Groningen zou meer straatcoaches kunnen gebruiken: “Voorkomen dat jongeren in de criminaliteit belanden”

nieuws
Foto: Robert van der Veen - niekerknieuws.nl

Groningen zou meer straatcoaches kunnen gebruiken. Dat zegt Mark van WIJ Groningen, die zelf al zo’n vier jaar straatcoach is in de gemeente. In het OOG-radioprogramma Goedemorgen Groningen vertelt hij dat er de afgelopen jaren mooie resultaten zijn geboekt waarbij bijvoorbeeld jongens die dreigden af te glijden in het criminele circuit aan een baan zijn geholpen en daarmee van de straat zijn gehaald.

Mark, wat houdt je werk ongeveer in?
“Als straatcoaches zijn we vijf dagen in de week zichtbaar aanwezig op straat. Met name in de avonden zijn we actief. We rijden tijdens onze diensten rond op scooters of lopen door de wijk waarbij we op zoek gaan naar hangjongeren. Ook houden we overlastplekken in de gaten die we doorkrijgen. Op de locaties gaan we met de jongeren in gesprek. Het is niet een baan waarbij we vanuit een kantoor de straat op gaan. Vaak gaan we vanuit ons huis een wijk in. Heel belangrijk daarin zijn appjes en mailtjes van locaties die we doorkrijgen. Uiteindelijk is geen enkele dag hetzelfde.”

Het televisieprogramma Bureau Groningen (RTL) is inmiddels een aantal keren op televisie geweest. In het programma zien we agenten naar meldingen rijden waarbij jongeren voor overlast zorgen, terwijl jullie daar eigenlijk voor bedoeld zijn, toch?
“Nou, wij zijn er niet specifiek voor bedoeld. Maar wat je eigenlijk wilt, is dat wij een locatie al in het vizier hebben voor er bij de politie een melding komt. Dat geeft ons de mogelijkheid om met jongeren in gesprek te gaan en ervoor te zorgen dat het niet uit de hand loopt. Eigenlijk kun je zeggen dat wij proberen om de jongeren uit de criminaliteit te houden, zodat ze niet in het vizier van de politie komen en we ze kunnen motiveren om positief gedrag te laten zien.”

De onrust in wijken, wat merk je daar zelf van?
“Ik denk dat mensen die Bureau Groningen volgen eigenlijk een heel goed beeld krijgen. Er gebeurt heel veel in de wijken. Maar er zijn ook genoeg wijken waar het gewoon heel goed gaat. Op de plekken waar het niet goed gaat, zie je vaak groepen jongeren samenkomen. Ze zijn met veel en veroorzaken daardoor lawaai. Er wordt gerookt, er wordt geblowd en er wordt troep gemaakt die vervolgens niet opgeruimd wordt. We zitten nu in de eerste week van november en je ziet ondertussen ook dat de vuurwerkoverlast weer begint te komen. Wat we zien, is dat prullenbakken bijvoorbeeld hele populaire objecten zijn om te vernielen. Dat zijn zaken die wij zien en die wij tegenkomen.”

Buurtbewoners zien dit ook. Ze maken dan een melding. Jullie gaan er vervolgens op af. Wat gebeurt er dan?
“Wij gaan dan naar deze locatie toe en gaan in gesprek met de jongeren. Vaak is de eerste reactie dat deze jongeren hard wegrennen. Maar als ze dan zien dat wij het zijn, en geen politieagenten, dan lukt het vaak om goed in gesprek te gaan. Als je dan vraagt naar de overlast, dan wordt er standaard gezegd: ‘Dat hebben wij niet gedaan, dat waren wij niet.’ Dan zeggen wij: joh, maakt allemaal niet uit. Maar ga zoiets niet weer doen. En daardoor heb je een heel ander gesprek. Sowieso in gesprek gaan, dat is al heel goed en belangrijk.”

Er hoort een vraag aan vooraf te gaan. Want waarom wordt er rottigheid uitgehaald?
“Dat kan een combinatie van factoren zijn. Jongeren willen ergens bij horen. Hoe groter de groep, hoe beter. We moeten ons goed realiseren dat er in onze gemeente voor jongeren tot 18 jaar niet heel veel te doen is. Thuis zitten is vaak geen optie, want daar worden ze op hun vingers getikt. Op straat ben je vrij en kun je doen wat je zelf wilt.”

In veel gevallen zullen er thuis ook problemen zijn?
“Ik denk dat als jongeren op straat rondhangen, dat het thuis in ieder geval ontbreekt aan betrokken ouders of een betrokken ouder. Er is geen zicht op hun kinderen. Toen ik jong was, kreeg ik steevast te horen: om 17.00 uur thuis zijn. Wat je hier ziet, is dat ze losgelaten worden. Dan hebben we het over jongeren van 14 jaar hè? Ze moeten maar zien waar ze eten. Terwijl het zo belangrijk is om als ouders een gesprek met hun kinderen te voeren aan de keukentafel. Met wie gaan ze om? Wat doen ze? Die ouderlijke controle die ontbreekt.”

Als je als inwoner een groep hangjongeren in je buurt hebt, of je hebt er last van. Wat kun je dan wel of niet doen?
“Ik denk dat je sowieso moet uitkijken met het aanspreken van een groep. Je weet namelijk niet wat ze eventueel bij zich kunnen hebben. In het nieuws kom je regelmatig voorbeelden tegen waarbij zoiets helemaal mis kan gaan. Dus mijn advies is: wees niet te stoer. Ondertussen kun je prima met ze in gesprek gaan, zolang je ze maar niets verwijt. Als je uitlegt dat je ergens last van hebt en dat je dat niet chill vindt, dan kun je prima dat gesprek voeren. Maar zorg er wel voor dat je altijd een melding maakt. Die melding komt dan bij ons, bij Handhaving of de politie binnen. Dat betekent dat wij er dan ook iets mee kunnen doen.”

Zie je door de jaren heen het gedrag ook veranderen?
“Ik denk dat het gedrag constant verschuift. Op het ene moment zie je dat er meer wapengebruik is. Dan ebt dat weer weg en zie je het gebruik van alcohol of drugs weer toenemen. Op het ene moment is het in die wijk heel druk, en op een ander moment gebeurt er weer van alles in een andere wijk. Eigenlijk kun je er geen touw aan vastknopen. Wij werken samen met BSlim en Tumult, waarbij de laatste bijvoorbeeld een open studio heeft in bijvoorbeeld Paddepoel en Haren waar allemaal toffe dingen gebeuren.”

Als je terugblikt op de afgelopen jaren: waar ben je het meest trots op?
“Er zijn best wel wat mooie verhalen te delen. Op een gegeven moment kregen we te maken met een aantal jongens die aan het dealen waren. Wij zijn met hun in gesprek gegaan. We hebben hun aangemoedigd om te gaan solliciteren. En dat is gelukt. Zij hebben nu een baan en zijn daarmee van de straat gehaald. Een ander verhaal dat ik mij goed kan herinneren, is een jonge jongen die op straat terechtkwam. Die dus dakloos werd. Het lukte om hem binnen een dag onderdak aan te bieden. Inmiddels heeft hij een baan en een eigen huisje. Zulke soorten verhalen, die maken mij heel blij. In Groningen zijn we nu met acht straatcoaches, maar eigenlijk kunnen we er wel meer gebruiken. Het is een grote gemeente en wat we op straat doen, dat helpt echt.”

Luister hier naar het gesprek met Mark die antwoord geeft op de vraag hoe een werkdag van een straatcoach er uit ziet: