Al 35 jaar lang is De Smederij aan de Tuinstraat op dinsdagavond the place to be voor jazzliefhebbers. Sinds 1991 vindt er JazzJam plaats waarbij in de afgelopen decennia vrijwel alle grote namen in de jazz er wel hebben opgetreden. Diederik Idema is de man achter JazzJam: “Toots Thielemans had ik graag eens op het podium gehad, maar helaas is Toots er niet meer.”
Diederik, 35 jaar lang jazzmuziek in De Smederij…
“Er ligt op deze plek veel geschiedenis. Grote jazzartiesten hebben hier opgetreden, maar ook musici die nog aan het begin stonden van hun carrière. Ik denk ook dat niemand mij dit qua kwaliteit en kwantiteit nadoet. Enerzijds qua line-up, maar vooral dat het al 35 jaar wordt aangeboden. Dat zeg ik overigens niet vanuit arrogantie. Maar de jazzmuziek staat heel erg onder druk: er zijn in het Noorden maar heel weinig plekken waar jazz klinkt. En toch lukt het hier, waarbij ik De Smederij ook een heel groot compliment wil geven voor de prettige samenwerking. En die aandacht is belangrijk. Bij ons treden er op het podium gezamenlijk artiesten op uit landen die officieel met elkaar in oorlog zijn. Groningen als een soort United Nations waarbij er door de muziek bruggen worden geslagen. Dat is toch prachtig?”
Hoe is het in 1991 begonnen?
“In de jaren daarvoor had ik al ervaring opgedaan met het organiseren van concerten in de Peperstraat. Later ben ik naar het conservatorium gegaan. In De Smederij was er op dinsdagavond een schaakclub, maar zij stopten. En zo ontstond het idee om op die dinsdagavond livemuziek te gaan brengen. Dat was in het begin wel een uitdaging. Want ik had helemaal niet zoveel contacten in de jazzwereld. Maar door de jaren heen kwam ik steeds meer mensen tegen en ontstond er ook een hele mooie samenwerking met het Conservatorium. Op het Conservatorium werken internationale docenten, waardoor mijn netwerk steeds groter werd. Vandaag de dag is de Smederij nog steeds heel kleinschalig, maar iedereen die in Nederland van jazz houdt kent het podium. En er hebben hier artiesten opgetreden die Edison- en Grammy’s gewonnen hebben. Neem bijvoorbeeld komende dinsdag: pianist Henry Hey treedt op. Die naam zegt je misschien niets, maar Hey heeft samengewerkt met David Bowie, Rod Stewart en George Michael.”
Tekst gaat verder onder de foto’s:


Hoe ziet een avond in De Smederij eruit?
“Door de jaren heen is er veel veranderd. De eerste editie vond plaats in maart 1991. In die tijd was het vrij toegankelijk. Tegenwoordig moet er entree betaald worden. Soms lukt het om subsidie te krijgen om verder te kunnen professionaliseren. Toch gaat het ontzettend goed. Als je nu onze programmering bekijkt, dan zitten we de rest van het jaar al vol. Elke dinsdagavond bestaat uit twee concertsets. Het begint met een vaste band. Daarna vindt er een jamsessie plaats, waarbij vaak conservatoriumstudenten laten horen wat ze te bieden hebben. Dat brengt altijd verrassingen, want het publiek weet nooit precies hoe de avond eruit gaat zien.”
In maart 1991 is er klaarblijkelijk gekozen voor jazz. Waarom jazz? En waarom geen pop of rock?
“In de jaren daarvoor heb ik andere genres geprogrammeerd, maar zelf ben ik op een gegeven moment gegrepen door de jazzmuziek. Het is een muziekstijl die gebaseerd is op improvisatie. Het ontstond indertijd, zo’n honderd jaar geleden, in de Afro-Amerikaanse gemeenschap in New Orleans. Eigenlijk is jazz een combinatie van blues, folk en ragtime. Aanvankelijk moesten mensen er niet zoveel van hebben, omdat de muziek geassocieerd werd met losse zeden en een lage sociale status. Maar juist die improvisatie, de klanken: ik vind dat prachtig.”
Als we dat vertalen naar 2026: hoeveel mensen komen er op een dinsdagavond naar De Smederij?
“Gemiddeld zijn dat er zo’n 75. Je hebt avonden dat er wachtrijen voor de deur staan, bijvoorbeeld wanneer een heel bekend iemand komt optreden. En er zijn ook avonden dat het wat rustiger is: vaak ook als het slecht weer is. Wat wel opvalt, is dat de avond allerlei leeftijden bij elkaar brengt. Ook met name jonge mensen. Zij vertellen dat ze komen om eens livemuziek te horen. Ze willen eens niet naar een dj luisteren of naar klanken die door een computer worden gemaakt. Dat maakt de avonden heel bijzonder: qua publiek is er veel diversiteit en dat is natuurlijk fantastisch.”
Wat is nu een concert dat je bijgebleven is in die afgelopen 35 jaar?
“Dat zijn met name avonden waarbij de muziek op het podium en de mensen in de zaal één worden. Mensen komen naar binnengelopen en tijdens het concert zie je dat er iets gebeurt. Uiteindelijk stapt men dan gelukkiger weer naar buiten. En dat is waar ik blij van word. Dat is het ultieme doel. Dat je het gevoel hebt, dat er weer een avond voorbij is gevlogen en dat je weer een week moet wachten tot de volgende editie. Het is een soort verbondenheid die je met elkaar hebt. Tegenwoordig is dat een woord dat vaak gebruikt wordt, maar bij ons zie je het ook echt gebeuren.”
Je vertelde al iets over de leeftijden. Maar de bezoekers: komen zij met name uit de gemeente Groningen?
“Ik denk dat ze uit de regio Groningen komen. Mensen uit Hoogeveen, Assen en Leeuwarden stappen in de auto of in de trein om bij deze avonden aanwezig te kunnen zijn. Realiseer je ook dat er op dit gebied niets vergelijkbaars is. Op podia in Friesland en Drenthe is geen jazz te vinden zoals wij dat aanbieden.”
Zeg je daarmee dat jazz onder druk staat?
“Dat jazz onder druk staat, dat is waarheid als een koe. Maar niet alleen jazz. Alle livemuziek staat onder druk. Stel dat je jong bent en je begint een band: er zijn eigenlijk geen plekken waar je kunt spelen. Kijk je naar het conservatorium, dan zijn er twee richtingen: jazz en klassiek. Maar ook voor conservatoriumstudenten zijn die plekken heel schaars. Mijn mailbox ontploft regelmatig met de vraag of men bij ons mag komen optreden.”
Hoe komt dat?
“Het wordt niet meer aangeboden. Voorheen in het uitgaanscentrum in de Peperstraat was er de afspraak dat als er livemuziek was, je na middernacht open mocht blijven. Dat zorgde voor een hele mooie scène. Maar als je kijkt naar wat daar tegenwoordig van over is: ik denk dat er nog wel geteld vier plekken zijn in de gemeente Groningen waar je livemuziek kunt maken. Voor de zesde gemeente van Nederland is dat heel mager.”
Ondertussen is er ook aan de andere kant van het spectrum van alles aan de hand: muziek is bijvoorbeeld nagenoeg verdwenen uit het primair en secundair onderwijs. Hoe kijk je daar naar?
“Dat klopt. En dat dit uit de klaslokalen verdwenen is, dat is een bedreiging voor de jazz, maar ook voor de klassieke muziek. Je wilt graag dat jonge mensen in aanraking komen met dergelijke genres. Doe je dat niet: onbekend maakt onbemind. Zelf ben ik al dertig jaar actief in de muziek: eerst binnen de Stedelijke Muziekschool, sinds vorige week vanuit Tumult. Tien jaar geleden heb ik een jazzschool voor amateurs opgericht. Dat is een groot succes waar veel belangstelling voor is. Samen met verschillende collega’s geef ik nu les binnen deze school, waarbij ik heel blij ben dat er een heel gevarieerde leeftijdsgroep op de lessen afkomt.”
Als je naar de toekomst kijkt van de avond in De Smederij: welke artiest staat er hoog op je verlanglijstje?
“Ik had heel graag Toots Thielemans nog eens op het podium willen hebben. Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte hij in de ban van de jazz en trad in 1944, toen België bevrijd werd door de geallieerden, met jazz op voor Amerikaanse soldaten. Helaas gaat het niet meer lukken om Toots naar Groningen te halen: hij overleed tien jaar geleden. Voor de rest heb ik geen klagen: er staan zulke mooie namen op de lijst. Ik kan alleen maar blij zijn.”
Met 35 jaar geschiedenis aan de Tuinstraat ligt er veel historie: denk je ook na over het uitbrengen van een boek?
“In de laatste jaren hebben we eigenlijk alle concerten live opgenomen. De beelden hiervan staan niet online. Dit heeft met auteursrechten te maken. Dus er is wel degelijk een archief. Een boek zou ook heel leuk zijn. Want inderdaad: je hebt het over een podium met heel veel geschiedenis. Helaas ontbreekt het mij aan tijd om zoiets op te pakken. Maar iemand die zoiets zou willen doen, die mag zich altijd komen melden. En daarmee zeg ik overigens niet dat het programmeren van De Smederij mij de hele week bezighoudt: maar je wilt het wel goed doen. Dat we dit nu 35 jaar aanbieden, wil niet zeggen dat we klaar zijn: de jazz verdient het om gehoord te blijven worden. Daar moeten we hard aan werken.”