Onder grote belangstelling zijn zondagmiddag op Appèlbergen de 34 slachtoffers herdacht die in mei 1943 door de Duitse bezetter werden geëxecuteerd. De lichamen werden nadien begraven in de moerassige veengronden bij Glimmen; vijftien van hen zijn tot op de dag van vandaag nooit teruggevonden.
“Het was een zeer waardige herdenking”, vertelt Hans Postema van de stichting 3 Mei Herdenking Appèlbergen na afloop. De opkomst was dit jaar opvallend groot. “Er waren veel mensen aanwezig, meer nog dan vorig jaar. Wat ons vooral heel veel energie geeft, is dat er veel jongeren bij waren. En tegelijkertijd puzzelt ons dat ook. Komt het omdat de herdenking dit jaar op een zondag plaatsvond, waardoor meer mensen in de gelegenheid waren om te komen? Heeft het te maken met de Nationale Dodenherdenking die dit jaar op een maandag valt, wat wellicht onhandig is? Zijn het de hedendaagse internationale spanningen? Wij weten het niet, maar de betrokkenheid is groot. En dat is erg fijn.”
Tekst gaat verder onder de foto’s:


1943: Een massaal protest
De aanleiding voor het drama op Appèlbergen ligt in april 1943. Terwijl het Duitse leger in Rusland een bloedige strijd leverde om Stalingrad, waren er extra arbeidskrachten nodig om de Duitse oorlogseconomie draaiende te houden. Friedrich Christiansen, de Wehrmachtsbefehlshaber in den Niederlanden, besloot daarom de Nederlandse militairen die in mei 1940 tegen de Duitsers hadden gevochten, op te roepen voor de Arbeitseinsatz.
Dit besluit zorgde voor enorme schrik in talloze gezinnen. Vanuit Londen reageerde de Nederlandse regering met een manifest dat opriep tot staking. Die oproep werd massaal omarmd. De staking begon op donderdag 29 april 1943 bij Machinefabriek Gebr. Stork & Co in Hengelo en verspreidde zich razendsnel over het land. Het werd het meest massale protest tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Duitsers probeerden de staking te breken door honderden stakers af te voeren naar strafkampen en tweehonderd van hen standrechtelijk te executeren. In Groningen was Sicherheitsdienst-officier Johann Mechels belast met deze taak. Zijn optreden was bruut en gewelddadig en leidde uiteindelijk tot de dood van de 34 personen die uiteindelijk op Appèlbergen terechtkwamen.
Redes
De herdenking van zondag begon met een welkomstwoord van Adrie Kiwiet Thoma. Voor haar is de plek beladen: haar opa Egbert werd in 1943 doodgeschoten bij Woudbloem. Daarna is zijn lichaam vermoedelijk in een van de massagraven op Appèlbergen terechtgekomen. Vervolgens droeg een leerling van de Quintusschool uit Glimmen een gedicht voor. “Alle leerlingen van de school hebben gedichten geschreven”, legt Postema uit. “Bij een beoordeling is gekozen welk gedicht het mooiste was en voorgedragen mocht worden.”
Daarna was het woord aan burgemeester Ard van der Tuuk (PRO) van Westerkwartier. Hij legde in zijn herdenkingsrede een link tussen de ‘zestien van Marum’ en de huidige tijd. Om de staking te breken werden in 1943 zestien inwoners van Marum bij Trimunt vermoord en eveneens op Appèlbergen in een massagraf begraven. “Hij wist een hele mooie link te leggen met onze huidige, roerige tijd”, aldus Postema. “Hij deed een appèl op de zwijgende meerderheid: juist nu is het goed om van je te laten horen dat je voor vrijheid en democratie staat. Zijn rede maakte veel indruk.”
Tekst gaat verder onder de foto’s:


Gedichten
Ook Erica van Lente (PRO), burgemeester van Midden-Groningen, deelde haar betrokkenheid. De slachtoffers in Appèlbergen kwamen uit de noordelijke provincies en met name uit Midden-Groningen, de stad Groningen en het Westerkwartier. Van Lente vertelde dat ze vorig jaar incognito aanwezig was geweest en dat de herdenking toen zo’n diepe indruk maakte dat ze contact zocht met de stichting. Zij droeg zondagmiddag gedichten voor van Rutger Kopland, die in de buurt van Appèlbergen woonde. De gedichten gingen over het gemis. Daarna werden de 34 namen namen voorgelezen die op Appèlbergen in massagraven terecht kwamen. Vervolgens werden er bloemstukken en bloemen gelegd bij het monument.
Zoektocht naar vermisten
Van de 34 gefusilleerden zijn er vijftien nog altijd vermist. “De kans wordt steeds kleiner dat we hen terug gaan vinden”, geeft Postema eerlijk toe. “In alle stilte werken we hier natuurlijk wel verder aan. We zetten verschillende methodieken in, bijvoorbeeld lectuuronderzoek. Maar tot op heden heeft dat nog niets opgeleverd. De hoop is dat dit ooit wel gaat lukken. Er zijn nu vijftien families die dit boek niet kunnen sluiten. Ik weet dat dit pijn doet. Het is een open wond.”
In 1946 werden op aanwijzingen van een ooggetuige al negentien stoffelijke overschotten aangetroffen op twee verschillende plekken op het veertig hectare grote terrein. Van de overige vijftien ontbreekt ieder spoor, ondanks diverse zoekpogingen. Twee jaar geleden was het International Search & Recovery Team for Missing Persons (ISRT) nog actief in het gebied. Zij keken met moderne technieken naar afwijkingen in de grond. Dit leverde locaties op die zo interessant waren dat de schep in de grond ging. Er werd inderdaad een massagraf aangetroffen, maar tot grote teleurstelling bleek dit leeg te zijn.
De hoop dat Duitse archieven uitkomst bieden, is eveneens broos. Hoewel de Duitsers bekendstonden om hun nauwkeurige archivering, is er over deze specifieke executies op individueel niveau niets teruggevonden in Nederlandse archieven. “Het is zeer goed mogelijk dat die onderdelen vernietigd zijn,” legt Postema uit. “Toen de geallieerden oprukten, werd veel materiaal vernietigd om bewijslast voor eventuele strafvervolging te wissen.”
Het Grote Veen
Volgens een gedetailleerde reconstructie liggen de resterende slachtoffers waarschijnlijk begraven in het Grote Veen. Tijdens de oorlog was dit een moeras. Sinds de jaren zeventig is dit deel van het gebied door een verhoging van de grondwaterstand onbereikbaar geworden voor onderzoek. Een andere theorie is dat de slachtoffers buiten Appèlbergen begraven liggen, maar zonder concrete aanwijzingen blijft dat zoeken naar een speld in een hooiberg.
Maandag is het 4 mei, Nationale Dodenherdenking. Postema: “Het is voor mij een hele belangrijke dag. Op 4 mei om 20.00 uur is het vaste prik dat we de televisie inschakelen voor de herdenking op de Dam in Amsterdam. Dat hebben we onze kinderen altijd meegegeven: dit is belangrijk. We moeten stilstaan bij de mensen die hebben bijgedragen aan de vrijheid waarin we vandaag de dag leven. Die boodschap is de laatste jaren, met alle spanningen en zorgen in de wereld, alleen maar belangrijker geworden.”


