FNV Spoor verzet zich tegen de oproep van de Europese Commissie om concurrenten van NS meer ruimte te geven op het spoor. Volgens vakbondsbestuurder Henri Janssen leidt meer marktwerking niet tot beter openbaar vervoer, maar juist tot hogere kosten, meer vertragingen en een minder samenhangend spoornet.
De reactie volgt op de officiële aanmaning die de Europese Commissie naar Nederland stuurde. De Commissie vindt dat de Nederlandse regels voor de verdeling van spoorcapaciteit mogelijk in strijd zijn met de Europese mededingingsregels. De zaak heeft ook gevolgen voor de spoorlijn tussen Groningen en Zwolle, waar Arriva de stoptreinen wil overnemen van NS.
“De Europese Commissie vindt dat Nederland concurrenten van NS meer ruimte moet geven op het spoor. Dat klinkt aantrekkelijk vanuit het idee van meer marktwerking, maar de praktijk is een stuk weerbarstiger”, stelt Janssen in een reactie via LinkedIn.
Volgens de vakbondsbestuurder kan de overheid ook zonder marktwerking hoge eisen stellen aan de prestaties van NS. “Punctualiteit, betrouwbaarheid, innovatie, duurzaamheid, capaciteit en reizigerstevredenheid. Dat is goedkoper, effectiever en voorkomt dat verschillende vervoerders elkaar op hetzelfde spoor gaan beconcurreren ten koste van de samenhang van het netwerk.”
‘Geen versnippering maar samenwerking’
Janssen waarschuwt dat meer vervoerders op hetzelfde spoor juist voor extra problemen zorgen. Volgens hem leidt dat tot meer overhead, hogere organisatiekosten en tegenstrijdige belangen tussen vervoerders. Ook vreest hij dat een kwetsbaardere dienstregeling ontstaat, met meer vertragingen en gemiste aansluitingen.
Daarnaast verwacht hij financiële gevolgen. Volgens Janssen worden rendabele lijnen uitgehold als reizigers zich over meerdere vervoerders verdelen, terwijl onrendabele verbindingen blijven bestaan. Ook wijst Janssen erop dat winsten van nieuwe vervoerders vaak terechtkomen bij buitenlandse staatsbedrijven of investeerders:
“Het spoor is geen gewone markt. Het is een publieke voorziening die cruciaal is voor de bereikbaarheid van Nederland. De overheid moet daarom sturen op publieke waarden: betrouwbaarheid, betaalbaarheid, samenhang, sociale veiligheid en bereikbaarheid. Concurrentie is daarbij geen doel op zich en mag dat ook nooit worden. Een goed functionerend spoor vraagt om samenwerking, niet om versnippering.”
