Column Benno de Jongh | Gegoochel

column

Tegen datacenters zijn, is net zoiets als tegen stroom zijn. Zolang wij willen blijven Netflixen, Zoomen, Tinderen en willen blijven kijken naar filmpjes van katten die het Portugese volkslied miauwen (ik zou bijna zeggen: zolang we willen blijven leven) hebben wij datacenters nodig. Maar de vraag is wel: moeten ze in onze Groningse achtertuin staan?

Datacenters slurpen stroom en verbruiken sloten met water. Het datacenter van Google in de Eemshaven, het eerste, grootste en bekendste in onze regio, verbruikt evenveel stroom als alle huishoudens in de stad Groningen. Het nog te bouwen datacenter bij industrieterrein Westpoort in Hoogkerk is ook van Google, je weet wel dat bedrijf waar je van alles kan opzoeken in ruil voor je privacy. Het is met twaalf voetbalvelden een stukje minder groot, maar ook zeker geen kleine jongen.

Op de hoofdkantoren in Californië en Seattle lachen ze zich al jaren suf om het gemak waarmee ze in Nederland hun energie slurpende blokkendozen kwijt kunnen. Niet het ministerie of de provincie had al die tijd de beslissende stem, maar een wethouder, geflankeerd door een paar ambtenaren, vaak van relatief kleine gemeenten. De techreuzen huren een duur lobbykantoor in dat met allerlei argumenten inpraat op lokale bestuurders. In de oren van de wethouder, niet gehinderd door enige kennis van zaken, klinkt het allemaal even plausibel. De lobbyist praat in op het schuldgevoel voor al die uren die we doorbrengen achter de computer. Het datacenter geeft een impuls aan de werkgelegenheid in de regio en met de restwarmte worden huizen verwarmd, echt waar hoor. De lobbyist zegt verder dat de techgiganten een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van groene energie. En die paar miljoen euro voor de verkoop van een stuk weiland is ook wel meegenomen, toch? Daar kan de wethouder een nieuw dierenasiel of ziekenhuis mee bouwen, suggereert de lobbyist tussen neus en lippen door.

Tegen zoveel goede argumenten valt weinig in te brengen, denkt de wethouder, terwijl hij zichzelf nogmaals tevreden aankijkt in de spiegel en z’n stropdas rechttrekt. Die nieuwe bibliotheek of dat nieuwe gemeentehuis mag er dan misschien niet komen, maar ik laat wel een mooi, groot datacenter achter, denkt hij. Ik geef m’n gemeenschap een moderne impuls. Soms moet je gewoon groot durven denken. Daar ben ik voor aangesteld, nietwaar?

Er komt nog een inspraakavond voor omwonenden, waar de gemeente met een vage belofte komt dat de waardedaling van huizen in de buurt van het datacenter gecompenseerd gaat worden. En dat er een aantal bomen om het datacenter heen worden gepland om de blokkendoos enigszins te camoufleren. Een journalist stelt nog een paar lastige vragen, een milieuclub schrijft een ingezonden brief, maar het is allemaal voor de bühne: de deal is allang beklonken.

Zo ongeveer is het ook gegaan met het nieuwe datacenter van Google bij Westpoort, het vierde datacenter in onze gemeente. De schimmigheid rondom de besluitvorming is evident: niemand behalve een paar lokale politici en ambtenaren wist lange tijd om welk bedrijf het ging. Google wilde z’n naam pas openbaren toen de komst van het datacenter een voldongen feit was. Vreemd, want als er daadwerkelijk zoveel voordelen aan het gloednieuwe datacenter zitten, dan loop je daar toch juist als bedrijf mee te koop?

De werkgelegenheid bij de bouw, ogenschijnlijk het enige valide argument voor de komst van een datacenter, is inmiddels ook achterhaald, nu er op elke bouwplaats mankracht tekort is. Bovendien worden de technisch specialisten die de boel hier gaan opbouwen veelal ingevlogen vanuit Amerika of Duitsland. En als het ding er dan eenmaal staat, werken er nog maar een handjevol monteurs en beveiligers, ook niet bepaald beroepsgroepen die om werk verlegen zitten. De restwarmte is een belofte voor de middellange termijn en weegt niet op tegen het gigantische stroom- en waterverbruik. En de techgiganten werken misschien wel mee aan de ontwikkeling van groene energie, maar die wordt grotendeels door de belastingbetaler bekostigd. En kan daar op die twaalf voetbalvelden in Hoogkerk niet een ander bedrijf komen dat wel iets wezenlijks doet, een distributiecentrum bijvoorbeeld? Of wat was er eigenlijk mis met die vijf paarden die daar door de wei galoppeerden?

Toen ze zelfs op het ministerie van Economische Zaken al hardop twijfelden of ze ons hele land vol wilden zetten met datacenters, drukten de Groningse burgemeester en wethouders de komst van Google naar Hoogkerk door en kregen de lachende lobbyisten hun bonus overgemaakt vanuit Mountain View, Californië. De Groningse gemeenteraad mag stemmen over de kleur van straatklinkers, de grootte van speeltoestellen en de lengte van groenstroken, maar over grote infrastructurele projecten met immense consequenties laat het zich eenvoudig muilkorven. Toegegeven, het college van b & w moet talloze problemen oplossen die voortkomen uit inconsequent, vreemd of simpelweg dom Haags beleid. Maar dat het Google-gedrocht hierheen komt, daar kunnen ze niemand de schuld van geven behalve zichzelf.

De talloze windmolens die nodig zijn om het datacenter bij Westpoort draaiende te houden, zullen niet in onze achtertuin of in die van de wethouders komen te staan. Die verrijzen waarschijnlijk ergens bij de Eemshaven of elders in de provincie. Maar misschien dat de wethouders die zich hard hebben gemaakt voor de energie slurpende blokkendoos wel een moment van spijt hebben als over een jaar of tien, tijdens het bekijken van een kattenfilmpje, voor de eerste keer in heel Groningen de stroom uitvalt.

Benno de Jongh is freelance journalist, onder meer bij RTV Noord en voor verschillende schaakwebsites en -bladen. Benno schrijft vanaf september wekelijks een column over een relevant onderwerp uit de gemeente Groningen. Heb jij een goed onderwerp waar Benno aandacht aan moet besteden? Of wil je iets kwijt over de columns? Stuur dan een mail naar benno@oogtv.nl