Wethouder Rik van Niejenhuis (PRO) van Wonen durft geen datum te noemen wanneer de nieuwe fietsenstalling aan de Westerhaven open zal gaan. Dat zei de wethouder naar aanleiding van vragen van de fractie van de Partij voor het Noorden tijdens het vragenuur. De stalling, die een plek moet krijgen in het voormalige Stripmuseum boven de McDonald’s, kampt met complexe bouwkundige uitdagingen.
Het dossier rond de stalling aan de westkant van het centrum speelt al enige jaren. Begin 2024 kocht de gemeente het pand aan de Westerhaven aan om er een grootschalige, overdekte stalling voor minimaal 1.000 fietsen te realiseren. Die is hard nodig, gezien de grote hoeveelheid her en der geparkeerde fietsen in het gebied. Hoewel er vorig jaar in de zomer tijdens een inloopbijeenkomst nog optimistische eerste schetsen werden gepresenteerd, is de planning inmiddels volledig op losse schroeven komen te staan.
Raadslid Leendert van der Laan (Partij voor het Noorden) trok hierover aan de bel: “In december 2024 stelden wij al kritische vragen over de vertraging van de bouw. Toenmalig wethouder Philip Broeksma stelde ons toen gerust door te zeggen dat deze stalling begin 2026 gerealiseerd zou zijn. Naar wij nu vernemen, is er opnieuw sprake van een flinke vertraging. We zien op dit moment ook totaal geen bouwontwikkelingen op de locatie. Dat is ergens ook logisch, want als raad hebben we nog geen definitief voorstel gezien. Wij zijn daarom benieuwd wat het college gaat doen om de realisatie van deze stalling te versnellen.”
Complexe puzzel
De vertraging zit in de complexiteit van het ontwerp. Het voorlopige plan, zoals dit vorig jaar werd gepresenteerd, is om een in- en uitgang voor fietsers te maken ter hoogte van de busbaan, waarbij bezoekers met een aflopende, platte roltrap met hun fiets omhoog en omlaag kunnen. Daarnaast is er gekozen voor een aparte voetgangersuitgang aan de kant van het winkelgebied, zodat winkelend publiek direct de juiste kant op loopt. Een fietsingang aan die zijde is voorlopig geen optie.
Wethouder Van Niejenhuis erkent dat het belangrijk is dat de fietsenstalling er snel komt, maar wijst op de taaie praktijk: “We zien een groot probleem met de grote aantallen fietsen in een beperkte ruimte, terwijl deze ruimte ook nog eens door veel mensen bezocht wordt. Ik kom er zelf ook regelmatig en je wilt dat het een veilige en fijne plek is om te zijn. De fietsenstalling kan daar heel goed aan bijdragen. Het college heeft echter al wel aangegeven dat het best wel een opgave is om de inpandige fietsenstalling zo te realiseren dat het zich goed verhoudt tot de eigenaren en de huurders van het gebouw en de openbare ruimte. Dat is ook waar de vertraging nu zit.”
Het grootste struikelblok is dat het toegankelijk maken van de stalling een complexe ingreep is. “Het antwoord op de vraag wat we gaan doen om het proces te versnellen, is dan ook dat we in gesprek blijven met de eigenaar en de huurders van de aangrenzende panden”, legt Van Niejenhuis uit. “We willen bekijken of we overeenstemming kunnen krijgen over de aanpassingen die we daar graag willen zien. Dat vergt nog wat tijd. Onze manier om dit te bereiken is om hier in goed overleg uit te gaan komen. Zodra we daar meer over weten, over de planning en het vervolg, dan gaan we de raad hierover informeren.”
Afdwingen is geen optie
Van der Laan nam geen genoegen met het uitblijven van een concrete planning: “Begrijp ik goed dat de wethouder geen datum meer durft te noemen?”
Waar de gemeente vorig jaar nog mikte op een start van de bouw in het voorjaar van 2026 en een opening eind 2026, houdt Van Niejenhuis nu de kaken op elkaar. “Die datum heb ik zo niet paraat”, reageerde de wethouder. “Ik denk ook dat als we de situatie om zouden draaien en het college gaat iets afdwingen bij eigenaren of ondernemers, dan had u hier nu ook gezeten, maar dan met hele andere vragen. Het college is nu echt gericht op goed overleg en een gezamenlijke oplossing die zowel past bij de belangen van de eigenaren en de huurders, als bij onze wensen voor de toegankelijkheid van de stalling en het aansluiten daarvan op de openbare ruimte.”
Wanneer het definitieve voorstel, waar de gemeenteraad over moet beslissen, nu naar de raad komt, blijft vooralsnog onduidelijk.
