Volgens een groot onderzoek van de Universiteit Utrecht en het Trimbosinstituut daalt de homo-acceptatie onder schoolgaande jongeren.
Het HBSC (Health Behaviour in School-aged Children)-onderzoek vindt elke vier jaar plaats en sinds 2009 zagen de onderzoekers een stijgende lijn omtrent homo-acceptatie. Toch is in de afgelopen vier jaar die acceptatie sterk gedaald. Betrokkenen uit het onderwijs en de politiek luiden daarom de noodklok. Ook in Groningen is de acceptatiedaling te merken. Om daar meer over te vertellen, belden we met de bestuursvoorzitter Arjen Polstra van lhbti+-belangenvereniging COC Groningen & Drenthe.
Niet alleen op scholen
Hoewel het HBSC-onderzoek landelijk is, ziet Polstra ook regionaal de vermindering. Hij verwijst naar een onderzoek over het gevoel van veiligheid in Groningen van lhbti-personen in 2016 en 2024. In 2024 voelden mensen met een queeridentiteit zich onveiliger in Groningen dan in 2016. Daarmee is er in de bredere zin sprake van achteruitgang, volgens Polstra. Eerder dit jaar besteedde OOG ook aandacht aan toenemend geweld tegen lhbti-mensen.
Manosfeer en conservatisme
De reden dat de acceptatie een stuk lager ligt dan de voorgaande jaren is niet precies aan te wijzen. Polstra leest in het onderzoek deels de verklaring: invloeden van sociale media en de manosfeer*. Zelf ziet Polstra ook de toenemende beweging van conservatisme en verrechtsing als duidelijk invloed hebbend op de dalende acceptatie: “Bijvoorbeeld een Geert Wilders die in de landelijke politiek over de transgenderwetgeving zegt: ‘Dit is woke-waanzin’. En nog dichterbij: in Groningen hebben we sinds dit jaar een regenboogambassadeur, maar BBB, PVV, Forum en ChristenUnie stemden tegen de aanstelling van deze regenboogambassadeur. Dus ook dicht bij ons in de politiek zien we die beweging.”
COC Groningen & Drenthe
Het COC bestaat uit regionale verenigingen die zich samen actief inzetten voor een diverse en inclusieve samenleving. Dat doen ze met een aantal kerntaken; waaronder ontmoetingen organiseren voor lhbti+-personen onderling, waar zij hun verhaal kwijt kunnen, en door voorlichtingen te geven op scholen. Tijdens zulke voorlichtingen gaan kinderen in gesprek over diversiteit en wat discriminatie inhoudt. Dat vindt Polstra een belangrijke taak. Hij roept scholen daarom ook met nadruk op om voorlichtingen aan te vragen bij organisaties: “Dat hoeft zeker niet per se bij COC, kan ook bij anderen, maar doe het vooral!”
Samen een vrij Nederland
De dalende acceptatie is zorgelijk voor de veiligheid en vrijheid van (lhbti+-)Nederlanders, ook volgens Polstra: “Het gaat om de vrijheid die we met elkaar hebben in Nederland. Het gevoel dat je kunt zijn wie je bent, dat je de keuzes kunt maken in je leven die je wilt maken, en zo’n basaal gevoel van vrijheid, daar gaat het hier over.” Daaraan voegt hij toe: “Hoe verdrietig is het als mensen al op jonge leeftijd niet zichzelf kunnen zijn en zichzelf moeten verbergen voor de rest van de wereld?” Ook legt Polstra de nadruk op dat de vertegenwoordiging niet alleen uit de lhbti+-groep moet komen, maar dat vooral de maatschappij in bredere zin moet opstaan voor deze groep. De queergemeenschap staat daarbij niet op zichzelf, volgens Polstra: “We zijn samen één gemeenschap, één grote gemeenschap. We moeten het samen doen.”
*De manosfeer is een verzamelnaam voor online netwerken waarin mannelijkheid en de positie van de mannen centraal staan. Deze content lijkt op het eerste gezicht positief gericht op gezondheid, zelfontwikkeling, daten en identiteit, maar daaronder liggen vaak schadelijke overtuigingen over vrouwen, feminisme en maatschappelijke gelijkheid.