specifieke terrein van de Marnewaard. Dit voertuig wordt volgend jaar vervangen door een nieuw exemplaar. Ook de personeels- en materieelwagen van deze post heeft vierwielaandrijving.
Concrete plannen voor de aanschaf van méér terreinvaardig materieel zijn er in Groningen op dit moment niet. Eventuele toekomstige keuzes volgen uit het nieuwe dekkingsplan. Wel is er een slimme innovatie doorgevoerd: sinds dit jaar zijn alle Groningse tankautospuiten uitgerust met een zogenaamde nozzlehose.
“Dit is een slang met allemaal kleine gaatjes”, licht Schubart toe. “Oorspronkelijk is deze bedoeld om bij natuurbranden snel natte stoplijnen te maken om uitbreiding te voorkomen. Binnen Brandweer Groningen gebruiken we deze voorziening breder, bijvoorbeeld bij het nathouden van gebouwen bij een binnen- of buiteninzet. Maar bij natuurbranden biedt deze voorziening daarmee ook meerwaarde.”
Tekst gaat verder onder de foto’s:


Onderzoek naar noordelijk handcrew-team en drones
Ondanks dat er op dit moment niet wordt ingezet op de aanschaf van terreinvoertuigen, staat de technische ontwikkeling in de regio niet stil. Zo kijkt Groningen nadrukkelijk naar samenwerking met de andere Noordelijke veiligheidsregio’s, waaronder het mogelijk opzetten van een regionaal handcrew-team.
De regio’s IJsselland en Twente werken al sinds 2013 met zo’n team; Limburg en Brabant volgden enkele jaren later. De werkwijze is afgekeken van de Amerikaanse hotshot crews: gespecialiseerde blusteams die natuurbranden te voet bestrijden op plekken waar voertuigen niet kunnen komen. Gewapend met handgereedschap zoals bijlen, motorzagen en vuurzwepen verwijderen zij takken, bladeren en humus om handmatig brandgangen te maken en het vuur de pas af te snijden.
“Een mogelijke Noord-Nederlandse samenwerking op specialistische capaciteit, zoals een handcrew, is een van de onderwerpen die we verkennen”, zegt Schubart.
Daarnaast heeft Groningen op digitaal vlak al een grote stap gezet. Sinds 2024 beschikt post Winsum over het Team Digitale Verkenning (het Groningse droneteam). “Met drones en warmtebeeldtechniek kan dit team bij een natuurbrand het gebied vanuit de lucht snel in kaart brengen, warmtehaarden opsporen en de ontwikkeling van het vuur volgen. Dat ondersteunt de operationele leiding direct. Het droneteam is inmiddels ook al daadwerkelijk ingezet bij natuurbranden in en buiten onze regio.”
Landelijke opgave
De Veiligheidsregio Groningen benadrukt dat het onverstandig zou zijn als elke regio afzonderlijk in al het dure specialistische materieel gaat investeren. Bijstand en landelijke samenwerking vormen het fundament van de Nederlandse brandweerzorg.
Dat de landelijke aanpak versterkt moet worden, vindt ook Brandweer Nederland. De droge zomers tonen aan dat er meer specialistische kennis, capaciteit en materieel nodig is.
Jack Mikkers, lid van het Veiligheidsberaad, pleit daarom voor een landelijke, structurele aanpak. Hij vergelijkt de opgave waar de brandweer voor staat met de manier waarop Nederland zich historisch heeft georganiseerd rondom waterveiligheid. “Door klimaatverandering zijn hier steeds meer branden”, zegt Mikkers. “De toekomst is gisteren al begonnen. We zitten nu in de fase die we voorspeld hebben, maar we hebben eigenlijk nog geen goede antwoorden. We hebben specialistische kennis, andere capaciteiten en ander materieel nodig. Dat is een grote investering.”