De bok in het Boeremapark in Haren heeft geen pijn. Met die boodschap komt Stichting Boeremapark nu het gewei van het dier volgroeid is. Voorbijgangers trokken de afgelopen dagen verontrust aan de bel, wat begrijpelijk is omdat het afstoten van de basthuid er wat ‘bloederig’ uit kan zien.
“In het laatste stadium van het volgroeien van het gewei sterft de fluweelachtige huid af en laat deze los”, legt de stichting uit. “Dat ziet er soms wat bloederig uit, maar het is een volkomen natuurlijk proces. De bok heeft geen pijn, maar hooguit wat jeuk. Dat is ook de reden waarom het dier in deze periode intensief met zijn gewei langs bomen en het hekwerk schuurt.”
Vegen voor de bronsttijd
Dit schuren wordt in de natuurwereld ook wel ‘vegen’ genoemd. Gedurende de lente en zomer groeit het gewei onder een beschermende, sterk doorbloede basthuid. Zodra het bot eronder volledig is verhard, stopt de bloedtoevoer en laat de huid los. Door het vegen langs stammen en takken kleurt het maagdelijk witte bot door plantensappen en schors al snel donkerbruin.
Het schoonvegen van het gewei is voor de bok een belangrijk signaal: het markeert de voorbereiding op de bronsttijd (de paartijd), die in het najaar losbarst. Met een schoon en scherp gewei is de bok klaar om zijn territorium af te bakenen en indruk te maken.
In het hertenkamp in het Boeremapark heeft de bok overigens geen concurrentie te dulden. Hij deelt het verblijf met negen hindes, waarmee de damhertenpopulatie in het park op dit moment uit tien dieren bestaat.