Stadspartij eist opheldering over ‘haperende rechtsbescherming’ bij daklozenopvang

nieuws
Foto: Alexander Fox | PlaNet Fox via Pixabay

Houdt de gemeente kwetsbare daklozen bewust in een ‘bestuursrechtelijke limbo’? De fractie van de Stadspartij 100% voor Groningen heeft dinsdag schriftelijke vragen gesteld aan het college over het zogeheten ‘beschikkingsvrij’ werken. Volgens de partij leidt de huidige werkwijze ertoe dat daklozen feitelijk hun recht op rechtsbescherming verliezen.

De vragen volgen op een onderzoek van De Correspondent, waaruit blijkt dat Groningen behoort tot de 27 kerngemeenten die afgewezen daklozen vaak geen officieel besluit (een zogeheten Wmo-beschikking) meegeven. In plaats daarvan wordt volstaan met een ‘adviesbrief’. Omdat zo’n brief juridisch geen officieel besluit is, kan een dakloze niet in bezwaar gaan of naar de rechter stappen om de afwijzing aan te vechten.

Wat is beschikkingsvrij werken?
Normaal gesproken krijgt een burger bij elke aanvraag voor hulp een officieel document: de beschikking. Hierin staat precies waar je recht op hebt of waarom je aanvraag is afgewezen. Bij ‘beschikkingsvrij werken’ probeert de gemeente die papierwinkel te omzeilen om sneller en efficiënter te kunnen helpen. Zolang de hulp wordt toegekend, is dat prettig voor de burger. Maar bij een afwijzing ontstaat er een probleem: wie geen officieel document krijgt, heeft formeel niets om bij een rechter aan te vechten. De hulp stopt dan simpelweg met een gesprek of een brief, zonder dat de burger een juridisch handvat heeft.

Juridische strijd
De Stadspartij trekt de rechtmatigheid van deze praktijk in twijfel. De fractie wil dat het college gemotiveerd uiteenzet hoe het gebruik van een adviesbrief zich verhoudt tot het formele besluitbegrip uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Volgens de partij is een appellabel besluit (een besluit waartegen je in beroep kunt gaan, red.) een harde verplichting waar de gemeente niet zomaar omheen kan werken.

Het niet afgeven van zo’n beschikking leidt er volgens raadslid Yaneth Menger van de Stadspartij feitelijk toe dat kwetsbare burgers hun rechtsmiddelen worden onthouden. De fractie vraagt het college dan ook hoe zij deze praktijk beoordelen in het licht van het rechtszekerheidsbeginsel. In de ogen van de partij is er momenteel geen sprake van effectieve rechtsbescherming, omdat de drempel om zonder officieel document je recht te halen voor mensen op straat simpelweg te hoog is.

Gebrekkige motivering
Naast de toegang tot de rechter maakt de partij zich grote zorgen over de zorgvuldigheid van de procedures. De fractie wil van het college weten hoe zij borgen dat besluiten omtrent de opvang voldoen aan de vereisten van een deugdelijke motivering en zorgvuldige voorbereiding, zeker wanneer deze niet formeel worden vastgelegd. Zonder een officiële beschikking is het voor een burger immers onmogelijk om te controleren op welke gronden een aanvraag precies is afgewezen.

De kritiek van de Stadspartij sluit naadloos aan bij de woorden van Kees-Willem Bruggeman, raadsheer bij de Centrale Raad van Beroep. In De Correspondent stelt hij dat het niet sturen van een beschikking ‘vrijwel altijd in strijd is met het stelsel van het algemeen bestuursrecht’. Hoewel mensen technisch gezien in beroep kunnen gaan tegen het uitblijven van een besluit, is dat volgens de raadsheer voor deze doelgroep onbegonnen werk: ‘Dan heb je vaak toch een jurist nodig die je op die mogelijkheid wijst.’

Signaal uit Den Haag
Ook vanuit de landelijke politiek klinkt onvrede. Minister Mirjam Sterk (CDA) van Langdurige Zorg is helder: gemeenten zijn bij een aanvraag te allen tijde verplicht om een formeel en gemotiveerd besluit te nemen. Zij benadrukt dat gemeenten juist bij deze groep extra rekening moeten houden met hun kwetsbare positie.

De gemeente kwam eerder al onder vuur te liggen vanwege vergelijkbaar ‘beschikkingsarm’ werken binnen de jeugdzorg en de Wmo. De antwoorden op de schriftelijke vragen worden binnen enkele weken verwacht.