ProRail, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de provincies Fryslân en Groningen onderzoeken hoe de regionale spoorlijnen in Noord-Nederland het beste emissievrij kunnen worden. Er liggen twee opties op tafel: elektrificatie of treinen op batterijen. In het najaar moet duidelijk zijn welke oplossing het beste is.
Op de noordelijke regionale spoorlijnen (samen ongeveer 250 kilometer lang) rijden nu nog dieseltreinen, maar volgens de recent aangenomen Klimaatwet moet het spoorvervoer in Nederland uiterlijk in 2050 klimaatneutraal zijn. In 2035 wordt daarnaast bekend wie (nu nog Arriva) de noordelijke spoorlijnen dan mag bedienen. Dan zijn ook veel dieseltreinen aan het einde van hun levensduur. Daarom willen de overheden op dat moment het liefst klaar zijn om over te stappen op emissievrije treinen.
In het onderzoek wordt gekeken naar de gevolgen voor de infrastructuur, het treinmaterieel, de uitvoering, de kosten en de toekomstbestendigheid van de systemen. Er worden vier mogelijkheden onderzocht: elektrische treinen op 1500 volt gelijkstroom, elektrische treinen op 25 kilovolt wisselstroom, batterijtreinen op 1500 volt gelijkstroom en batterijtreinen op 25 kilovolt wisselstroom.
Het huidige Nederlandse spoornet gebruikt vooral 1500 volt gelijkstroom via bovenleidingen, dus het zou handig zijn om daarop aan te sluiten. Maar daarvoor zijn veel onderstations nodig, zo stelt ProRail, omdat de spanning sneller afneemt over langere afstanden. Het systeem met 25 kilovolt wisselstroom is efficiënter, heeft minder onderstations nodig en levert het meer vermogen. Maar daarvoor zijn dan wel zwaardere transformatoren in de trein nodig.
Batterijtreinen rijden in Nederland nog nauwelijks, maar in andere landen gebeurt dat al wel. Volgens ProRail is het voordeel dat er minder laadinfrastructuur nodig is om emissievrij te rijden. Het verschil tussen batterijtreinen op gelijkstroom en wisselstroom zit vooral in de oplaadsnelheid, de infrastructuur en het gewicht van de trein.
