De oorlog in Oekraïne is maar op één manier te stoppen: door vernedering van de Russische regering. Dat zegt Jesse van Mulkom van Volt. De politicus keerde onlangs terug van een reis door het land, waar hij niet alleen hulpgoederen afleverde, maar ook de rauwe realiteit van de bevolking van dichtbij meemaakte.
“Ik heb er de eerste dag niet goed over kunnen praten”, vertelt Jesse, als het gaat over het bezoek aan het dorp Yahidne. Het dorp ligt 140 kilometer ten noordoosten van de hoofdstad Kyiv. “Ik herinner me dat ik na het bezoek een appje stuurde naar mijn thuisfront met de boodschap: ‘Ik ben veilig, ik ben op de terugweg, ik wil het je vertellen, ik weet alleen nog niet hoe.’ En ook vandaag de dag vind ik het nog steeds lastig om het goed onder woorden te brengen.”
Tijdens het begin van de grootschalige invasie in 2022 werd het dorp een tijdlang door Russische troepen bezet. De bevolking van 376 inwoners werd toen onder inhumane omstandigheden 28 dagen lang opgesloten in de kelder van de plaatselijke school.
“Ik ben in die kelder geweest. Het bestaat uit allemaal kleine ruimtes. Mensen hebben daar dicht op elkaar geleefd. Dan spreek je over ruimtes van 7 vierkante meter waar negentien mensen verbleven, inclusief negen kinderen. Er waren geen voorzieningen en weinig voedsel. Zo nu en dan mochten de kinderen naar buiten voor vermaak van de bezetter. Russische soldaten hadden dan eten door de modder gestrooid. Ik vertel dit om je een beeld te geven van hoe gestoord men te werk is gegaan. Een van de bewoners heeft mij rondgeleid door de kelder. Wat enorm veel indruk maakte, waren de kindertekeningen op de muren. Men vertelde dat deze plek ook zo zal blijven; er wordt een herinneringslocatie van gemaakt, want de inwoners willen dat de wereld dit ziet.”
Na 28 dagen trokken de Russen zich terug en konden de inwoners weer naar buiten. “Een groot deel van het dorp was verwoest. Het oorlogsrecht en het Verdrag van Genève zijn bij deze bezetting grof overschreden. De combinatie met vele andere gevallen, zoals Bucha, waar in maart 2022 een massamoord plaatsvond en 501 burgers om het leven werden gebracht, heeft mij doen inzien dat de enige langdurige vredesoplossing voor deze oorlog een intense vernedering van de Russische regering zelf moet zijn.”
“Eerder dacht ik dat er nog bepaalde constructies potentie hadden om tot langdurige vrede te komen; dat er iets te onderhandelen was om nu tot vrede te komen. Maar na het zien van deze daden, die bij mij heel hard zijn binnengekomen, zie ik alleen de vernedering van de Russische regering nog als permanente uitweg uit dit conflict. Rusland zal dit soort methoden anders blijven toepassen.”
Tekst gaat verder onder het kader:
Wie is Jesse van Mulkom?
Jesse van Mulkom is 24 jaar en studeert Kunstgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daarvoor studeerde hij aan de Hanze. In juni werd hij door de leden van Volt gekozen als lijsttrekker voor de aanstaande Provinciale Statenverkiezingen in Groningen. Eerder was hij al bestuursvoorzitter van Volt in Groningen. Vorig jaar stond hij op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer.
Aandacht voor de menselijke verhalen
Inmiddels is Jesse ruim een week terug van zijn reis. “Ik ben er om twee redenen naartoe gegaan. Enerzijds om hulp te bieden. We zijn met een konvooi naar Oekraïne gereden om hulpgoederen af te leveren. Maar ik ben er ook naartoe gegaan om met mensen in gesprek te gaan en hun verhalen te horen. Geopolitiek gebeurt er van alles, waarbij de waan van de dag overheerst. De aandacht voor de oorlog in Oekraïne verflauwt, terwijl de verhalen die zich daar afspelen wel verteld moeten worden. Tegelijkertijd komen er elke dag nieuwe verhalen bij. Dit is natuurlijk een enorme opdracht die nooit volledig haalbaar is. Dat resulteert in een gezonde relatie met het streven naar de best mogelijke manier, wetende dat de perfecte manier niet haalbaar is.”
