Een documentaire van vijf voormalige RUG- en Hanze-studenten moet jongeren gaan enthousiasmeren voor techniek. De film is vorig jaar gemaakt in Mexico, waar de studenten deelnamen aan een internationale wedstrijd waarbij een satelliet moest worden gebouwd. Teamlid Matthias van Burg hoopt ook dat er in Groningen snel een techniekhub gerealiseerd wordt om technisch talent voor de regio te behouden.
Matthias, hoe is het idee voor deze documentaire ontstaan?
“Aanvankelijk was het puur de bedoeling om onze eigen belevenissen te filmen. Gewoon, zodat we voor onszelf beeldmateriaal hadden waarmee we later op dit bijzondere avontuur konden terugblikken. Maar je zou kunnen stellen dat dit wat uit de hand is gelopen. Eén van onze teamgenoten, Jakob, had er zoveel plezier in dat hij het voortouw heeft genomen. Van de RUG kreeg hij een professionele camera mee en gaandeweg het proces heeft hij voortdurend interviews afgenomen. Daarmee werd het een soort videodagboek dat laat zien hoe zo’n innovatieproces écht verloopt. Al vrij snel ontstond het idee om er een volwaardige documentaire van te maken.”
Vorig jaar mei spraken we jullie ook al. Toen stonden jullie als groep van vijf studenten aan de RUG en de Hanzehogeschool op het punt om naar Mexico-Stad te vliegen…
“Klopt. We hebben elkaar destijds leren kennen tijdens de Bridgestone Solar Challenge, waar we als team werkten aan een zonneauto. Een van onze leden werd daarna door de RUG geïnformeerd over deze CanSat-competitie. CanSat is een grote internationale wedstrijd waar vorig jaar 44 teams aan meededen. Elk team bouwt een eigen satelliet ter grootte van een melkpak. De opdracht was dat het apparaat vanaf een hoogte van 400 meter een ei, een pak water en een handje zaadjes veilig op de grond moest zien af te leveren. Er mocht niks kapot gaan. Tijdens de val moest de satelliet ook bepaalde telemetrie verzenden, zoals temperatuur en snelheid.”
Maar dat werd destijds een deceptie op het voetbalveld in Mexico, waar de wedstrijd plaatsvond, hè?
“De teams die voor ons aan de beurt waren, hadden al heel weinig succes. Eén satelliet stortte neer op de tribune, een andere kwam terecht op een naastgelegen atletiekbaan. In de maanden voorafgaand hadden wij werkelijk alle mogelijke scenario’s getest. Maar uiteindelijk gebeurde bij ons dat waar je altijd voor vreest: tijdens de val weigerde het mechanisme en er gebeurde helemaal niets. De satelliet spatte in honderd stukjes uiteen. Een visdraad die de pootjes bij elkaar hield, had door moeten branden, maar was waarschijnlijk te strak aangetrokken, waardoor dit niet gebeurde. Ondanks dat we toen op dat moment erg teleurgesteld waren, was het project daarmee niet mislukt. We hebben waanzinnig veel relevante kennis opgedaan die binnen de ruimtevaarttechnologie maar ook binnen andere vakgebieden erg bruikbaar is.”
Tekst gaat verder onder de foto’s:


En dan kom je terug in Nederland en ligt daar die 26 uur aan ruw beeldmateriaal…
“Ja, en Jakob is het afgelopen jaar echt ontzettend druk geweest om dat te reduceren tot veertig minuten. Hij heeft er in zijn spaarzame vrije uurtjes een jaar lang aan gemonteerd. De beelden, de muziek; het is gewoon heel tof geworden. Het eindresultaat laat op een informatieve manier zien hoe we dit project hebben aangepakt. Je ziet de rauwe emoties en het harde werken. Door die persoonlijke verhalen is het echt toegankelijk geworden voor een brede doelgroep. Uiteindelijk denk ik dat het een heel positief verhaal is geworden over hoe leuk techniek is, met de daarbij behorende emoties.”
Als je de film terugkijkt, zie je vijf hele serieuze jonge mensen. Hebben jullie het project destijds niet té serieus aangevlogen?
“Wij zijn destijds volledig opgegaan in dit project. Misschien hadden we het wel wat rustiger aan kunnen doen. Waarschijnlijk was de teleurstelling dan ook minder groot geweest toen het misging. Wellicht hadden we dan ook wat meer kunnen genieten en meer van Mexico-Stad kunnen zien. Aan de andere kant: als we de film terugspoelen en dit project zou morgen weer voor de deur staan, dan denk ik dat ik het op precies dezelfde manier zou aanpakken. Ik denk dat ik ook namens mijn teamgenoten spreek als ik zeg dat we serieuze jonge mensen zijn die ergens gewoon honderd procent voor willen gaan.”
De presentatie van de documentaire vond afgelopen week plaats. Hoe was die reünie?
“Dat was super. We hadden als groep afgesproken op het Centraal Station in Den Haag. Vanuit daar zijn we naar het Mauritshuis gelopen, waarbij we even toerist in eigen land hebben gespeeld. Daarna zijn we gaan eten in een Mexicaans restaurant. De guacamole en de nacho’s voerden ons weer even helemaal terug naar die stoffige, met rook overspoelde eettentjes in Mexico waar we precies een jaar geleden waren. In die zin was het een trip down memory lane met een klein beetje heimwee, hoewel de prijzen in de Haagse horeca wel een klein beetje hoger liggen dan daar, haha. Daarna zijn we naar mijn huis gegaan en hebben we met popcorn en drankjes de documentaire bekeken. Na afloop was iedereen erg trots. En je kunt je voorstellen dat Jakob flink in het zonnetje is gezet.”
Jullie zijn als Hanze- en RUG-studenten aan dit avontuur begonnen, maar het feit is dat jullie Groningen inmiddels allemaal ontvlucht zijn. Dit gesprek voeren we nu op de campus van de universiteit in Delft…
“Dat klopt, en dat is wel een beetje een probleem. In Groningen zijn de mogelijkheden op technisch gebied simpelweg beperkt. Wil je je echt verdiepen in de ruimte- en luchtvaarttechnologie of zware engineering, dan moet je naar Delft, Twente of Eindhoven. Groningen heeft weliswaar een fantastische universiteit, maar het hardcore technische ontbreekt er. Dat is in onze ogen een gemiste kans, omdat juist ruimtevaart, luchtvaart en de ontwikkeling van AI ontzettend belangrijk zijn voor de toekomst. Is de situatie in het Noorden dan wanhopig? Nee, gelukkig niet. Op dit moment is er zelfs weer een nieuw team uit Groningen in Mexico dat meedoet aan de CanSat-wedstrijd. En er is inmiddels ook een studievereniging opgericht die techniek promoot, ruimtes faciliteert waar je aan het werk kunt en praktische vragen beantwoordt over collegegeld en carrièremogelijkheden.”
Tekst gaat verder onder de foto’s:


Is dat voldoende om het talent in de regio te houden?
“De technologische ontwikkelingen gaan razendsnel. Er wordt in Groningen nu gesproken over een ‘AI-fabriek’. Dat is super goed. Maar betrek het onderwijs daar heel sterk bij. Dat zou in onze ogen het beste kunnen door het opzetten van een fysieke technische hub in het Noorden: een soort verlengstuk of buitenpost van Delft, Twente en Eindhoven. Vergeet niet dat er in het Noorden ontzettend veel knappe koppen zitten. Er liggen zoveel kansen. Volgens mij moet je daar als regio gebruik van maken en het voor geïnteresseerden zo makkelijk mogelijk maken om er te blijven. Je wilt die ‘braindrain’ voorkomen.”
Ligt er bij het interesseren voor techniek ook een taak voor de middelbare scholen, want dat is de plek waar je je voor het eerst oriënteert op je toekomst?
“Dat denk ik zeker. Het aanbod op scholen moet inspirerend zijn. De CanSat-wedstrijd waar wij aan meegedaan hebben, bestaat ook voor middelbare scholieren. Dat is een prachtig middel. Want laten we eerlijk zijn: wie vindt het nou niet leuk om een raket te bouwen? Door vervolgens een technische hub aan te bieden in Groningen, maak je de vervolgstappen daarna veel makkelijker en toegankelijker om een opleiding binnen het technische veld te kiezen.”
Wat als we dit als Noord-Nederland de komende jaren nou níét gaan doen?
“Dan wordt het veel moeilijker om als land voorop te blijven lopen. We moeten ons goed realiseren dat onze toekomst in grote mate bepaald zal worden door AI. Ondertussen is er in de wereld van alles aan de hand; geopolitieke conflicten zorgen ervoor dat de rol van defensie veel belangrijker wordt. Daarmee wordt ook de ontwikkeling op het gebied van ruimtevaart, satellieten en raketten cruciaal. Het is goed om daarin als Nederland voorop te lopen, zodat we qua kennis niet afhankelijk zijn van andere landen. Dat kan succesvol zijn als je alle mogelijkheden zoveel mogelijk benut.”
Dat betekent dus investeren?
“Ik vind dat wij als Nederland onszelf onmisbaar moeten maken in de ruimte-, AI- en quantumsector. Om op die manier relevant te blijven en dat wij er economisch ook op vooruit gaan door zowel geld als moeite in de ontwikkelingen te stoppen.”
De documentaire staat nu live op YouTube. Wat hopen jullie dat het effect zal zijn?
“We hopen dat ons avontuur in Mexico andere jongeren, studenten en scholieren mag gaan inspireren. We laten zien wat wij als een simpel groepje vrienden hebben neergezet. Natuurlijk hopen we dat andere jongeren dit gaan oppakken en ook van dit soort projecten gaan starten. Mocht je trouwens specifieke vragen hebben over ons project of hoe we bepaalde dingen hebben aangepakt: onder de video op YouTube is het mogelijk om berichten achter te laten. Wij zitten klaar om overal zo goed mogelijk op te reageren.”
Bekijk hier de documentaire: