De delegatie uit Groningen en Drenthe in Montréal reageert woensdagavond blij op de komst van het WK wielrennen naar Noord-Nederland in 2034. Groningen en Drenthe mogen in 2034 zowel het WK wielrennen op de weg als het WK para-cycling organiseren. Het WK keert daarmee na 22 jaar terug naar Nederland.
‘De wereld te laten zien wat ik elke dag zie’
“Ik ben enorm blij met deze kans om de wereld te laten zien wat ik elke dag zie: hoe mooi en veelzijdig Groningen is”, vertelt burgemeester Roelien Kamminga. “We beschikken bovendien over de ruimte, de infrastructuur en de omgeving waar bezoekers uit binnen- en buitenland de kracht en eigenheid van onze provincie kunnen ervaren: van de historische binnenstad en de Grote Markt tot het open Groninger landschap dat onze regio zijn unieke karakter geeft.”
Agnes Mulder, commissaris van de Koning in Drenthe, ziet dezelfde kansen voor ‘haar’ provincie: “Ik ben ervan overtuigd dat wij samen met vrijwilligers en vele anderen een fantastisch evenement gaan organiseren. “Dat een van de grootste sportevenementen ter wereld naar Noord-Nederland komt, laat zien dat Drenthe een echte fietsprovincie is in de meest brede zin van het woord.”
‘Acht jaar ‘bouwen’ aan WK en impuls voor Groningen en Drenthe’
Nederland was samen met India in de race voor het WK van 2032. Vanwege de hoge kwaliteit van beide kandidaten besloot de UCI het WK aan beide landen toe te kennen. India organiseert het WK in 2032 en Nederland twee jaar later. Het Nederlandse plan voorziet in een wegkoers door alle gemeenten in Groningen en Noord-Drenthe, met een finish in het Stadspark Groningen. De tijdritten krijgen een start en finish op het TT-circuit in Assen.
Jakob Klompien, kwartiermaker van de Economische Agenda van Nij Begun, merkt op dat de regio dankzij die beslissing nu ruim de tijd heeft om het hele evenement goed op poten te zetten: “Het is fantastisch dat het de regio gelukt is om dit WK binnen te halen. Door de vroege toekenning is er acht jaar de tijd om toe te werken naar het WK. Die tijd zal worden benut om te bouwen aan een blijvende maatschappelijke en toeristische impuls voor Groningen en Drenthe.”