De reis begon twee weken geleden. “Van tevoren was ik gespannen. Sinds het land in oorlog is, heb ik het niet meer bezocht. Achteraf heb ik daar spijt van: ik had dit eerder moeten doen. Ik heb heftige situaties meegemaakt en verhalen opgehaald die mij door de persoonlijke interactie veel hebben geleerd. Elk verhaal heeft een gezicht gekregen, wat mijn beeld over de situatie heeft veranderd.”
Vertraging aan de grens
In Nederland zijn er verschillende organisaties die hulp bieden. “Ik kwam in contact met de organisatie Eyes on Ukraine en zo werd het idee geboren om op een reis mee te gaan. Samen met een Volt-collega ben ik in Groningen in een busje gestapt en zijn we naar een stad in Twente gereden, waar deze organisatie een hub heeft ingericht waar hulpgoederen worden verzameld. Vanaf daar zijn we met drie busjes naar Oekraïne gereden. Aan boord hadden we allerlei materialen: kleding, medische apparatuur, lasapparatuur, maar ook spullen om straten mee aan te leggen. Het doel was om zowel de hulpmaterialen als de busjes zelf af te leveren; ook de voertuigen kunnen op verschillende plekken in het land goed gebruikt worden.”
De reis ging niet zonder slag of stoot. “Met korte pauzes wilden we in één keer naar de Oekraïense grens rijden. Zestig kilometer voor de grens begon ons busje echter ineens diesel te lekken; er bleek een brandstofslang geknapt te zijn. Met hulp van handige Poolse automonteurs was binnen de kortste keren de slang gerepareerd en konden we onze weg vervolgen. Bij de grens stonden we vervolgens lang stil. Nadat we aangaven dat we onderdeel waren van een humanitair konvooi, kregen we voorrang. Maar dat betekende alsnog dat we zo’n drie tot vier uur moesten wachten. Het is altijd de vraag hoelang de overgang duurt.”
Tekst gaat verder onder de foto’s:


“De oorlog is altijd in detail aanwezig”
De eerste reisdag eindigde in de stad Lutsk, in het noordwesten van Oekraïne. “De spanning die ik voor de reis voelde, was daar compleet verdwenen. Ja, je bent in een oorlogsgebied. Je ziet dat de oorlog heel aanwezig is, maar in de details. Er is bijvoorbeeld een avondklok. Maar je ziet ook een stad die volop leeft: er wordt gewerkt en er wordt plezier gemaakt. Tegelijkertijd zie je dat een deel van de samenleving uit de gemeenschap ontbreekt; er zijn bijna geen jonge mannen op straat. Je ziet vlaggen op de pleinen en heel veel in memoriam-plekken. Ieder dorp heeft wel een plek waar herdacht wordt. Maar tegelijkertijd word je voorbijgelopen door een groep tieners die net feestend een kroeg hebben verlaten om voor de avondklok thuis te zijn.”
De beelden in Lutsk maakten diepe indruk. “Hoe de inwoners met de situatie omgaan, is bewonderenswaardig. Je ziet een enorme strijdbaarheid, ondanks de pijn die er is. Er zijn heel veel mensen gesneuveld: gewone burgers die omgekomen zijn door een oorlog die zij niet begonnen zijn. Als de Russische regering deze oorlog niet was gestart, hadden deze mensen nog gewoon geleefd. Op de herdenkingsplaatsen heb ik lang stilgestaan om het goed op me in te laten werken. Het heeft ervoor gezorgd dat het begrip ‘vrijheid’ voor mij heel concreet werd.”
Op de volgende dag werd dat gevoel verder versterkt. “Lutsk ligt ver van het front. Maar elke ochtend is er, net als in de rest van het land, om negen uur een stilteminuut. De klok tikt af en vervolgens komt letterlijk alles tot stilstand. Dat moment tekent voor mij de grote strijdbaarheid. Daarna hebben we Lutsk achter ons gelaten. In Rivne, een behoorlijk grote stad op 65 kilometer afstand van Lutsk, kwamen we een rouwstoet tegen die uit zo’n vijftig auto’s bestond. Iedereen stopte en stapte uit om respect te tonen, waarbij iedereen na het passeren weer doorging met zijn leven. Het contrast is groot: je rijdt door een land in oorlog, maar tegelijkertijd zie je prachtige natuur en steden vol mooie architectuur en cultuur. Oekraïne heeft veel cultureel erfgoed. Maar de oorlog is altijd in detail aanwezig, zoals in streetart of niet te missen militaire posters die in dorpen en steden zijn aangebracht.”
Kyiv
De reis eindigde in Kyiv. “Je kan je dat lastig voorstellen bij een oorlogssituatie, maar dat is een miljoenenstad van zestig kilometer breed. Omdat Oekraïne zo groot is, is het heel anders ingericht dan Nederland. Je rijdt op een snelweg en ineens sta je midden in de stad; de bossen maken zonder overgang plaats voor bebouwing. Op een locatie hebben we de hulpgoederen afgeleverd. Het is een centraal inleverpunt van waaruit heel snel geleverd wordt aan plekken waar de materialen het hardst nodig zijn.”
“Wat mij opviel, is dat deze hub vooral gerund werd door mensen die voorheen in de cultuursector actief waren. Zij werken elke dag bijvoorbeeld naast hun werk als designer of geluidstechnicus om een steentje bij te dragen aan het herstel van het land. Je ziet er van alles: medische hulpmiddelen en generatoren, maar ook knuffelberen voor kinderen. Er komen ook spullen terug; aan het front worden bijvoorbeeld veel jonge kittens aangetroffen die naar dit punt worden gebracht om een veilig onderkomen te vinden. En er wordt op elke mogelijke manier bijgedragen: gebruikte wapenhoezen worden internationaal verkocht aan hobbyisten, waarmee weer nieuwe hulpgoederen kunnen worden aangeschaft. Er wordt gewerkt met een constant pragmatisme. Ik sprak daar een vrijwilliger en vroeg wat degene wilde doen als de oorlog voorbij is. Het antwoord was dat er vanwege de oorlog in bepaalde regio’s noodziekenhuizen zijn opgezet, en het doel is om die ook na de oorlog te behouden, gezien deze regio’s voor de oorlog maar beperkte zorg konden bieden.”
Tekst gaat verder onder de foto’s:


Rationaliseren van gevaar
In Kyiv verbleef Jesse in een hotel. “Tot dat moment had ik geen enkele spanning voelbaar gehad. We lagen net in bed toen om 01.00 uur het eerste luchtalarm klonk. Ook via mijn telefoon kreeg ik een alarmmelding binnen, vergelijkbaar met een NL-Alert. Dat gaf een enorme adrenalinekick. Onder het hotel zit een schuilkelder uit de oude Sovjettijd waar ik mij veilig voelde, waar ook WiFi beschikbaar was. Na een half uur was de situatie weer veilig en konden we terug naar bed. Die nacht volgde het luchtalarm nog twee keer.”
“Het verbijstert mij hoe snel je je aanpast. Je rationaliseert: ‘Oh, er komt nu een kleine aanval met twintig Shahed-drones, dat valt mee. Dat is minder gevaarlijk dan een aanval met ballistische raketten. Dat betekent dat je anders reageert.’ Dat zie je ook op straat: mensen blijven gewoon lopen. Informatie over het type aanval wordt gedeeld via onlinekanalen. Het is bizar, want er hangt voor honderden kilo’s aan explosieven in de lucht, maar je acteert op de situatie. Logisch ook, want een schuilkelder is niet voor iedereen binnen vijf minuten bereikbaar, terwijl een inslag van ballistische raketten soms al vlak na het alarm volgt. Tegelijk laat men zich niet door de constante aanvallen beperken in vrijheid. Zelf zijn we niet in direct gevaar geweest; het enige wat we hoorden was af en toe een doffe boem van een ontploffing elders in de stad.”
