Tevredenheid Wmo-ondersteuning toegenomen

De tevredenheid over de Wmo-ondersteuning is in Groningen in 2018 opnieuw toegenomen. Volgens het gemeentebestuur blijkt dit uit het jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.

In dat onderzoek wordt gekeken naar de kwaliteit van en de toegang tot ondersteuning en het contact met de gemeente. Volgens 85 procent van de cliënten past de ondersteuning bij de hulpvraag, en is de kwaliteit van de ondersteuning goed. Rond de 80 procent geeft aan dat tijdens het keukentafelgesprek goed naar hen geluisterd wordt en dat er samen naar een oplossing is gezocht.

Het onderzoek bestaat uit tien vragen die elke gemeente aan haar inwoners stelt. Daarnaast zijn ook enkele verdiepende vragen gesteld, zoals de ervaringen bij het keukentafelgesprek en het effect van de ondersteuning. In Groningen hebben ruim 2500 cliënten het onderzoek ingevuld.

Wethouder Inge Jongman zegt zeer tevreden te zijn met de uitkomsten van het onderzoek. “Opnieuw is het percentage inwoners gestegen, die dankzij de ondersteuning in staat is zich beter te redden en deel te nemen aan de samenleving.”

Deel dit artikel:

  1. Tja, ik ben bang dat wanneer je iedereen die in het betreffende jaar een aanvraag gedaan hebben mee neemt in het onderzoek, dat de uitslagen dan best wel eens beduidend lager uit kunnen pakken

  2. “De tevredenheid over de Wmo-ondersteuning is in Groningen in 2018 opnieuw toegenomen”

    Met nadruk – ‘opnieuw toegenomen’

    29 april 2018 Radio 1 – niets dan negativiteit ..

    Benieuwd hoe dezelfde inwoners er nu over denken . Er wordt nogal wat afgelogen in het college en de raad op diverse beleidsterreinen. Groningen heeft ook geen oppositie. Dit om de boel bijeen te houden!

    https://www.nporadio1.nl/reporter-radio/onderwerpen/453861-misstanden-in-de-maatschappelijke-ondersteuning-korting-op-huishoudelijke-hulp-in-groningen

  3. Of het beter of slechter gaat zegt niets over het organisatorisch kwaliteitsverschil tussen de perioden voor en na WMO. Periode na WMO sluit wel beter aan op wat uit empirisch statistisch onderzoek als beter komt. Als Gemeenten ook nog onderling concurreerden op wmo dienstverlening zou de kans op kwaliteit verder toenemen. Het kan helaas ook tot monopolie of juist tot versnippering van kennis en verslechterde inzetbaarheid van kapitaalgoederen leiden. Helaas worden structuren afgerekend op wat zich statistisch minder vaak voordoet, niet op wat zich gemiddeld het vaakst voordoet. De praktijk biedt daarover geen uitsluitsel omdat herhaalbaarheid onmogelijk is. Het is of je gemiddelden aan het bestuderen bent met steeds weer een nieuw type dobbelsteen. Succesverhalen kennen er vele maar nooit de organisatiestructuur als vader. Mislukkingen kennen alleen de organisatiestructuur als vader (gebrek aan samenwerking etc.). In een kartel heb je de meeste samenwerking maar het werkt slecht. Plasterk mag wat mij betreft weer terugkomen in het volgende kabinet.

  4. Na al dit gejubel ben ik heel benieuwd hoeveel bezwaarprocedures en rechtszaken er zijn gevoerd over de toegekende / niet toegekende wmo zorg.
    ‘Volgens 85% vd cliënten past de ondersteuning bij de hulpvraag’ Dit moet waarschijnlijk 85% van de cliënten zijn die mee hebben gedaan aan het onderzoek. Hoeveel mensen van het totale bestand aan wmo cliënten er mee hebben gedaan aan dit onderzoek.
    Is dit onderzoek gebeurd door de gemeente zelf.

  5. Goed dat er onderzoek gedaan wordt. Maar daarmee kun je alleen beoordelen of de Gemeente het goed doet, niet of de WMO een beter of slechter organisatiesysteem is. Dat kan alleen met goed herhaalbaar statistisch empirisch onderzoek in een laboratoriumachtige setting. Volgens veel mensen kan het ook dan niet (omdat ze bij voorbaat al denken allerlei onoverkomelijke dilemma’s en obstakels te zien), maar die mensen zijn alleen onvoldoende geïnformeerd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *