De champagne is nog niet ontkurkt, maar bij het Noord Nederlands Orkest (NNO) heerst optimisme. Nu de gemeente opteert voor renovatie van De Oosterpoort en afziet van nieuwbouw bij het Hoofdstation, ziet directeur Liesbeth Kok eindelijk licht aan het einde van de tunnel: “Maar we zijn er nog niet.”
Liesbeth, wat was jullie eerste reactie na het horen van het nieuws?
“We zijn blij en optimistisch. Tegelijkertijd moeten we ons realiseren dat het nog geen gelopen koers is; er komen nog genoeg uitdagingen op ons af. Het idee is nu om De Oosterpoort te vernieuwen en te renoveren. Daarbij zullen er nog genoeg discussies gevoerd moeten worden. En laten we ook niet vergeten dat de gemeenteraad hier ook nog iets over mag zeggen. Zij zullen moeten instemmen met het voorstel dat het college nu op tafel heeft gelegd.”
Achtergrond
Over de toekomst van De Oosterpoort wordt al zeker tien jaar gesproken, waarbij er verschillende opties op tafel lagen. Zo was het de bedoeling om aan de zuidzijde van het Hoofdstation een popzaal te bouwen. Dit blijkt nu echter te complex en in combinatie met de renovatie van het huidige pand financieel onhaalbaar. Ook de bouw van een zaal bovenop het huidige pand is constructief uitgesloten. In plaats daarvan wordt De Oosterpoort integraal vernieuwd: de huidige Grote Zaal wordt omgebouwd tot een popzaal voor 3.200 bezoekers door de tribunes te verwijderen, terwijl er een nieuwe klassieke zaal wordt ingepast in de huidige ruimten van Kunstpunt. Een extra parkeergarage is volgens het onderzoek niet nodig. Het college legt dit integrale plan binnenkort voor aan de gemeenteraad voor definitieve besluitvorming.
De toekomst van De Oosterpoort is een onderwerp waar al tien jaar over gesproken wordt, waarbij allerlei varianten en daarmee gepaard gaande sentimenten aan de orde zijn geweest. Heeft het niet veel te lang geduurd?
“Ik denk dat je het hebt over een heel lastig onderwerp. Het draagt de nodige complexiteit, waarbij er veel mensen en partijen betrokken zijn. Dit soort processen, die we de afgelopen jaren gezien hebben, horen daar dan vaak bij. Het is ook de vraag hoe andere actoren en stakeholders naar de situatie kijken: je zult de neuzen dezelfde kant op moeten krijgen. Als ik nu zie wat het voorstel is, dan durf ik wel te zeggen dat dit die tien jaar waard is geweest. De Oosterpoort blijft behouden, en dat is voor de culturele spelers belangrijk.”
Je zegt daarmee dat een situatie waarin er jarenlang over een onderwerp is gesproken, niet uniek is?
“Klopt. Het zijn complexe processen. Maar wat het ook is: De Oosterpoort is een iconisch gebouw. Als je daarover gaat praten, dan maakt dit veel los. Iedereen vindt er iets van. Dat zagen we eerder bij de realisatie van het Groninger Museum en Forum Groningen. Maar ook elders: het Rijksmuseum in Amsterdam bijvoorbeeld, maar kijk ook naar het Residentie Orkest in Den Haag dat ongeveer elf jaar geleden moest verhuizen vanwege een verbouwing van hun onderkomen en daardoor jarenlang op een tijdelijke plek zat. Nu ging het over De Oosterpoort: een plek waar veel mensen aan gehecht zijn, waar ze een band mee hebben, en dat leek in zekere zin te verdwijnen.”
De beslissing die nu genomen is, wat vinden jullie daarvan?
