Lokale kinderombudsmannen uit zes grote steden, onder wie de Groningse jeugdombudsman Anja Janssen, zijn kritisch op een wetsvoorstel voor jeugdhulp. Zij vrezen dat kinderen en gezinnen daardoor juist moeilijker hulp krijgen.
Het gaat om het wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet van het kabinet. Dit voorstel moet ervoor zorgen dat jeugdhulp beter wordt geregeld en betaalbaar blijft. Gemeenten worden verplicht om lokale teams op te zetten waar jongeren en ouders met hulpvragen terechtkunnen.
Volgens de kinderombudsmannen sluit het voorstel niet goed aan bij de praktijk. Zij zien elke dag dat gezinnen nu al vastlopen bij het aanvragen van hulp. Het nieuwe voorstel lost die problemen volgens hen niet op, maar maakt ze juist groter. Een belangrijk punt van kritiek is dat het wetsvoorstel uitgaat van zelfredzame burgers. In de praktijk hebben veel gezinnen daar moeite mee. Procedures zijn vaak ingewikkeld en niet iedereen weet hoe het systeem werkt of hoe je bezwaar kunt maken.
Ook maken de ombudsmannen zich zorgen over de rechtsbescherming. Ouders en jongeren weten vaak niet waar zij terechtkunnen met klachten. Klachtprocedures zijn onduidelijk en verschillen per organisatie. Ook is onafhankelijke hulp bij dit soort vragen niet overal beschikbaar. Volgens de ombudsmannen kan het wetsvoorstel ook leiden tot meer ongelijkheid. Gezinnen met geld kunnen zelf hulp regelen als dat nodig is. Voor gezinnen met minder geld wordt dat moeilijker als de toegang tot jeugdhulp wordt beperkt.
Verder vinden zij dat kinderrechten niet goed zijn meegenomen in het voorstel. Zij missen een duidelijke toets aan internationale verdragen, zoals het Kinderrechtenverdrag. Daardoor bestaat het risico dat geld en bezuinigingen belangrijker worden dan wat kinderen nodig hebben.
Ook andere organisaties in de zorg zijn kritisch. Huisartsen, jeugdartsen, kinderartsen, kinder- en jeugdpsychiaters en ggz-instellingen waarschuwen dat de toegang tot jeugdhulp onder druk kan komen te staan. Zij maken zich vooral zorgen over het beperken van de rol van huisartsen en andere medische verwijzers. Daardoor kan hulp later op gang komen. Daarnaast is het onduidelijk wie precies verantwoordelijk is voor welke zorg. Ook kunnen de kwaliteit van de hulp en de ruimte voor professionals onder druk komen te staan.