De provincie Groningen mag afvalverwerker PreZero aan de Gideonweg dwangsommen opleggen als het bedrijf een onvergunde sorteerinstallatie blijft gebruiken. Dat heeft de rechtbank Overijssel woensdag bepaald in een voorlopige uitspraak.
De bestuursrechter wees het verzoek van PreZero af om de dwangsommen te schorsen. Daardoor mag de provincie handhaven zolang het bedrijf gebruik blijft maken van de installatie zonder de juiste vergunning. De voorlopige uitspraak geldt totdat de rechtbank uitspraak doet in de beroepsprocedure.
PreZero heeft een milieuvergunning uit 2002. In 2017 kreeg het bedrijf ook een vergunning om onder meer een sorteerinstallatie milieuneutraal te vervangen. De nieuwe installatie werd in 2022 in gebruik genomen. In 2023 vroeg PreZero een revisievergunning aan om de bestaande vergunning aan te passen. De provincie heeft die vergunning nog niet verleend, omdat volgens haar meer onderzoek nodig is naar onder meer geluidsoverlast en luchtkwaliteit. Daardoor is de vergunning uit 2017 nog steeds van kracht.
Nadat omwonenden in 2024 klaagden over geluidsoverlast, liet de provincie controles uitvoeren door de Omgevingsdienst Groningen. Daarbij werden vijf overtredingen vastgesteld. Ook bleek dat de gerealiseerde sorteerinstallatie op onderdelen afwijkt van de vergunning. De provincie kondigde daarom in 2025 aan een dwangsom op te leggen als de installatie in gebruik zou blijven. Het gaat om een dwangsom van 50.000 euro per week, met een maximum van € 500.000.
Eerder besloot de voorzieningenrechter dat PreZero de dwangsommen tijdens de bezwaarprocedure nog niet hoefde te betalen. Nadat de provincie het bezwaar ongegrond had verklaard en vasthield aan de dwangsommen, stapte het bedrijf opnieuw naar de rechter. De rechtbank oordeelt nu voorlopig dat PreZero de installatie zonder de juiste vergunning heeft gebruikt. Volgens de rechter is de provincie daarom verplicht om handhavend op te treden en zijn er geen zwaarwegende redenen om daarvan af te zien.
