“Soms wil het Wilsterflappen niet, maar dan moet je positief blijven”

Het is een ambacht dat bijna niet meer wordt uitgeoefend: het Wilsterflappen. In het Reitdiepgebied wordt deze week echter volop geprobeerd om de Wilsters te vangen.

“In het Noorden zeggen we vaak Wilsters”, vertelt Arjan Hendriks van Het Groninger Landschap. “Maar ze zijn ook bekend onder de naam Goudplevier. Een vogel die tot de jaren dertig in voornamelijk Drenthe en in het Peelgebied broedde. Tegenwoordig bezoeken ze ons land alleen nog als ze van Scandinavië op reis zijn naar het warme zuiden waar ze overwinteren. Met de vogel gaat het qua aantallen niet goed en daarom staat hij hier op de rode lijst.”

“Je moet precies op het juiste moment het net omhalen”, vertelt Menno Zijlstra. Zijlstra is één van de weinige Wilsterflappers. “Vroeger had je in elk dorp wel een vogelvanger. Dit werd vooral gedaan voor de consumptie. Zeker een Wilster leverde flink wat geld op als je deze aanbood bij de poelier.” Zijlstra vangt de dieren nu om ze te kunnen ringen. “Dat doe ik onder andere voor een onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen die het trekgedrag van de vogels in kaart willen brengen.” Toch blijft het een moeilijk beroep. “Kijk maar om je heen. Heel veel mist en geen Wilster die zich laat zien. Soms kan ik de hele boel ook wel in brand steken, maar als ik dan zie waar ik ben, dan helpt dat enorm om positief te blijven.”

Deel dit artikel:

  1. Dit soort vogels de nodige stress bezorgen onder het mom van onderzoek. Een verrekijker is niet genoeg, nee het moet en zal geringd gaan worden, want stel je voor dat deze vogelsoort komend jaar ergens anders gaat bivakkeren kun je altijd zeggen “hij is van ons”.

    Laat natuur, natuur zijn en laat in dit geval als Groninger Landschap de vogels gewoon met rust.

  2. Ik vang geregeld een vogel terug die ik dezelfde dag geringd heb de vogels die ik in de kist bewaar om te ringen beginnen na een halfuur later terug te kraaien

  3. Dat is nu exact wat ik heb geprobeerd duidelijk te maken met mijn posting doordat ik met enige regelmaat de klaagzang over gemotoriseerde watersport in de krant lees. Dieren, ook vogels passen zich enorm snel aan de omstandigheden aan. Ook op het Lauwersmeer waar de zeearend(en) met enige regelmaat vlakbij mij langsvliegen als ik daar rondvaar of stil lig en zich verder ook niets van mij aantrekken, al willen de natuurorganisatie`s anders doen geloven.
    Deze arend gaat ondanks mijn aanwezigheid/de aanwezigheid van andere (motor)boten gewoon door met zijn strooptocht over het water om al vliegend en zo nu en dan middels een duikvlucht zijn vis te vergaren.

  4. Mijn vader was vroeger ook wilster vanger. Hij ging morgens vroeg weg en kwam dan s middags pas tegen 5 uur terug. Het was zijn lust en leven. Soms ving hij een hele dag niets. Eerst verkocht hij ze ook wel aan de poelier en later ringde hij ze ook. Wij hebben ze ook wel gegeten. Erg lekker . Toen mijn vader er mee stopte heeft hij alle materialen geschonken aan het Openluchtmuseum in Warffum

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *