De Raad van State heeft een vrouw uit Groningen in het ongelijk gesteld in een zaak over verkeerd aangeboden afval. De vrouw uit Oud-Noord was het niet eens met de boete die ze kreeg van de gemeente en stapte daarom naar de hoogste bestuursrechter van het land. Tevergeefs, want de boete van 212 euro voor een plastic tasje met papierafval moet de vrouw gewoon betalen.
De gemeente Groningen trof het tasje met afval vorig jaar december aan naast een ondergrondse afvalcontainer aan de Bankastraat. In de tas zat een brievenbuspakketje met de naam en het adres van de vrouw. Daarom werden de kosten voor het weghalen van het afval op haar verhaald.
Maar volgens de vrouw had haar partner de tas willen weggooien, maar werkte de ondergrondse container niet. Hij zou de tas daarna tijdelijk in de gezamenlijke hal van het woongebouw hebben gezet. Volgens de vrouw is de tas vervolgens waarschijnlijk door een schoonmaker of een buurman meegenomen en naast de container gezet.
Verder vond de vrouw dat de gemeente onvoldoende onderzoek had gedaan, stelde ze dat ze niet eens thuis was toen het afval werd gevonden en vond ze het bedrag van 212 euro onevenredig hoog.
Maar de Raad van State gaat daar niet in mee. Volgens de rechter bleef de afvaltas onder de verantwoordelijkheid van de vrouw, ook nadat haar partner die in de gezamenlijke hal had neergezet. Door de tas onbeheerd achter te laten, namen de bewoners volgens de rechter het risico dat iemand anders deze buiten zou zetten. De rechter oordeelt ook dat de vrouw niet met concrete en objectieve gegevens heeft aangetoond dat een ander de tas daadwerkelijk heeft verplaatst.
Daarom hoefde de gemeente daar geen nader onderzoek naar te doen. Ook de hoogte van de kosten vindt de Raad van State niet onredelijk. Volgens de rechter is het bedrag gebaseerd op de gemeentelijke beleidsregels voor het verwijderen van verkeerd aangeboden afval.