De oppositie in de Groningse gemeenteraad heeft grote zorgen over de gemeenterekening van 2025. Uit de cijfers blijkt dat er flink minder geld is uitgegeven dan waar de raad opdracht voor had gegeven. Daarnaast zijn er zorgen over de informatievoorziening: het document bevat fouten en een deel van de vragen van de fracties is vooraf niet beantwoord.
“De gemeenterekening laat op het eerste gezicht een goed beeld zien”, vertelt Jim Lo-A-Njoe van D66. “Er is een nettoresultaat van 30,6 miljoen euro dat aan de algemene reserves wordt toegevoegd. Toch stelt ons dit niet gerust. De financiële druk op de gemeente neemt de komende jaren toe; de wendbaarheid is beperkt en het ziekteverzuim binnen de ambtelijke organisatie stijgt. Dit ziekteverzuim heeft als consequentie dat plannen niet worden uitgevoerd. Onderbezetting zorgt namelijk voor minder realisatiekracht. Wij zien liever dat wat we als raad vaststellen ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd.”
Lo-A-Njoe maakt zich zorgen: “De ambtelijke organisatie moet voldoende toegerust zijn om alle plannen te kunnen uitvoeren. Dat vraagt veel van mensen, zeker in een tijd waarin personeel lastig te vinden is. Het antwoord is wat ons betreft niet méér ambtenaren, maar hen slimmer en beter inzetten. Hoe doen andere steden dit? Wellicht kunnen we een benchmarkonderzoek (een vergelijkend onderzoek met andere gemeenten, red.) uitvoeren om te kijken hoe je mensen zo verstandig mogelijk inzet.”
Onbeantwoorde vragen
De VVD toonde zich verreweg het meest kritisch. Cassandra Hensen: “Op de achterkant van het document staan foto’s van alle raadsleden. We zien echter dat de fractievoorzitter van mijn partij er ineens heel anders uitziet en bovendien is getransformeerd tot vrouw. Dit is exemplarisch voor de hele inhoud van het document: we stuiten op veel fouten. Door die matige kwaliteit hebben we als fractie veel vragen aan ambtenaren gesteld. Vragen die maar voor de helft zijn beantwoord. En dat raakt wel het fundament van dit debat: als raadslid hebben we de taak om het college te controleren. Maar hoe kunnen we controleren als de cijfers niet goed zijn verwerkt en vragen onbeantwoord blijven?”
Daar reageerde Joren van Veen van PRO op: “Ik ben het met de VVD eens dat deze jaarrekening een belangrijk document is. Maar is het ook niet zo dat je niet alle vragen moet opsparen, maar die juist gedurende het jaar moet stellen?” Hensen: “Mee eens. Maar dit document geeft het definitieve overzicht van waar publiek geld naartoe is gegaan. En dat móét kloppen. Als er 10 miljoen euro gereserveerd is voor een programma en dit vervolgens niet uitgegeven wordt, hoe is dat bedrag dan opgebouwd? Dit vraagt om kloppende cijfers.”
Van Veen: “Maar als raad zijn we kaderstellend (het bepalen van de hoofdlijnen van het beleid, red.). Dit werk doen wij parttime. We hoeven toch niet elke euro in het document te begrijpen?”
Hans de Waard van de SP sprong bij: “Ik heb begrepen dat de VVD vierhonderd vragen heeft gesteld. Wij stelden er niet één, omdat het document voor ons volstrekt duidelijk was. Het moet voor ambtenaren wel realistisch blijven om alles te beantwoorden, want dit legt een enorm beslag op het ambtelijke apparaat.”
Bart Hekkema van de Partij voor de Dieren vulde aan: “Het zijn hele ferme uitspraken die hier gedaan worden. Maar ondertussen weten we ook dat de gemeentelijke accountant heeft geconstateerd dat de cijfers deugen en dat het document goed is opgebouwd.”
“Wie bepaalt of een vraag goed is?”
Hensen herhaalde: “De helft van onze vragen is simpelweg niet beantwoord.” Dat schoot ook bij D66’er Lo-A-Njoe in het verkeerde keelgat: “Dat is democratisch gezien toch niet oké?” Het raadslid stelde dat de gemeenterekening te laat is gepresenteerd, waardoor er onvoldoende tijd was voor verdieping. Hij stelde voor om de rekening in de toekomst eerder naar de raad te sturen.
Joren van Veen (PRO): “Ik denk dat het er ook aan ligt wát voor vragen er gesteld zijn. Er zaten vragen tussen op zo’n detailniveau dat je je moet afvragen of die wel van meerwaarde zijn.” Lo-A-Njoe reageerde fel: “Wie bepaalt dan of een vraag goed is? Beslist PRO dat? De gemeenteraad is het hoogste orgaan. Wij gaan zelf over onze eigen vragen.”
Hensen gaf vervolgens een concreet voorbeeld van de fouten die zij tegenkwam in het document: “Op pagina 82 staat het percentage genoemd van mensen dat een uitkering ontvangt. Dit zou zijn gestegen van 5,1 naar 5,5 procent. Dat is een forse stijging. Onze technische vragen hierover zijn niet beantwoord. Vandaag horen we ineens dat die 5,1 een fout is en ook 5,5 had moeten zijn. Op de volgende pagina zien we een afwijking in het aantal mensen dat bijstand ontvangt. Een afwijking die financieel neerkomt op een verschil van tien miljoen euro extra per jaar. Ook komen we in het document afwijkende aantallen van de aantallen woningen die zijn gerealiseerd tegen. Klaarblijkelijk vinden sommige raadsleden dergelijke afwijkingen prima, maar transparantie is hierin essentieel. Cijfers horen te kloppen.”
Kassiersrol
De VVD uitte ook stevige kritiek op de manier waarop de gemeente de miljoenenstroom rond Nij Begun (het miljardenpakket voor de ereschuld aan Groningen, red.) administratief verwerkt. Hensen: “Als gemeente zeilen we financieel scherp aan de wind. Een helder beeld van onze financiën is dan van levensgroot belang. Nij Begun is ingesteld om een ereschuld af te lossen. Geld dat voor de hele provincie en de vier noordelijke gemeenten van Drenthe is bedoeld, is tijdelijk gestald bij de gemeente Groningen omdat wij de kassiersfunctie hebben. Maar deze geoormerkte middelen zijn nu meegenomen in ons eigen vermogen. Dit vertekent onze solvabiliteit.”
Financiële begrippen:
De solvabiliteit van Groningen bedraagt nu 16 procent. Dat betekent dat 16 procent van de bezittingen met eigen geld is betaald en 84 procent met geleend geld. Voor een gemeente is dit niet ongewoon, maar door de miljoenen van Nij Begun onterecht als ‘eigen geld’ te tellen, lijkt de gemeente rijker dan ze is. Zonder dat geld zakt de solvabiliteit naar 15 procent. Daartegenover staat een hoog weerstandsvermogen van 177 procent. Dit cijfer laat zien hoeveel reserves de gemeente heeft om onverwachte klappen op te vangen. De provincie ziet alles tussen de 100 en 140 procent als ruim voldoende. De belastingcapaciteit is met 124,5 procent wel aan de hoge kant.
Hensen vertelt verder: “Het is simpelweg niet kies om Nij Begun-geld mee te tellen in onze solvabiliteit. Het is niet óns geld. Wij eisen helderheid en vragen om een erratum (een officieel herstelblad, red.) van dit document. We vragen ons oprecht af of dit niet het topje van de ijsberg is.”
Van Veen (PRO) verdedigde het beleid: “Maar de gemeente houdt zich door het zo op te geven toch gewoon aan de wet?” Hensen: “Ja, je moet het administratief meenemen. Maar presenteer het niet alsof het onze eigen buffer is.”
Lo-A-Njoe (D66) is het met de VVD eens dat de Nij Begun-gelden de solvabiliteitsratio vervuilen. Ook reageerde hij geërgerd op de opmerkingen van PRO dat de raad niet op de details hoeft te letten: “Ik hoor PRO zeggen dat raadsleden vooral een kaderstellende taak hebben. Maar juist de controlerende taak is essentieel. Ik wil echt een beroep doen op alle partijen om het debat te voeren op basis van de juiste gegevens.”
Peter Rebergen van de ChristenUnie probeerde de angel uit het debat te halen: “Dit zijn wel heel grote woorden. Vandaag vinden er de hele dag sessies plaats waarin we op allerlei terreinen onze controlerende taak uitvoeren. Die rol vervullen we dus toch gewoon?” Lo-A-Njoe: “Dat doen we niet. Zojuist bij het thema mobiliteit: het CDA heb ik drie jaar lang horen foeteren op het beleid, maar ze waren zojuist niet eens aanwezig. En bij sport: jarenlang was men kritisch en nu volgde er ineens een hallelujahverhaal. Ik vind dat heel lastig te rijmen.”
Miljoenen over, maar de belastingen stijgen
Ook vanuit de PVV klonk kritiek. Kelly Blauw: “Er is in 2025 netto een bedrag van 30,6 miljoen euro overgebleven (bruto zelfs 60,8 miljoen, red.). En dat in een tijd waarin onze inwoners het financieel ontzettend lastig hebben om rond te komen. Ondertussen laten we de lokale belastingen wel stijgen, terwijl er tientallen miljoenen euro’s op de plank blijven liggen. Dit is geen incident; dit is inmiddels een patroon.”
Hans de Waard (SP): “Een overschot van 60 miljoen euro klinkt veel, maar op een totale begroting van 1,6 miljard euro valt dat wel mee.” Blauw: “Wij vinden dit wel degelijk een probleem. Dit is onderbesteding: geld dat niet wordt uitgegeven aan de gemeente, maar ergens in de reserves wordt gedrukt waardoor we de grip erop kwijtraken.”
De Waard (SP): “Hier breekt mijn klomp. Alles staat netjes in de jaarrekening. Alles is transparant terug te vinden. Bovendien bepalen wij als gemeenteraad zélf waar de centjes naartoe gaan. Het is simpelweg niet waar dat er geld vermist raakt.”
Joren van Veen (PRO): “Het overschot gaat om nog geen drie procent van de totale begroting. Het is niet wenselijk, helemaal eens, maar wanneer lukt het nu wél om exact uit te geven wat je vooraf begroot? Dat lukt veel bedrijven niet, en eerlijk gezegd lukt mij dat in mijn eigen gezinssituatie ook niet.”
Blauw reageerde geïrriteerd: “Uw thuissituatie is wel even wat anders dan waar we het hier over hebben. We hebben het hier over de gemeente, over het geld van onze inwoners. Zelfs onze huisaccountant raakte geïrriteerd over hoe we het hier doen. We hebben een taakstelling en daar schieten we in tekort. Op allerlei terreinen zijn er tekorten, maar ondertussen blijft er geld op de plank liggen. Mijn fractie vindt dat dit een groot probleem is.”
“Rekening geeft onvoldoende antwoord op resultaten”
De PVV kreeg deels steun van het CDA. Izaäk van Jaarsveld: “We staan aan de vooravond van zware financiële tijden. Dat moment zien we elk jaar dichterbij komen. Wat betreft die onderbesteding zijn wij het deels eens met de PVV: dat is geen goed nieuws en niets om te vieren. Het betekent simpelweg dat geplande projecten voor de stad niet zijn gelukt.” Peter Rebergen (ChristenUnie) bevestigde dat: “Het overschot op de rekening komt puur door incidentele meevallers en vertragingen in projecten. Ons voorstel is dan ook om deze budgetten door te schuiven naar volgend jaar.”
Yaneth Menger van Stadspartij 100% voor Groningen: “Het gaat vanavond niet alleen over droge cijfers; het gaat over keuzes. Keuzes die wij maken. Inwoners vertrouwen hun geld aan ons toe, maar wat krijgen ze ervoor terug? Op papier lijkt alles op orde, maar wie achter de cijfers kijkt, ziet een gemeente die steeds meer uitgeeft zonder concreet aan te geven wat het oplevert. We barsten van de ambities, maar waar is het bewijs van resultaat? Financieel bestuur gaat over resultaten en die blijven buiten beeld. Zijn onze inwoners er nu echt beter op geworden? Daar geeft deze rekening onvoldoende antwoord op.”
Bart Hekkema (Partij voor de Dieren) sloot zich daarbij aan: “We hebben het over euro’s, maar het moet gaan over de maatschappelijke waarde die we bereiken. Het zou een enorme toevoeging zijn als we inzichtelijker maken wélke maatschappelijke effecten we teweegbrengen. We investeren nu bijvoorbeeld veel in biodiversiteit, maar in hoeverre wordt de natuur daar daadwerkelijk beter van?”
Links-christelijk wonder?
De SP was daarentegen louter positief. Hans de Waard: “Toen ik de kerngetallen las, viel ik bijna van mijn stoel. Ik ben normaal niet van de cijfertjes, maar onder deze extreem-linkse coalitie is de financiële positie van Groningen er flink op vooruitgegaan. In 2021 hadden we een weerstandsvermogen van 128 procent, dat is nu 177 procent. De solvabiliteit bedroeg toen 8 procent en is nu verdubbeld naar 16 procent. Ik word inmiddels gebeld door andere gemeenten met de vraag wat het geheim van Groningen is. We kunnen stellen dat dit college met vlag en wimpel is geslaagd.”
Hensen (VVD) temperde het feestje direct: “De prognose is dat het weerstandsvermogen in 2027 alweer gezakt is naar 171 procent en in 2029 nog maar 128 procent bedraagt. Welk wonder bedoelt u precies?” De Waard: “Op dit moment kunnen we de risico’s ruim afdekken. Mocht dat straks 128 procent worden — wat ik eerst nog moet zien — dan is dat nog steeds een prima buffer.” Wieke van Heteren (Student & Stad) vroeg zich hardop af: “Zegt de SP hier nu dat we de komende jaren bewust meer financiële risico’s moeten gaan nemen?” De Waard: “We lopen simpelweg meer risico’s omdat de kosten voor bijvoorbeeld de jeugdzorg enorm gaan toenemen, doordat Den Haag rijkstaken overhevelt naar de gemeenten zonder er genoeg geld bij te geven.”
Wethouder is trots
Wethouder Mirjam Wijnja (PRO) van Financiën sloot het debat af en toonde zich trots: “De presentatie van deze rekening is een belangrijk onderdeel van onze financiële cyclus. Ik ben trots op wat we gepresenteerd en bereikt hebben; er gebeurt ontzettend veel in de stad. Tegelijkertijd: zitten er dingen in die niet kloppen? Ja. Kan het beter? Ja. Dat er fouten in staan, komt omdat het een ‘levend document’ is waarin cijfers soms tot het laatste moment verschuiven. Wel ben ik het met de raad eens dat onderbesteding onwenselijk is.”
Het hoge ziekteverzuim binnen het ambtelijke apparaat is volgens Wijnja geen exclusief Gronings probleem: “Deze zorgwekkende ontwikkeling zien we helaas landelijk terug. Een benchmarkonderzoek, zoals D66 voorstelt, is nu niet de oplossing. We kunnen zeker leren van andere gemeenten, maar voor dit najaar staat er al een speciale raadssessie gepland waarin we de resultaten van ons eigen interne onderzoek naar het verzuim toelichten.”
Tegen Hensen (VVD) zei de wethouder toe dat er wordt gekeken naar een corrigendum of erratum (een officiële herstellijst, red.) om de fouten in de jaarrekening recht te zetten. De VVD eiste dat dit document definitief aan de stukken wordt toegevoegd, zodat er ook in de toekomst met de juiste historische cijfers wordt gerekend.
Moties
Het debat was voor meerdere partijen aanleiding om moties aan te kondigen. PRO wil onderzoeken of er structureel geld kan worden vrijgespeeld door slimme eenmalige investeringen te doen. D66 houdt vast aan het vergelijkende benchmarkonderzoek naar ambtelijke inzet en Student & Stad kondigde een motie aan om te onderzoeken of de gemeente het aantal studentenambtenaren kan uitbreiden om de personele tekorten op te vangen.