“Wij zijn hier blij mee. Maar ik wil een aantal dingen zeggen: het afgelopen jaar is het contact met de gemeente goed, de gesprekken zijn constructiever. In de periode daarvoor was dit minder vanzelfsprekend. Politieke partijen als D66, Partij voor het Noorden en VVD zijn we dan ook erg dankbaar dat zij aandacht hebben gevraagd voor de situatie van de culturele infrastructuur. Wat er nu gaat gebeuren, is dat er gekozen wordt voor de variant van een muziekverzamelgebouw. Dat vinden wij de krachtigste manier omdat het publiek verbindt. Het heeft een sociaal krachtige verbindende rol. In plaats van een eigen cel in te richten, breng je alle muziekgenres onder één dak. Blues, metal en klassiek ontmoeten elkaar.”
Die verbindende rol is van meerwaarde?
“Door alles op één plek te plaatsen, verbind je groepen en komt men met elkaar in aanraking. Ook economisch is deze optie van meerwaarde. Daarnaast hebben wij altijd gepleit voor een locatie dichtbij de binnenstad. De gedachte die nu door het college op tafel is gelegd, waarbij gebiedsontwikkeling onderdeel is van de plannen, kan heel mooi uitpakken voor het aangezicht van de stad. Maar ook voor de omwonenden van De Oosterpoort. En het mooie is dat De Oosterpoort nu straks gaat beschikken over een grote klassieke symfonische zaal, maar ook een grote popzaal heeft.”
Als dit voorstel goedkeuring krijgt, dan betekent het dat De Oosterpoort onderhanden genomen gaat worden. Wat gaat dit voor jullie betekenen?
“Die consequenties vallen mee. Als er een popzaal bij het Hoofdstation was gebouwd, dan hadden wij tijdelijk ergens anders ruimte moeten zoeken. In dat hele proces was er geen licht aan het einde van de tunnel. Ook het aanbod van het overige klassieke programma van Spot was onzeker geweest. Welke oplossing er ook gevonden was, het had veel geld gekost. Dat probleem, die hele puzzeltocht, die speelt bij dit scenario niet. Het is nu gunstiger. We kunnen tijdens de werkzaamheden in de Grote Zaal blijven spelen. Wat overlast van kluswerkzaamheden betreft, nemen we dat op de koop toe. Als de nieuwe zaal klaar is, verhuizen we daarheen. En ik zeg verhuizen, maar eigenlijk is het geen verhuizing. Voor het publiek is het prettig: wij blijven op dezelfde plek en er zijn wat ons betreft geen kosten aan verbonden. Maar nogmaals: ondanks het sterke scenario zal het her en der wel passen en meten zijn. Het is natuurlijk geen sinecure.”
Hoe is er door het orkest, de dirigenten en de betrokkenen op gereageerd?
“Wat er afgelopen week gezegd is, dat is met blijdschap ontvangen. Maar we zijn wel terughoudend. Alles is nog heel prematuur. Voor de komende periode is het heel belangrijk om goed in gesprek te blijven. Met de gemeente, maar ook met andere partijen zoals Spot en Eurosonic. Samen moeten we hier een succes van gaan maken en daarom is het ook heel belangrijk om hier samen in op te trekken.”
Tot slot, hoe gaat het met het NNO?
“Het gaat heel goed met ons. We hebben met 2025 een topjaar afgesloten waarbij we in artistiek en creatief opzicht in topvorm verkeerden. We hebben twee belangrijke prijzen in ontvangst mogen nemen en we hebben in den lande erkenning gekregen voor ons speelniveau, maar ook voor het enthousiasme dat we tijdens optredens hebben laten zien. We zijn daarnaast ook hartstikke gezond. Kijken we naar de toekomst: we timmeren hard aan de weg. Qua educatie komt er een mooi project aan. Kijken we naar de concerten, dan verkopen we daar meer kaartjes voor sinds het uitbreken van de coronacrisis in 2020. En we zien het aantal jonge mensen dat in de zaal zit, toenemen. Kortom: er staat een mooie toekomst voor de deur. Wij zijn heel tevreden.”
Verslaggever Ruben Feiken sprak met wethouder Jannette Bosma (Partij voor de Dieren) van Cultuur: