Spoorpersoneel eist maatregelen op Hoofdstation na ernstige incidenten: medewerker werd bedreigd met pistool

nieuws
Foto: Sneeuwvlakte - Own work, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=181688844

Conducteurs en machinisten op de spoorlijnen in de noordelijke provincies hebben steeds vaker te maken met agressie en fysiek geweld. Dat blijkt uit een onderzoek van vakbond VVMC. De vakbond spreekt de wens uit dat er snel maatregelen worden genomen om de situatie te verbeteren. Het CDA heeft inmiddels vragen gesteld.

“Ik werk nu twintig jaar bij de NS en ik ga altijd met veel plezier aan de slag”, vertelt hoofdconducteur Murat Mert, die vanuit de standplaats Groningen werkt. “Het is de mooiste baan van de wereld waarbij het een heel goed gevoel geeft om reizigers te kunnen helpen. Maar de afgelopen jaren is er wel iets veranderd en merken we als spoorpersoneel dat we vaker te maken krijgen met agressie.”

Afgelopen voorjaar meldde de NS al dat het aantal meldingen van agressie tegen personeel landelijk met 22 procent was gestegen. “Hoe dit regionaal precies in elkaar stak, was echter onbekend omdat men de meldingen nog niet netjes op een rijtje had staan. Omdat ik ook actief ben bij vakbond VVMC, hebben we in de maand mei al onze leden opgeroepen om meldingen door te geven. Het gaat om personeel op de standplaatsen Groningen, Leeuwarden en Zwolle, op de trajecten van Groningen en Leeuwarden naar Zwolle.” (De Arriva-lijnen maakten geen deel uit van dit onderzoek.)

De resultaten zijn verontrustend: in mei gaf ruim negentig procent van de medewerkers aan zich onveilig te hebben gevoeld. Er kwamen 280 meldingen van agressie binnen, waarvan zeven gevallen van fysiek geweld. Zes collega’s kwamen als gevolg van deze situaties langdurig thuis te zitten. “De situatie is heel zorgelijk”, aldus Mert.

Tekst gaat verder onder de foto:

Bedreigd met een pistool

Volgens Mert gaat het om zeer ernstige incidenten: “Afgelopen weekend is op het Hoofdstation een collega bedreigd met een pistool. Vorig weekend is in Zwolle een collega bewusteloos geslagen. Ik vind het verschrikkelijk. Ook omdat er in de media tot nu toe helemaal geen aandacht voor is geweest.”

De situaties beïnvloeden ook de werkdagen van Mert: “Thuis heb ik een gezin dat op mij wacht. Als ik naar mijn werk ga, zeggen ze: ‘Doe je voorzichtig?’ Maar als conducteurs en machinisten moeten we toch gewoon veilig ons werk kunnen doen? Dat lukt nu niet. We hebben te maken met jongeren die agressief zijn in onze treinen. De hoofdconducteur besluit daarop vaak om zich terug te trekken, omdat niemand op klappen zit te wachten. Het is een structureel probleem.”

Politie is traag

Om de problemen op te lossen kijkt de VVMC naar de gemeente Groningen, de politie en het Openbaar Ministerie. Mert: “Groningen heeft geen beveiligers die 24/7 op het Hoofdstation aanwezig zijn, terwijl het station wel het eindpunt is van NS-treinen. Deze beveiligers beginnen hun dag om 06.00 uur en werken doordeweeks tot 22.00 uur en in het weekend tot 23.00 uur, terwijl de laatste trein pas rond 02.00 uur binnenkomt. Als conducteur sta ik er op dat tijdstip samen met de machinist helemaal alleen voor.”

Ook de politie is volgens Mert niet snel genoeg ter plaatse. “In het geval van de bedreiging met het vuurwapen duurde het 22 minuten voordat de eerste agent op het Hoofdstation arriveerde. Dat is veel te lang. In Groningen lijkt de Gele Loper voorrang te krijgen: als daar iets gebeurt, krijgt dat de hoogste prioriteit. Meldingen aan de randen van het centrum, zoals op het Hoofdstation, krijgen een lagere prioriteit. Dat kan voor ons grote gevolgen hebben.”

Daarnaast schiet het cameratoezicht tekort. “Aan de voorkant van het Hoofdstation hangen geen camera’s. Daar kwamen we onlangs achter toen een zwerver in een beker urineerde en dit over het hoofd van een zittende vrouw deponeerde. Wij zijn achter die zwerver aangegaan en vroegen aan het beveiligingscentrum welke kant hij op was gevlucht, maar dat kon niemand ons vertellen omdat er geen beeldmateriaal beschikbaar was. De persoon kon niet gevolgd worden. Datzelfde geldt voor de roltrap die op Koningsdag vernield werd: ook daar is geen beeldmateriaal van beschikbaar.”

Mert benadrukt dat zijn werkgever NS er alles aan doet om de veiligheid te vergroten, maar dat de spoorvervoerder afhankelijk is van beslissingen door de politiek, politie en het OM. “Een incident begint vaak in de trein en escaleert op het station. En juist daar hebben we geen back-up, is de politie ver weg en hangen er op verschillende plekken geen camera’s.”

Vragen in de raad

De uitkomsten van de enquête van VVMC waarin 90 procent zich weleens onveilig voelt, 72 procent meldt dat het geweld toeneemt en 84 procent recent met agressie te maken kreeg, zijn voor de fractie van het CDA in de gemeenteraad aanleiding om schriftelijke vragen te stellen aan het college.

De partij wil onder meer weten hoe het college aankijkt tegen de toenemende onveiligheid en wat volgens B&W de oorzaak is van de stijgende agressie op en rond het station. Ook vraagt het CDA specifiek naar de rol van het Hoofdstation als eindstation en of er permanent veiligheidspersoneel aanwezig moet zijn zolang er treinen rijden.

Daarnaast wil de fractie helderheid over de vraag of de aanpak van overlast op de Gele Loper heeft geleid tot een verplaatsing van groepen richting het station, hoe het college aankijkt tegen het aantal buitenslapers op het Hoofdstation, en of de bevoegdheden en onderlinge afstemming tussen handhavers van de gemeente, NS en Arriva wel toereikend zijn.

Toename van geweld in het openbaar vervoer
Fysiek en verbaal geweld is al langer een probleem in het openbaar vervoer. Uit landelijke cijfers van de NS blijkt dat er in 2024 al 1.095 meldingen waren van zware incidenten, zoals spugen, ernstige bedreigingen en fysiek geweld. Bij 388 aanvallen liep het personeel daadwerkelijk verwondingen op. Vorig jaar steeg het aantal zware incidenten landelijk verder door naar 1.132 meldingen.