“Ook in Kyiv zag je de dubbelheid: mensen die zich voorbereidden op Onafhankelijkheidsdag, terrasjes waar koffie werd gedronken, waar er gelachen werd en waarbij het verkeer onderweg was naar hun bestemmingen. Je ziet de veerkracht om door te gaan, ondanks de constante dreiging. En tegelijkertijd besefte ik: de Europese Unie is op slechts enkele uren afstand. Daar kan je veilig rondlopen; hier heerst een permanente dreiging. De volgende dag hoor je het bericht dat er twee mensen zijn omgekomen en negenentwintig personen gewond zijn geraakt bij de aanval van die nacht.”
“Het Russische leger overschrijdt structureel het oorlogsrecht. Veel aanvallen met veel slachtoffers zijn geen fouten, maar doelbewuste acties. Ik heb er bijna geen woorden voor.”
Manifestatie
Toch was er altijd weer de veerkracht. “Ik heb de mogelijkheid gehad om rond te lopen door Kyiv. Ik bezocht een kunstgalerie en zag een liveconcert van straatmuzikanten. Je ziet een metropool die doorleeft. De volgende dag ben ik bij een rally geweest. De rally was ter herinnering aan de militairen die hevig hebben gestreden bij de verdediging van de havenstad Mariupol. Veel militairen zijn toen krijgsgevangen gemaakt. Deze manifestatie, die elke zondag plaatsvindt, is bedoeld om hen niet te vergeten. Veel aanwezigen zijn familie en vrienden. Ik sprak daar met een vrouw die net een maand verloofd was toen de strijd losbarstte. Sinds die tijd heeft ze geen enkel direct contact meer gehad met haar geliefde. Soms is er een gevangenenruil en sijpelt er wat informatie door, bijvoorbeeld dat een andere soldaat hem heeft gezien.”
Het roept de vraag op hoe de Oekraïners reageren op de komst van buitenlanders. “Iedereen is je dankbaar, ook als de hulp maar heel summier is. Ik was daar ook om verhalen op te halen. Je spreekt met wildvreemden, maar men was heel open. Dat verbaasde mij misschien nog wel het meest: dat mensen hun meest persoonlijke leed delen met een vreemde. Aan de andere kant: je hebt een gegronde reden om in gesprek te gaan. Men vindt dat deze verhalen verteld moeten worden.”
Spanning thuis
De reis, die uiteindelijk een kleine week duurde, is volgens Jesse ontzettend waardevol geweest. “Ik had best wel wat bezorgde mensen om mij heen toen ik bekendmaakte dat ik naar Oekraïne ging. Toen ik daar was, was ik erg bezig met hoe ik de dingen zou communiceren. Vanuit Groningen kijken we heel anders tegen de situatie aan; vaak gaat het alleen om de kille aantallen die ons bereiken. Daarnaast is het rationaliseren van hoe je omgaat met verschillende typen luchtaanvallen lastig uit te leggen.”
“Dat maakte deze reis zo waardevol: dat je hulp hebt kunnen bieden, maar dat de situatie ook een menselijk gezicht heeft gekregen. Die verhalen kan ik nu in Groningen verder vertellen. Voor mij was het ook ingewikkeld. Wat als mij iets overkomt? Hoe is dat geregeld? Dat zorgde ervoor dat ik ook wat documentatie heb moeten opstellen die gaat over een extreem ‘wat-als’-scenario. Dat heeft in de dagen voor vertrek tot pittige gesprekken geleid met de mensen die mij lief zijn.”
Toch heeft Jesse geen moment getwijfeld: “Wat ik zag en meemaakte, motiveerde mij alleen maar om door te zetten. In Oekraïne strijden en sneuvelen dagelijks mensen voor onze gedeelde Europese vrijheidswaarden. Ik kan hier in Groningen in veiligheid leven, dus ik vond dat ik dit risico op zijn minst moest nemen om verhalen op te doen. Ik kon concreet bijdragen. Het zit diep in mijn ideologische waarden, en dan hoort een zeker risico erbij.”
De terugreis naar Groningen, in een taxibusje, duurde uiteindelijk zo’n 36 uur. “En nu is het aan mij om de verhalen te blijven vertellen, om te voorkomen dat de oorlog in Oekraïne wegvalt in de grote politieke waan van de dag. Dat brengt me tot de conclusie dat ik heel dankbaar ben dat ik er geweest ben. Wat daar gebeurt stopt niet vanzelf.”
