Zernike krijgt een buitenlokaal in de vorm van een voedselbos

nieuws
Foto: toodlingstudio via Pixabay

De Zernike Campus krijgt een wel heel bijzonder klaslokaal erbij: een voedselbos.  Het stukje natuur wordt niet alleen de plaats delict van onderzoek: de Hanzehogeschool wil het gaan gebruiken als buitenlokaal. 

Het voedselbos is een initiatief van Piet Zijlstra, projectleider bij kennis- en innovatiecentrum BuildinG, dat is gevestigd op de Zernike Campus. Hij droomde al een aantal jaren van een tiny forest op de campus en daar is nu eindelijk geld voor: “Het bos is niet alleen ecologisch waardevol, maar wordt ook gebruikt voor onderwijs en innovatie en is toegankelijk voor iedereen.”

Hoefijzervorm

Het voedselbos gaat bestaan uit inheemse bomensoorten en appel-, peren en notenbomen. Die worden geplant in een hoefijzervorm. “Zo krijg je een soort collegezaalomgeving”, licht Zijlstra toe. Er zal niet alleen lesgegeven worden, maar het wordt ook een plek waar onderzoek gedaan wordt. “Bijvoorbeeld naar het verkoelend effect van bomen, biodiversiteit en het groeiproces van bomen.”

Onderhoud door mbo-studenten

Zijlstra ziet ook graag een samenwerking met het mbo. “Het bos moet ook onderhouden worden. Dat is een mooi onderwijsproject voor mbo-studenten. De eerste contacten met AOC Terra zijn ook al gelegd.”

De projectleider hoopt ook dat het bos een ontmoetingsplek wordt voor de werknemers van de vele bedrijven op de campus. “We willen een toegankelijk leefgebied creëren waar natuur, onderwijs, bedrijven en lokale gemeenschappen samenkomen.”

Friluftsliv
Het voedselbos krijgt ook een Noors tintje: Friluftsliv. Dit begrip betekent ‘leven in de open lucht’. Het gaat over leren in, van en over de natuur. Volgens Zijlstra kan het bos bijdragen aan ideeën over het welzijn van studenten door bijvoorbeeld het verminderen van stressklachten, het ontwikkelen van de natuurverbondenheid en meer natuurbeschermend gedrag.

November
Als alles volgens planning verloopt, is het voedselbos aankomende november klaar voor gebruik. “Als studenten blij worden van buiten les krijgen, veel onderzoek kunnen doen en onderhoud verrichten aan het bos, dan is voor ons het doel geslaagd”, sluit Zijlstra af.