De soap rond de muurschildering aan de Vechtstraat blijft de gemoederen flink bezighouden. Na het doorspitten van honderden openbaar gemaakte ambtelijke documenten trekt de VVD-fractie de conclusie dat het dossier veranderd is in een ‘koortsdroom van blinde bureaucratie’. Voor de fractie is het aanleiding om slechts één vraag aan het college te stellen: zullen we hiermee stoppen?
Ongeveer een jaar geleden werd het kunstwerk aan de Vechtstraat, na maanden van werk door kunstenaarscollectief Toyisme Studio, feestelijk onthuld. Op dat moment was echter al duidelijk dat de gemeente de schildering weg wilde hebben. Het kunstwerk bleek namelijk aangebracht te zijn op een gemeentelijk monument, waarvoor de benodigde vergunning ontbrak. Opmerkelijk detail: de locatie was door de gemeente zelf aangedragen als onderdeel van het project Street Art Zuid, waarbij in de eerste brieven aan de pandeigenaar met geen woord werd gerept over een vergunningstraject.
Toen duidelijk werd dat de gemeente wilde dat het kunstwerk ging verdwijnen, volgden er protesten. Er werd een petitie gestart die 2.500 keer getekend werd en kreeg het onderwerp aandacht in het televisieprogramma Kassa (BNNVARA).
Reconstructie
Na een Woo-verzoek (Wet open overheid) zijn afgelopen voorjaar 301 interne gemeentelijke documenten openbaar gemaakt. VVD-raadslid Fokke Veenstra heeft al die stukken geanalyseerd en er een gedetailleerde reconstructie van gemaakt. Daaruit komt een beeld naar voren van langs elkaar heen werkende afdelingen, wisselende adviezen en bestuurlijke kramp.
Zo blijkt uit de documenten dat de gemeente volledig op de hoogte was toen de kunstenaars in augustus 2025 aan de slag gingen. Ambtenaren reageerden per mail zelfs enthousiast toen de steigers eenmaal stonden: “Wat ontzettend goed! Ik kom snel langsfietsen, ben razend benieuwd”, zo staat in de stukken te lezen. Pas weken later meldde een toezichthouder dat de vergunning ontbrak, maar hij liet het werk doorgaan, omdat het schilderwerk op dat moment zo goed als gereed was.
Veenstra: “Diezelfde middag krijgt de eigenaar, die op dat moment in het buitenland verbleef, een mail waarin staat dat het zeer verstandig is de werkzaamheden voor nu te laten staken. De eigenaar schrikt en antwoordt dat hij in de veronderstelling was dat de gemeente zelf de drijvende kracht achter dit project is. Hij bood aan de kunstenaars per direct te laten stoppen als de gemeente dat wil. In de stukken die wij hebben gekregen wordt op die vraag geen antwoord gegeven.”
Opvallend is ook hoe de gemeente omging met de vraag of de muur wel een monument is. De afdeling Erfgoed concludeerde begin september 2025 aanvankelijk dat de muur pas in de jaren vijftig of zestig is gebouwd en niet tot het monument behoort. Negen dagen later draaide de juridische afdeling dat echter om: omdat de muur het pand wind- en waterdicht houdt, zou deze er onlosmakelijk mee verbonden zijn.
Een bouwhistorisch rapport uit 2018 dat precies dit bevestigde, dat de muur in 1960 is aangebouwd en geen monumentale waarde heeft, lag al jaren in de gemeentelijke archieven en moest door de initiatiefnemers van de schildering op tafel worden gelegd. Uiteindelijk stuurde de gemeente zelfs sturende vragen naar haar eigen adviseurs. Veenstra: “Dat is een zin die ons erg is opgevallen. Er staat namelijk of ze daarbij willen aangeven dat de muur wél onderdeel is van het gemeentelijk monument. Er wordt dus niet gevraagd of de muur onderdeel is van het monument. Er wordt gevraagd of de adviseurs willen opschrijven dát hij dat is.”
Ondertussen wordt er extern juridisch advies ingewonnen. “Van dat advies is in het Woo-besluit niets openbaar gemaakt. Beide brieven zijn volledig zwart gelakt op één briefhoofd na. Ook de vragen die aan de advocaat zijn gesteld, zijn gelakt, evenals het memo van de afdeling Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving aan de beide wethouders, de verslagen van overleggen en de terugkoppeling van het college.”
Financiële ravage en dwangsom
Ondertussen lopen de kosten flink op. Tienduizenden euro’s aan verstrekte subsidies, tienduizenden euro’s aan ambtelijke en juridische uren, en een raming van 25.000 euro voor het eventueel verwijderen van het kunstwerk. Bovendien heeft het college eerder toegezegd de opgelopen schade te vergoeden en de kosten voor een nieuwe muurschildering te betalen.
Ondanks dat wethouder Molema (PRO) tijdens een raadsdebat toegaf dat de gemeente zwaar heeft geblunderd, blijft de handhaving op tafel liggen. Boven het hoofd van de eigenaar, de buurtvereniging en de kunstenaars, die allen te goeder trouw handelden, hangt momenteel een voornemen tot een last onder dwangsom van maar liefst 30.000 euro. De termijn om het werk zelf te verwijderen verstrijkt op 17 oktober.
“Een bestuurlijke keuze”
Volgens de VVD verschuilt het college zich achter starre juridische regels, terwijl handhaven een puur bestuurlijke afweging is. Op 28 januari neemt de raad een motie aan voor een onafhankelijk technisch onderzoek naar het behoud van het kunstwerk. Dat onderzoek vond plaats in juni. Volgens de betrokkenen zijn de muren en ruimtes kurkdroog en wijzen de eerste conclusies niet op vochtproblemen die door de muurschildering worden veroorzaakt. Dat rapport is tot op heden echter niet met de raad gedeeld.
Met de verloopdatum van de dwangsom in zicht is voor de VVD-fractie de maat nu vol. In de inleiding van de schriftelijke vragen noemt Veenstra de situatie “ongekende kapitaalvernietiging”. Hij sluit de uitgebreide reconstructie af met een set raadsvragen die uniek is in zijn soort. Geen lange lijst met subvragen, maar slechts één dringende oproep aan het college van B&W: “Zullen we hiermee stoppen?”