Nog altijd wordt er in de openbare ruimte in de gemeente groen geplant dat weinig te maken heeft met biodiversiteit. Dat zegt Ritzo ten Cate. Precies een jaar geleden trok Ten Cate samen met stadsecoloog Rick Middelbos aan de bel dat het allemaal veel biodiverser kan. De conclusie na twaalf maanden: er zijn mooie stappen gezet, maar er is nog heel veel werk te doen.
Ritzo, het begon vorig jaar in het Ebbingekwartier waar inheems groen werd vervangen door groen dat niet echt groen is. Hoe staat het er een jaar later voor?
“Ik denk dat er in de afgelopen twaalf maanden hele mooie stappen zijn gezet. Ik vind het bijvoorbeeld leuk om lange wandelingen te maken. Op steeds meer plekken kom ik wildgroei tegen. Dat zijn plekken waar niet gemaaid wordt en je ziet dat daar hele mooie dingen gebeuren. Tegelijkertijd moet je je wel afvragen of dit beleid is, of heeft het ermee te maken dat er geen capaciteit is om het ‘strak te maaien’? Maar laten we positief zijn en laten we hopen dat de plantjes doorgroeien, meer zaad gaan maken en dat het zich daardoor kan verspreiden, en ook dat de wortels van de huidige planten dieper in de grond zakken. Kortom: positief.”
Ik proef ook een ‘maar’…
“Aan de Oosterhamrikkade, aan de kant van de Vrydemalaan, woekert de berenklauw nog altijd welig voort. In het begin van dit jaar is alles afgemaaid. Maar inmiddels staat het er weer. En inmiddels breekt ook de tijd van het jaar aan waarop de plant zich verspreidt. Dus met een beetje pech is de 25 meter van nu volgend jaar 50 meter. Dat maakt mij niet blij, want in dit geval gaat het om de Perzische reuzenberenklauw, een exoot die hier niet hoort. Dat geldt ook voor de Chinese braam die hier juist vorig jaar is aangeplant. Dit is een bodembedekkende cultivar die snel grote stukken grond kan overwoekeren. Deze plant zie je inmiddels de plantenbakken uitkomen en die zal zich in dit tempo snel verspreiden. Dus als je mij vraagt wat er in aanleg en beheer anders is geworden, dan moet ik tot de conclusie komen dat het nog steeds erg slecht gaat.”
Dan kun je zeggen: oké, op deze locatie in de stad gaat het nog niet goed, maar op andere plekken misschien wel?
“Helaas. De afgelopen periode is de Kerklaan opnieuw ingericht. Het is een prachtige straat geworden waar ook groen is aangeplant. Maar dan ga je onderzoeken wát er is aangeplant. Dan kom je de inheemse klimop tegen. Op zich ben ik daar niet ontevreden over. Maar het is wel een plant die als een malle gaat woekeren. Waarom moet je die midden op straat toevoegen? Dat begrijp ik niet. Maar ook bepaalde cultivars die je er niet wilt hebben. En we kwamen plantjes tegen, een soort sprietjes, waarvan de app waarmee we soorten identificeren zei: ‘Ooh, upload deze foto’s maar niet’. In de omgeving van de Kerklaan wonen gelukkig hele actieve mensen die het geen probleem vinden om zo nu en dan wat van dit ‘groen’ eruit te trekken en te vervangen door iets wat wél van waarde is.”
De kracht van niks doen
Maar nu zijn er hele mooie stappen gezet, ook in de politiek, met het opstellen van de ’50 van 050′. Een lijst van vijftig planten die echt bijdragen aan de biodiversiteit…
“En dat is ook een hele mooie stap. Maar er zit hier wel een belangrijke nuance in. Deze specifieke lijst is gemaakt vóór de inwoners van de gemeente. Deze is nog niet bedoeld voor de publieke ruimtes. En daar zit ook het grote gevaar: als een straat zoals de Kerklaan wordt heringericht, dan wordt in het project vaak ‘groen’ ingetekend dat eigenlijk geen groen is. De oplossing? Misschien moet je wel niks doen. Stel dat je een grasveld kaal maakt en dat je geen dikke aarde met allerlei bemestingswaarden daarin toevoegt, maar het bewust schraal laat. Op die rijke, bemeste grond groeien namelijk vooral snelgroeiende stikstofminners zoals brandnetels en distels die alles verstikken. Juist op die schrale, voedselarme grond krijgen zeldzame, inheemse bloemen en kruiden de kans om te ontkiemen zonder te worden overwoekerd, zoals je al op verschillende plekken in de gemeente in het ‘wild’ ziet gebeuren. Dan is de kans groot dat zich in de bodem nog zaden bevinden die juist dan tot bloei komen. Zaden van planten en bloemen die hier echt horen.”
Je kunt het ook hebben over de functie van groen. Maar afgelopen week bij de tropische temperaturen werd duidelijk hoe belangrijk inheems groen is, hè?
“Het zijn hele mooie momenten om de proef op de som te nemen. We hebben twee locaties in het Ebbingekwartier met elkaar vergeleken. Op één van de plekken die we bekeken hebben kan groen flink woekeren. Voor het oog ziet het er rommelig uit met groen dat een meter hoog is, maar als je daar je hand doorheen haalde, was het lekker koel, met vocht dat tot op bepaalde hoogte aanwezig was. Wat je ziet is dat ook kruid bijdraagt aan het omlaag brengen van de temperatuur. Even verderop was het groen rigoureus gemaaid. Het lag er allemaal strak en symmetrisch bij. Hoewel het groen is, lag de temperatuur hier veel hoger. Het had weinig effect.”
“Niet maaien draagt bij aan koele stad”
Een advies is dus om niet te maaien?
“In ieder geval minder. Want dat begrijp ik niet. In de maand mei doen we dat heel goed met ‘Maai Mei Niet’. Maar zodra het juni is, wordt alles wat kan maaien uit de kast getrokken. Ik vind dat heel lomp. Bijna alles wordt in één keer gemaaid, waardoor er geen ruimte meer is voor insecten. Planten die zich in de maand mei hebben ontwikkeld, en die goed zijn voor bijvoorbeeld insecten, worden weggemaaid. Mijn advies: laat het nog net iets meer doorgroeien. Dat draagt echt bij aan een koelere stad.”
Maar als je minder gaat maaien, worden de mensen die het beheer verzorgen dan niet overbodig?
“Juist niet. Ik vertelde al over de exoten die in onze gemeente voorkomen: planten die hier niet horen, die zich enorm verspreiden en de inheemse planten onder druk zetten. De gemeente heeft een hele mooie exotenkaart gemaakt. Je kunt precies zien waar die exoten zich bevinden. Mijn voorstel zou zijn om massaal aan de slag te gaan om de berenklauw gezamenlijk te gaan verwijderen. Dit is ook het uitgelezen moment daarvoor. In de komende week gaan ze zaad zetten, waardoor je volgend jaar nog veel verder van huis bent. Daarnaast is er veel openbaar groen dat door bepaalde bedrijven onderhouden wordt: dat zijn bedrijven die perkjes water geven terwijl het een paar uur later gaat regenen. Diezelfde bedrijven planten ook plantjes die niets met inheems te maken hebben. Ook daar zou naar gekeken moeten worden. Hebben we zulke bedrijven wel nodig? Of kunnen we ze niet echt specialistisch werk laten doen, zoals die Japanse duizendknoop verwijderen?”
‘Green Lovin’ Grunnegers’
Want dat is één van de gevolgen van de bel die jullie vorig jaar hebben laten klinken: het aantal mensen dat zich heeft aangesloten om zelf de handen uit de mouwen te steken, groeit…
“Vooropgesteld: er zijn heel veel mensen die al mooie dingen doen. Tegels wippen, geveltuintjes aanleggen en buurten vergroenen bijvoorbeeld. En het klopt dat ik ook iets moois ben begonnen. Het gaat om ‘Green Lovin’ Grunnegers’. Onlangs hebben we in de omgeving van Spark in het Stadspark een bioblitz gehouden. Een bioblitz is een zoektocht waarbij vrijwilligers, natuurliefhebbers en experts samenwerken om in een gebied binnen een bepaalde tijd zoveel mogelijk verschillende plant- en diersoorten te vinden en te registreren. Het doel is de lokale biodiversiteit in kaart te brengen en mensen enthousiast te maken voor de natuur. En het leuke is: deelnemers en ook ikzelf wisten niet wat ons overkwam. Dat er dingen groeien die je van tevoren niet verwacht. Dat er zo’n enorme bak biodiversiteit aanwezig is.”
Gaat dit een vervolg krijgen?
“Vanzelfsprekend. Vorige maand hebben we een wandeling door de stad gemaakt, met als belangrijke kernvraag: hoe kunnen we van een omgeving een ‘rode-lijsten-hotspot’ maken? Want dat is stiekem wel een mooie missie: stukjes stad zo fijn maken voor erg zeldzame of zelfs bedreigde planten en dieren dat er een rode-lijst-habitat ontstaat. Met als uiteindelijke doel dat onze halve gemeente een beschermd natuurgebied is geworden.”
‘4D-Meerbos’
Hoe groot is die opgave?
“Ik denk dat er veel kansen zijn. Ik moet bijvoorbeeld denken aan de documentaire ‘Wild London’ van Sir David Attenborough. In die stad is een gezonde stadsecologie aanwezig. In onze gemeente doen we het helemaal niet slecht: op veel plekken zijn de omstandigheden er klaar voor. Om voorbeelden te noemen: we hebben de otter en er zwerven in bepaalde wijken vossen rond. Maar wat je eigenlijk wilt, is dat je meer bijzonder klein leven krijgt, totale bijzondere ecosystemen. En dat maak je door kleine slimme aanpassingen te doen. Door bijvoorbeeld takken neer te leggen, kieren te maken voor vleermuizen en de grond te verschralen. Dat het daardoor biodiverse plekken worden waar soorten voorkomen die van nut zijn, en waarbij deze gebieden ook in verbinding komen met elkaar.”
De Partij voor de Dieren heeft zich afgelopen jaar sterk gemaakt om meer bossen aan te kunnen leggen in de gemeente. Bijvoorbeeld het Meerbos. Is dat een ontwikkeling die je toejuicht?
“Ik denk dat de Partij voor de Dieren het heel goed begrijpt. Maar het is wel belangrijk om uit te leggen wat een bos is. Dat is niet zomaar een verzameling bomen die je bij elkaar zet. Wat je wilt, is dat het ecosystemen worden. Ik noem dat 4D-biodiversiteit. Waarbij de vierde ‘d’ staat voor diversiteit. Het is niet alleen de boomkroonbedekking die telt, maar het gaat erom dat er in de hele ruimte van het bos van alles plaatsvindt. Een gelaagd bos waarin van alles leeft en kan woekeren. Dus geen monoculturen, maar één grote gevulde ruimte, met één grote bende aan plantjes, beestjes en schimmel. Inclusief de bodem. Mijn idee is dat ecologen die binnen de gemeente werkzaam zijn dat ook heel goed begrijpen.”
Beuken zijn geen statusobjecten
Daarbij zou je ook kunnen denken aan het toevoegen van bomen in versteende ruimtes…
“Zeker. Maar je zult dan heel goed moeten nadenken over wat je plaatst. Ik sprak laatst iemand en die zei dat beuken het in de stad niet zo goed doen. Ik zei tegen degene: nee, duh. Ze doen het niet goed in hun eentje in een warme omgeving. Wat zijn beuken? Dat is een woudboom. Die houdt van vriendjes. Je kunt hem niet gebruiken als statusobject. In sommige gevallen houdt zo’n eenzame boom het wel vol, maar uiteindelijk is het zo niet door Onze Lieve Heer bedacht. Door meerdere beuken en eiken bij elkaar te plaatsen, houden ze elkaar sterk. Bijvoorbeeld op momenten dat het hard waait. Je zult echt moeten gaan denken in ecosystemen.”
Ook Student & Stad zat afgelopen jaar niet stil: afgelopen week kreeg een voorstel van deze partij om het aanleggen van geveltuintjes makkelijker te maken een grote meerderheid…
“Ik denk dat Student & Stad het ook heel goed begrijpt. En misschien juist wel Student & Stad. Een groene stad is gezond voor iedereen. Veel jongeren kampen met psychische klachten. Een deel van de oplossing daarvoor is groen. En dan bedoel ik niet het symmetrische en strak aangeharkte groen, maar juist het woekerende groen. Kijk hoe ze dit doen in Scandinavische steden en Berlijn: daarin krijgt groen alle ruimte en daar zie je ook dat het positieve effecten heeft op de inwoners. Vergelijk het met een weekendje naar zee gaan: het kijken naar de zee voelt prettig. Het is gezond. Dat geldt ook voor woekerend groen. Dus dit voorstel voor geveltuintjes is niet alleen leuk en goed om de hittestress tegen te gaan en de biodiversiteit een impuls te geven, maar ook op mentaal gebied is dit een enorm pluspunt.”
“Begin vandaag nog, desnoods guerrilla style”
Ik kan me voorstellen dat mensen na het lezen van dit artikel nieuwsgierig zijn geworden of zij zich wellicht aan kunnen sluiten bij ‘Green Lovin’ Grunnegers’…
“Dat kan zeker. Ik heb een Substack-kanaal waar mensen zich aan kunnen melden. Op die pagina kan ook allerlei informatie gelezen worden. Nieuwe activiteiten zullen daar gedeeld worden. Maar misschien nog wel belangrijker: het is niet klassiek georganiseerd; het is vooral kennisdeling om juist ook zelf aan de slag te gaan. Bijvoorbeeld door zelf een geveltuintje aan te leggen of je eigen tuin een impuls te geven. Door op micro- of nanoniveau je eigen eco-habitatje aan te leggen. En hoe meer mensen dat gaan doen, hoe leuker en gezonder het wordt. Hoe tof zou het zijn als rode-lijstsoorten juist kansen krijgen in deze tuintjes?”
Je klinkt heel enthousiast…
“Als je op het nieuwe busstation in een bus stapt die je na ongeveer twintig minuutjes aflevert op een plek in het Drentse stroomdal, waar de Drentse Aa stroomt, dan zie je wat ik bedoel: wilde natuur zoals natuur hoort te zijn. De natuur die zichzelf redt en onderhoudt. Waar geen grasmaaiers, bosmaaiers en ander tuingereedschap aan te pas komen. Laten we daar lering uit trekken: laten we onze tuinen niet dichtplamuren en laten we gazons niet strak maken. Laat de natuur de natuur zijn. Dat is goed voor de gemeente, voor de biodiversiteit en om hittestress tegen te gaan, maar ook vooral voor onszelf: we zullen ons gelukkiger en beter gaan voelen. En daar kunnen we vandaag gewoon mee beginnen. Daar hebben we niemand voor nodig. Samen als inwoners kunnen we gewoon beginnen. Desnoods guerrilla style.”
