Op begraafplaats Selwerderhof is dinsdag stilgestaan bij de Groningse militairen die sinds 1945 om het leven zijn gekomen bij oorlogen en vredesmissies. De herdenking, georganiseerd door de Stichting Veteranen en Postactieven Groningen, stond stil bij hen die het leven lieten in Nederlands-Indië, Nieuw-Guinea, Korea, Libanon, Angola en Mali.
“We kunnen terugkijken op een hele mooie en goede herdenking”, vertelt voorzitter Enno Hansen na afloop. Toch waren er in de aanloop de nodige logistieke uitdagingen. “We hadden het afgelopen etmaal wat zorgen over het weer; er werd flink wat regen voorspeld. Ik heb daarom in allerijl een Gronings tentenbouwbedrijf gebeld. Vanochtend om 08.00 uur stonden ze de tent al op te bouwen zodat iedereen droog kon zitten. Dat was echt fantastisch.”
Tekst gaat verder onder de foto’s:


Krans over het water
Uiteindelijk leek Moeder Natuur rekening te houden met de herdenking. “Ik ben al 24 jaar betrokken bij deze herdenking en we zijn nog nooit weggeregend”, zegt Hansen. “Tijdens de herdenkingsrede, uitgesproken door burgemeester Cora-Yfke Sikkema (PRO) van de gemeente Oldambt, vielen er weliswaar een paar druppels, maar dat mocht geen naam hebben.”
Na de rede legde burgemeester van Groningen, Roelien Kamminga (VVD), samen met een vertegenwoordiger van de provincie de eerste krans. “Het hoogtepunt is altijd het moment dat militaire vertegenwoordigers een krans over het water laten varen, als symbool voor de militairen die nooit zijn teruggekeerd. Daarna zijn we naar het monument gelopen dat in 2021 is onthuld voor militairen die na 1950 zijn omgekomen bij missies. Ook daar is een krans gelegd.”
Hansen noemt met name de samenwerking met de gemeente erg prettig: “De herdenking begint en wordt altijd afgesloten in de aula op het Selwerderhof. Twee weken geleden vertelde de gemeente echter dat vanwege werkzaamheden deze ruimte niet gebruikt kon worden. Dat was een tegenvaller, want de draaiboeken en programmaboekjes waren al klaar. Maar de gemeente heeft ontzettend fijn meegedacht om snel een goed alternatief te vinden. Uiteindelijk is dat dus helemaal goed gekomen.”
Minder bezoekers
Het bezoekersaantal viel dit jaar met vijftig belangstellenden wat tegen ten opzichte van de honderd bezoekers van vorig jaar. “De exacte oorzaak weten we niet. De hoge leeftijd van de veteranen speelt mee, maar mogelijk hield het voorspelde slechte weer ook mensen thuis.”
Die lagere opkomst had ook gevolgen voor de muziek, die werd verzorgd door de Johan Willem Frisokapel uit Assen. “Dit militaire orkest wilde aanvankelijk met veertig man komen, maar ik zei: dat staat niet in verhouding tot het aantal bezoekers. Uiteindelijk zijn ze met een koperkwartet gekomen om de koralen en het Wilhelmus te spelen. Dat deden ze prachtig.”
Tekst gaat verder onder de foto’s:


Onderwijs
Op de vraag of het niet een idee is om schoolklassen of het onderwijs bij de herdenking te betrekken, zegt Hansen: “We hebben hier wel degelijk aan gedacht. In het verleden hadden we een heel goed contact met basisschool De Pendinghe, die op steenworpafstand ligt. Maar door een veranderd lesrooster zijn de kinderen niet meer op school als onze herdenking plaatsvindt. Daarnaast trekt de herdenking media-aandacht. Je moet dan alle ouders informeren en toestemming vragen of er gefilmd en gefotografeerd mag worden. Dat is voor ons als kleine organisatie een te grote uitdaging.”
Zorgen voor de toekomst zijn er ook, met name op financieel gebied. “Volgend jaar is het 25 jaar geleden dat het Indië-monument werd onthuld en deze herdenking plaatsvindt. We willen hier blijven herdenken en de gemeente steunt ons gelukkig financieel, maar alles wordt duurder. De verwachting is dat de prijzen het komende jaar verder zullen stijgen. Als je zoals vandaag onvoorzien een tent moet laten komen, hakt dat flink in de financiële middelen. Aan de andere kant zien we gelukkig ook verjonging in ons bestuur én onder het publiek. Dat is belangrijk, want het is belangrijk om deze geschiedenis te kunnen blijven herdenken.”
Tekst gaat verder onder de foto’s:


Guerrilla-oorlog
Het belang van herdenken werd in 2016 al verwoord door Jan Uitham, die in 2019 op 94-jarige leeftijd overleed. Hij werd destijds als dienstplichtige naar Soerabaja gestuurd toen de Nederlandse regering de kolonie wilde herstellen nadat Indonesië de onafhankelijkheid had uitgeroepen.
“We werden daarheen gebracht onder de valse voorwendselen dat we als politiemensen havens en steden moesten bewaken”, vertelde Uitham destijds. “Maar het kwam neer op een bloedige strijd tegen de guerrilla. Ik heb daar zelf nooit aan deelgenomen; ik was niet zo’n soldaat. Tijdens trainingen schoot ik bewust naast het doel, waardoor de officier mij ongeschikt verklaarde voor de frontdienst. Ik werd ingedeeld bij de radiocommunicatie en heb daar een goede tijd gehad.”
Uitham benadrukte destijds dat de veteranen zich lang in de steek gelaten voelden. “Jarenlang is deze oorlog door de overheid stilgezwegen, tot groot verdriet van de soldaten die hun leven hebben gegeven. Sinds 2002 wordt er in Groningen jaarlijks bij stilgestaan, en dat moeten we blijven doen. Het hoort bij onze vaderlandse geschiedenis.”
OOG sprak in 2016 met Uitham:
