Column Benno de Jongh | Stadsgezicht

column

Groningen is de mooiste stad van Nederland. In Amsterdam staan er op elke hoek kotsende Britse toeristen en dealers. In Utrecht is het bijna even druk als in de hoofdstad en ligt er geen tegel recht in de stoep. In Maastricht en Leeuwarden kun je de mensen amper verstaan. En in tegenstelling tot Rotterdam zie je in Groningen nog eens een mooi klassiek gebouw van voor de oorlog.

Ook in de rest van Nederland hoor je mensen altijd zeggen: ‘Groningen, ja, wat een leuke stad!’ Nederlanders vinden Groningen trouwens nou ook weer niet zó mooi en gezellig dat ze hier maandenlang op vakantie heen gaan of massaal naartoe verhuizen. En daar zijn wij Groningers op onze beurt dan eigenlijk wel weer blij mee.

In onze stad is er voor ieder wat wils. Er zijn terrasjes, cafés en restaurants in overvloed. Je kan hier nog over straat lopen zonder direct van je sokken te worden gereden door een bus of auto. Mocht je het ondanks het verkeerscirculatieplan (waarom niet gewoon de binnenstad autovrij, gemeente Groningen?) toch te druk vinden, dan kan je een van de vele hofjes induiken of je verschansen in fraaie parken of plantsoenen. Kortom, Groningen is veruit de leukste stad van het land. Maar dat wist u natuurlijk allang.

Gezellige winkelstraten als de Folkinge-,Ooster- en Oude Kijk in ’t Jatstraat maken het beeld compleet. En laten we de warenmarkt vooral niet vergeten. Daar kun je, op een van de mooiste pleinen van het land, de lekkerste vis, noten, kaas en kruiden vinden. De marktlieden werken keihard, hebben liefde voor hun producten en kunnen je er desgevraagd alles over vertellen. Overigens hoeven we met de kraameigenaren op de Vismarkt geen medelijden te hebben, want ze verdienen een meer dan mooie boterham, sommigen zelfs vele tonnen per jaar. Mooie producten vind je overigens niet alleen op de markt, ook in de rest van de stad zijn ambachtelijke winkels waar je dingen kan halen die veelal geproduceerd worden in Stad of Ommeland.

Onze stad ziet er dus op het eerste gezicht prima uit. Maar we moeten wel een beetje uitkijken. De Herestraat is natuurlijk allang reddeloos verloren met zijn kleurloze winkelketens. Je kan nog zeggen dat elke stad een centraal gelegen straat opgeofferd heeft aan het minst creatieve winkelpubliek en dat daar niets meer aan te doen is, en dat is ook zo. Maar ook de rest van de stad verandert langzamerhand meer en meer in een eenheidsworst. Let er maar eens op, lopend door de stad zie je amper meer variatie in de gevels; je ziet overal mondiale ketens, telefoonwinkels, koffietenten, sportscholen, bezorgrestaurants en supermarkten.

Maar, hoor ik u zeggen, is de stad geen levend organisme dat constant verandert? Is het stadsgezicht geen reflectie van de tijd? We hebben toch ook geen scharenslijpers, lantaarnsopstekers en kleine kruidenierzaakjes meer? Goed punt. Maar het zou toch zonde zijn als ook nog alle slagers, bakkers en groenteboeren verdwijnen? Zeker nu die te lijden hebben onder de naweeën van corona, personeelstekorten en de stijgende energieprijzen?
En hetzelfde geldt voor boekwinkels, kledingwinkels en schoenenwinkels. Ook die horen in het straatbeeld van een zichzelf respecterende stad, maar ook zij dreigen ten onder te gaan aan de mondialisering en de luie consument. Want wie wil, kan binnen een muisklik alles krijgen bij de bol.coms en de Albert Heijns van deze wereld.

Supermarkten, daar moeten we het ook nog even hebben. Je weet wel die winkels waar ze héél véél hebben, maar waar de meeste producten niet echt lekker zijn. In hun keuze om bepaalde producten wel of niet aan te bieden, wijzen de supermarkten graag naar ‘de consument’. Alleen maar waterige kiloknaller-kip in de schappen? De consument heeft geen zin om meer te betalen. Kleffe broodjes in driedubbel plastic? De consument wil het zo. Smaakloze tomaten? Sorry, het is de schuld van de consument. De consument bepaalt, zeggen ze dan en ze trekken een wijs gezicht bij. Alsof daar niets aan te doen is en het een natuurwet zoals de zwaartekracht betreft.

Ok, als de consument bepaalt, laten we dat dan – als consument – ook écht doen. Laten we dan ook tegen de supermarkt zeggen, of eigenlijk tegen onszelf: we vinden het fijn dat we bij jullie cola, een pak bloem en een pak melk kunnen kopen, want dat kunnen we nergens anders krijgen. Maar voor de andere producten lopen we voortaan graag een blokje om, want bij de kleine speciaalzaken, daar zijn de producten lekkerder én goedkoper. En bovendien hebben jullie supermarkten de laatste jaren wel genoeg verdiend.

En als we dan toch bezig zijn, kunnen we ook nog wel iets tegen bol.com zeggen. Fijn dat we nooit meer ons huis uit hoeven, echt. Maar voor kleren, schoenen en boeken ga ik voortaan toch graag naar de plaatselijke kledingzaak, schoenenzaak of boekwinkel. Dat is een stuk beter voor het milieu en bovendien knijpen jullie je magazijnmedewerkers en bezorgers keihard uit, dat weten we inmiddels allemaal.

Ja, het kost iets meer tijd om bij verschillende ondernemers in de buurt langs te gaan. Maar – als u erover nadenkt – houdt de argumentatie daar ongeveer wel op. Want als u het wel doet, krijgt u er veel voor terug. Lekkere, verse, lokale producten om te beginnen. Een praatje met de kraam- of winkeleigenaar, iets waar de kassière bij de Albert Heijn onder druk van de manager – die alles in de gaten houdt, echt waar – geen tijd meer voor heeft. U steunt niet alleen de lokale ondernemer, maar ook het lokale personeel en lokale producenten.

En ik snap het hoor, dingen bestellen en even langs de supermarkt gaan scheelt een hoop tijd en gedoe, maar dat is dan ook echt de enige echte reden: gemakzucht. Want best veel winkels in de stad leveren hun producten bij je thuis af, vraag het anders eens. Of misschien kan de buurvrouw of een kennis af en toe boodschappen voor je meenemen. Waar een wil is, is een weg.

Want straks drinken we allemaal na de sportschool een bak koffie en lopen daarna langs de supermarkt of bestellen we via Thuisbezorgd Vietnamees streetfood of nog erger: poke bowl, simpelweg omdat we geen keus meer hebben. Het gezicht van de wereld kunnen we waarschijnlijk niet meer redden, maar misschien ons eigen stadsgezicht wel.

Benno de Jongh is freelance journalist, onder meer bij RTV Noord en voor verschillende schaakwebsites. Benno schrijft vanaf september wekelijks een column over een relevant onderwerp uit de gemeente Groningen. Heb jij een goed onderwerp waar Benno aandacht aan moet besteden? Of wil je iets kwijt over de columns? Stuur dan een mail naar benno@oogtv.nl

Deel dit artikel: