Onder grote belangstelling is zaterdagmiddag ter hoogte van de voormalige Paddepoelsterbrug het gedenkteken onthuld voor Esmée van Eeghen en Luit Kremer. Op deze plek, op de oever van het Van Starkenborghkanaal, werden zij in september 1944 door de Duitse bezetter gefusilleerd.
Esmée Adrienne van Eeghen werd geboren in Amsterdam. In de geschiedschrijving is zij lange tijd een omstreden figuur geweest, waarbij er vaak vergelijkingen werden getrokken met Hannie Schaft, maar dan met een schaduwkant. Van Eeghen zou namelijk geheuld hebben met de Duitse bezetter. Recent onderzoek van auteur Hessel de Walle heeft echter aangetoond dat dit beeld niet klopt. Hij schreef een uitgebreid boek over haar leven, wat voor het Fries Verzetsmuseum in Leeuwarden aanleiding was om haar officieel eerherstel te verlenen. Ook werd haar naam onlangs toegevoegd aan het monument met namen van gevallen verzetsstrijders.
De weg naar het verzet
Tot het uitbreken van de oorlog in mei 1940 leidde Van Eeghen een redelijk onbekommerde jeugd. Nadat het Nederlandse leger zich overgaf, sloot haar broer David zich aan bij het verzet en Esmée volgde al snel. Om onderdak te regelen voor Amsterdamse studenten die uit handen van de Duitsers moesten blijven, kwamen broer en zus veel in Leeuwarden, waar ze het plaatselijke verzet leerden kennen. Na een overval op het Arbeidsbureau aan het Zaailand in de Friese hoofdstad in de zomer van 1943, besloot ze definitief in Friesland te blijven.
De regionale knokploeg in Friesland zette haar aanvankelijk in als koerierster. Maar naarmate de oorlog vorderde en het werk toenam, werden ook de opdrachten groter. Ze vervoerde Joodse onderduikers en geallieerde piloten naar veilige adressen.
Tekst gaat verder onder de foto’s:


De relatie met Schmälzlein
Later raakte zij omstreden door haar relatie met de Duitse officier Hans Schmälzlein, bij wie ze ging wonen. Ze had contact met hem gezocht in opdracht van de knokploeg om een ingang te vinden bij de Sicherheitsdienst (SD). In de zomer van 1944 deden de Duitsers echter een inval in het hoofdkwartier van het verzet. De verzetsgroep vertrouwde Esmée daarna niet meer, in de veronderstelling dat zij informatie aan Schmälzlein had doorgegeven. Later bleek dat zij niets met de inval te maken had, maar dat een gewonde verzetsman in handen van de Duitsers was gevallen en onder dwang belangrijke informatie had losgelaten.
Hierdoor ontstond echter het hardnekkige beeld van Van Eeghen als een ‘femme fatale’ en een mannenverslindster. Er werd zelfs beweerd dat ze niet alleen een verhouding had met verzetsman Krijn van den Helm, maar hem ook had verraden. Na de inval maakte behalve het verzet ook de SD jacht op haar. Door verraad van een vermeende vriendin werd zij in augustus 1944 opgepakt. Ze zat vier weken vast in het beruchte Scholtenhuis aan de Grote Markt, het hoofdkwartier van de SD in het Noorden. Hoewel onbekend is wat zij daar heeft verklaard, werd zij op de avond van 7 september door een executiecommando onder leiding van SD-Untersturmführer Ernst Knorr doodgeschoten bij de Paddepoelsterbrug.
Luit Kremer
Slechts enkele minuten na de moord op Van Eeghen werd ook Luit Kremer om het leven gebracht. Kremer werd geboren op 16 januari 1920 in Uithuizen. Op jonge leeftijd verhuisde hij naar het Drentse Een, waar zijn vader onderwijzer werd aan een christelijke school. Vanuit zijn christelijke overtuiging sloot Luit zich aan bij de knokploeg Noord-Drenthe, waar hij onder de schuilnaam ‘Hans’ deelnam aan gewapende overvallen om distributiebonnen buit te maken.
Op 10 juli 1944 ging het mis tijdens een overval op een distributiekantoor in Grootegast. Een politieman die wilde ingrijpen, werd in paniek doodgeschoten. In de chaos verloor Kremer zijn persoonsbewijs, dat later door de SD werd gevonden. Kremer sloeg op de vlucht, maar omdat de Duitsers nu zijn identiteit kenden, werden zijn moeder, zus en broer opgepakt. Zijn vader wist te vluchten en ook zijn jongste zusje bleef uit handen van de bezetter. Uiteindelijk liep Kremer in Emmen tegen de lamp toen hij werd herkend door een landwachter. Na een verblijf in de gevangenis van Assen werd hij naar het Scholtenhuis overgebracht.
Tekst gaat verder onder de foto’s:


Kanaal
In september 1944 werden de twee in een auto naar het Van Starkenborghkanaal gereden en gefusilleerd. Hun lichamen werden daarna in het water gegooid. Buurtbewoners wisten de lichamen later te bergen, waarna zij tijdelijk werden begraven in Noorddijk. Het lichaam van Esmée van Eeghen is uiteindelijk overgebracht naar Baarn. Luit Kremer werd aanvankelijk anoniem begraven omdat men zijn identiteit niet kende. Hij is later herbegraven in Een, waarbij op zijn grafsteen de naam ‘Hans’ vermeld staat.
Bij de onthulling van het gedenkteken waren locoburgemeester Mirjam Wijnja (PRO) en verschillende familieleden aanwezig. Familie van Van Eeghen, die in Canada wonen, waren speciaal voor dit moment overgekomen.