Minister Elanor Boekholt-O’Sullivan vindt dat gemeenten voldoende mogelijkheden hebben om bestaande studentenhuizen, zoals studentenhuis De Kluis aan de Oude Boteringestraat, te behouden of te legaliseren. Wel wil het kabinet gemeenten stimuleren om vaker een ‘ja, mits’-benadering toe te passen bij kamerverhuur.
De minister antwoordt daarmee op Kamervragen van D66-Kamerlid Van Leijen, die daarmee inhaakt op de situatie rond het studentenhuis aan de Oude Boteringestraat. Tien bewoners van het huis trokken halverwege juni aan de bel, omdat ze hun woning dreigen te verliezen door een handhavingsbesluit van de gemeente. De gemeente ziet de bewoners juridisch niet als één huishouden en beschouwt de situatie daarom als onvergunde kamerverhuur.
Van Leijen vroeg de minister daarom om een reactie op situaties zoals bij De Kluis: situaties waarin bewoners al jaren samenwonen, verantwoordelijkheid dragen voor hun woning en geen overlast veroorzaken, toch worden aangemerkt als onvergunde kamerverhuur. Volgens Boekholt-O’Sullivan kunnen bestaande studentenhuizen inderdaad verdwijnen door gemeentelijk verkameringsbeleid en vergunningplicht en is het aan gemeenten zelf om daar regels voor op te stellen en per situatie te beoordelen of kamerverhuur past.
Wel vindt Boekholt-O’Sullivan het niet wenselijk dat regels tegen overlast, onveiligheid en slecht verhuurderschap ook goed functionerende studentenhuizen raken. De minister wil daarom dat gemeenten woningdelen vaker toestaan en pragmatisch omgaan met het alsnog verlenen van vergunningen. Het kabinet werkt daarnaast, zo stelt Boekholt-O’Sullivan, aan een landelijke ‘ja, mits’-benadering. Daarbij zouden verhuurders die aan de regels voldoen zonder voorafgaande toestemming van de gemeente met kamerverhuur kunnen beginnen. Toch vindt Boekholt-O’Sullivan meer regels vanuit het Rijk niet nodig. Volgens haar hebben gemeenten nu al voldoende instrumenten om bestaande kamerverhuur te legaliseren.
