Feest is het dit weekend bij Hockeyclub Groningen: de vereniging bestaat namelijk honderd jaar en trapte zaterdag de lustrumactiviteiten af. Maar hoe word je honderd jaar? En hoe wordt er gekeken naar de toekomst? Een gesprek met voorzitter Sébastian Monteban van de vereniging.
Sébastian, dit weekend is de lustrumviering begonnen met een groot feest. Wanneer zijn de voorbereidingen gestart?
“Zelf ben ik drie jaar geleden begonnen als voorzitter. Ik wist dat deze viering er aan zat te komen en het wordt door ons ook heel belangrijk gevonden om hier aandacht voor te hebben. Een maand of negen geleden zijn we begonnen met de voorbereidingen. Er is een commissie gevormd waarbij we binnen de vereniging de vraag hebben gesteld dat wie iets wilde doen in deze commissie kon plaatsnemen. Dat heeft uiteindelijk tot een groep van tien personen geleid die er ontzettend veel tijd en energie in hebben gestoken om hier iets moois van te maken.”
De belangstelling is, geloof ik, groot, hè?
“Voor de start van de festiviteiten dit weekend hebben zich ruim duizend mensen aangemeld. En daar lag ook een grote uitdaging: als bestuur zijn we uiteraard betrokken geweest bij de werkzaamheden van de commissie. Eén van de doelen is dat je voor iedereen een leuk programma wilt bieden. Maar je wilt ook iedereen bereiken. In de honderd jaar dat we actief zijn gaat het om ontzettend veel mensen die hier hockey gespeeld hebben dan wel op een andere manier betrokken zijn geweest. Er is heel veel energie gestoken in het bereiken van mensen met als doel om een grote groep op de been te krijgen. En daarbij hebben we ook buurtbewoners uitgenodigd. We vinden het leuk om het lustrum ook samen met hen te kunnen vieren.”
Je noemt Haren, maar daar is het indertijd in 1926 niet begonnen hè?
“Wat ik weet is dat wij op 1 oktober 1926 opgericht zijn als GHC Groningen. Ongeveer tien jaar later, in 1936, zijn we gefuseerd met studentenhockeyclub DBS. Dat stond voor De Blauwe Scheen. De eerste wedstrijden speelden we op het middenterrein van de Drafbaan in het Stadspark. Van 1930 tot 1945 was een sportveld naast paviljoen De Mosterdpot bij Appèlbergen onze thuisbasis. Vervolgens zijn we terechtgekomen aan de Oosterweg in Haren, die door de jaren heen is uitgegroeid tot De Harener Holt, de plek waar we nog steeds zitten. Hier ligt ook veel geschiedenis: er hebben hier teams op het hoogste niveau gespeeld en er zijn heel wat spelers die bij Oranje hebben gespeeld en hun eerste stappen hier hebben gezet. In 1978 is de naam gewijzigd in GHHC, maar sinds de gemeentelijke herindeling gaan we als Hockeyclub Groningen door het leven. Kortom: de geschiedenis is heel rijk.”
Tekst gaat verder onder de foto’s:


Als we het hebben over het jaar 1926: wat was indertijd de reden om deze vereniging op te richten?
“Die vraag kan ik niet met zekerheid beantwoorden. Maar er moet een duidelijke voedingsbodem zijn geweest. Als je het hebt over de oorsprong van de sport, dan ligt deze in het oude Egypte en Griekenland. Maar wat relevanter is, is de ontwikkeling die in Engeland werd gemaakt. In de negentiende eeuw werd de moderne variant van hockey, zoals we die nu nog steeds kennen, veel gespeeld op Engelse kostscholen. In 1891 was het Pim Mulier die de sport vanuit Engeland naar Nederland bracht. Onze vereniging is opgericht door een aantal middelbare scholieren. Het waren vrienden van elkaar die in een zomerkamp in het Drentse Diever in aanraking waren gekomen met de hockeysport. Ze waren zo enthousiast dat er een vereniging werd opgericht waarmee GHC uiteindelijk de eerste noordelijke club werd die lid werd van de Nederlandse Hockeybond.”
Is er dit weekend veel aandacht voor de geschiedenis?
“Jazeker. We zijn bijvoorbeeld druk op zoek geweest naar historische informatie en foto’s. Wat we gedaan hebben is de historie weer te geven in een grote tijdlijn. Deze tijdlijn laat alle belangrijke momenten en ontwikkelingen zien waarbij we gebruikmaken van het beeldmateriaal. Daarnaast hebben we sinds vorig jaar ook een fotowand gemaakt bij de entree van ons clubhuis. De wand bestaat uit oude beelden, maar ook uit recenter beeldmateriaal. En daar zijn we heel trots op. Het laat leden die bij ons sporten zien dat we niet zomaar een club zijn: we zijn een club met een rijke historie. En dergelijk erfgoed is belangrijk. Dat geeft een vereniging karakter.”
Je noemde het al: er zijn ook flink wat spelers die uiteindelijk in Oranje hebben mogen spelen…
“Jazeker. Wat zij bereikt hebben kan een voorbeeld zijn voor jeugdige leden. Het laat zien dat als je iets wilt bereiken, dat dat kan binnen de clubkleuren van HCG. Willemijn Bos bijvoorbeeld die zo’n 130 interlands speelde en een zilveren medaille won op de Olympische Spelen in Rio de Janeiro. Het leuke is ook dat haar kinderen nu bij ons spelen. Maar ook Marijn Veen is zo’n voorbeeld. Zij won met Oranje goud op de Olympische Spelen in Parijs.”
Zie je vaker dat het hockeyen van generatie op generatie gaat?
“Absoluut. Hockey is van oudsher onder meisjes populairder dan onder jongens. Dat komt omdat er altijd wel concurrentie is van andere teamsporten, zoals voetbal. Bij mijn eigen jongens is hockey juist echt hun eerste sport. Ze trainen drie keer per week. Daarnaast trainen ze één keer per week bij Be Quick, vooral omdat ze voetbal ook leuk vinden en daar veel vriendjes hebben. En wat ook nog heel goed is om te benoemen: we hebben ook teams die actief zijn in G- en E-hockey. G-hockey is een aangepaste vorm voor mensen met een verstandelijke en soms lichamelijke beperking. E-hockey wordt gespeeld in een elektrische rolstoel. We vinden het heel belangrijk dat iedereen bij ons kan sporten. Dat we dus een hele inclusieve vereniging zijn.”
Een veelgebruikt vooroordeel is dat hockey vooral een elitesport is…
“Daar ben ik het niet mee eens. Als je bij ons ziet wat hier actief is, dan zijn alle milieus wel vertegenwoordigd. Ja, het klopt dat we in Haren zitten en dat Helpman niet ver weg is: een dorp en een wijk waar families overwegend welvarend zijn. Maar wat ik zeg, onze leden komen uit alle milieus en uit omliggende wijken en dorpen. Dat is ook mogelijk dankzij de inzet van het Jeugdfonds Sport & Cultuur dat ervoor zorgt dat ook iedereen bij ons kan sporten.”
Kun je misschien zeggen dat de hockeysport sowieso in de lift zit? Afgelopen jaren waren er bijvoorbeeld grote toernooien en de Olympische Spelen waar veel belangstelling voor was…
“Het grote voordeel van dit soort evenementen is dat het live wordt uitgezonden op televisie. En dat effect zie je heel duidelijk. Wij merken bijvoorbeeld dat er door die aandacht bij ons belangstelling ontstaat om te gaan hockeyen. We hebben mooie wedstrijden gezien waarbij mensen zagen hoe leuk het spelletje kan zijn. En als ik het breder bekijk: het aantal leden bij ons groeit. Dat is enerzijds de belangstelling vanuit de media, maar anderzijds ook de energie die we er zelf in steken. We organiseren bijvoorbeeld clinics op basisscholen om kinderen kennis te laten maken met hockey. En dat heeft resultaat: het aantal jeugdleden zit bij ons echt in de lift. Landelijke cijfers geven dat overigens ook aan: na een aantal jaren van daling was er landelijk een totale ledengroei van 1,7 procent. Vooral bij de jongste jeugd is een positieve ontwikkeling zichtbaar. Dat is wat wij zelf ook zien.”
Als het gaat over een groei van het aantal leden, dan gaat het in Groningen al snel over capaciteitsproblemen. Is er bij jullie nog plek?
“In de basis zijn we een familievereniging die topsportambities heeft. Onze focus ligt op jeugd en die komt in actie op zaterdag. Dat betekent dat het op zaterdag heel druk is en dat we heel slim om moeten gaan met de capaciteit die we hebben. Op zondag komen de senioren in actie. Die groep is kleiner en op die dag hebben we alle ruimte. Dus dat zijn interessante gegevens, waarbij we weten dat we als complex niet verder kunnen uitbreiden. We hebben vier velden en daar moeten we het mee doen: er is geen ruimte voor een vijfde veld.”
Tekst gaat verder onder de foto’s:


Hoe blij zijn jullie met de blaashal?
“Ontzettend blij. Hockey heeft zowel een veld- als een zaalcompetitie. De zaalcompetitie duurt zo’n tien weken. Zonder blaashal moesten we gebruikmaken van sporthallen in bijvoorbeeld Ten Boer of Gieten. Voor de logistiek betekent dat heel veel. Het wordt daarmee een soort rondreizend circus dat het verenigingsleven geen goed doet. We zijn daarom de gemeente heel dankbaar dat we in die periode nu gebruik kunnen maken van een blaashal, waardoor we gewoon op ons eigen terrein kunnen spelen en het verenigingsleven daarmee in stand blijft.”
We hebben het gehad over de leden, over de spelers die in Oranje hebben gespeeld, maar net zo belangrijk zijn de vrijwilligers…
“Absoluut. Vrijwilligers zorgen ervoor dat een club kan bestaan. Wij hebben het zo geregeld dat de ouders van jeugdleden een verplichte vrijwilligersrol hebben. We hebben ongeveer 1.200 leden, waarvan er zo’n 900 jeugdleden zijn. Jeugdleden hebben vaak twee ouders die bijvoorbeeld een paar keer per jaar een bardienst draaien. Daarnaast hebben we een groep van 250 tot 300 vrijwilligers die wat meer doen: die bijvoorbeeld teammanager zijn of ervoor zorgen dat de accommodaties er netjes en verzorgd uitzien. De combinatie is heel waardevol en we zien sowieso dat de betrokkenheid groot is. En wat ik ook belangrijk vind om te benoemen, zijn de sponsoren: we hebben een sterke binding met Haren en Groningen, waar ook de bedrijven uit de middenstand zitten die ons ondersteunen. Dat is heel waardevol.”
Als we de blik naar de toekomst richten: wat zijn de wensen?
“We zouden heel graag ons clubgebouw willen verduurzamen. In de avonduren, wanneer de lichtmasten branden, gebruiken we veel energie. Ondertussen hebben we een dak waar zonnepanelen op kunnen liggen. We zijn bezig met een plan om dit op te pakken om daarmee onze maandelijkse lasten op een zo laag mogelijk niveau te krijgen.”
Wanneer je nu zonnepanelen hebt en je elektriciteit teruglevert aan het stroomnet, dan krijg je geld terug. Maar deze salderingsregeling stopt. Dat lijkt me nogal zuur?
“Dat is voor ons niet fijn. Daar komt bij dat het elektriciteitsnet anders wordt ingericht: dat je meer gaat betalen op momenten als er veel vraag is naar energie. Onze trainingen vinden plaats in de avonduren en omdat de vraag dan groot is, zullen we waarschijnlijk toeslagen moeten gaan betalen omdat de piek in de vraag naar energie zwaarder belast wordt. Gelukkig hebben we sinds een jaar ledverlichting in onze lichtmasten. Maar nog altijd is energie een forse kostenpost van onze begroting. We kunnen niet zonder verlichting. Trainingen kunnen ook niet op een ander moment. En aan de andere kant kunnen we ook niet zomaar de contributie verhogen omdat we het daarmee onze leden weer lastiger maken. Dus dit is een ingewikkelde spagaat.”
Dit weekend de start van de lustrumviering: waar kijk je zelf het meest naar uit?
“Ik kijk ernaar uit dat een grote groep oud-leden aanwezig gaat zijn en dat we het samen gaan vieren. Ons lustrumthema is ‘Samen Goud’. Goud verwijst naar het jubileum. En ‘Samen’ is misschien nog wel belangrijker: een vereniging bestaat alleen doordat generaties leden, vrijwilligers, trainers, coaches, ouders, sponsoren en supporters zich ervoor inzetten. Ik ga dit weekend waarschijnlijk veel nieuwe gezichten zien: mensen die ooit voor de vereniging gespeeld hebben maar daarna verhuisd zijn richting het westen, maar toch een belangrijk aandeel hebben gehad in de ontwikkeling van de vereniging. Die gesprekken, die momenten, daar kijk ik heel erg naar uit.”
Op naar de volgende honderd jaar?
“Dat lijkt me een heel mooi doel.”
Lustrumprogramma
De lustrumviering van Hockeyclub Groningen begon zaterdag om 09.30 uur met een bijzondere lustrumwedstrijd waarbij het G-hockeyteam het opnam tegen het seniorenteam. In de middag waren er onder andere hockeyclinics met oud-international Maartje Paumen die gevolgd werden door een Q&A. Aan het einde van de middag begon een groot openingsfeest waarbij wethouder Jalt de Haan (CDA) van Sport het lustrumjaar officieel opende.