Raad steunt plan tegen ‘veelkoppig monster’ mensenhandel, maar wil meetbare doelen en meer inzet op preventie

nieuws
Foto: Chris Bakker

Het nieuwe Actieprogramma ‘Grip op Mensenhandel’ 2026-2029 kan rekenen op brede steun in de Groningse gemeenteraad. Toch zetten verschillende fracties vraagtekens bij de meetbaarheid van de plannen. Ook klinkt er vanuit meerdere partijen een roep om meer in te zetten op preventie, met name in de online leefwereld van jongeren.

“Mensenhandel speelt zich vaak op een hele onzichtbare manier af”, lichtte burgemeester Roelien Kamminga (VVD) toe. “Praktijkvoorbeelden laten ondertussen zien dat het heel goed is dat we hier een beleid voor hebben. Daarmee lopen we ook in de regio voorop. Andere gemeenten hebben dit nog niet. Op veel onderdelen van mensenhandel hebben we al afzonderlijke programma’s lopen, maar met dit stuk zetten we een plus waarmee we ook het overkoepelende niveau zichtbaar maken. Ik ben er best wel trots op dat we staan waar we nu staan.”

Met die praktijkvoorbeelden verwees de burgemeester onder meer naar de indringende bijdrage van een inspreker. Via een brief, die werd voorgelezen door de vergadervoorzitter, deelde een slachtoffer haar gruwelijke ervaringen: “Je hebt me te koop aangeboden aan walgelijke kerels (…) je had waarschijnlijk niet meer verwacht dat ik nog zou leven (…) je kerfde je naam in mijn borst.”

“Zijn we bereid om in te zetten op het voorkomen van mensenhandel?

Het nieuwe actieprogramma bouwt voort op de afgelopen jaren, waarin Groningen als centrumgemeente al investeerde in trainingen, de inzet van de VR-experience mensenhandel en de realisatie van een noodbed voor directe opvang. Voor de uitvoering van het nieuwe programma is jaarlijks 300.000 euro structureel beschikbaar. Maar over de invulling daarvan was wel discussie.

Stadspartij 100% voor Groningen toonde zich kritisch op de verdeling van het geld. Yaneth Menger: “Niemand zal het oneens zijn met de ambitie om mensenhandel harder aan te pakken. Het beleid richt zich op het versterken van de samenwerking, waarbij er ook voor ervaringsdeskundigen een plek is. Maar het roept wel een fundamentele vraag op: zijn we vooral bezig met het herkennen van mensenhandel, of zijn we bereid stevig in te zetten op het voorkomen ervan? Mijn fractie vindt dat er veel aandacht is voor signalering, handhaving en opvang. Maar de echte preventie begint daarvoor. Bij jongeren die in de online wereld worden ‘gegroomd’. Daar missen wij concrete maatregelen.”

Menger vervolgde: “Waar is de structurele voorlichting op scholen? Hoe waardevol is het om uit te leggen wat grooming is en hoe het werkt? Hoe brengen we ouders goed in positie? Er wordt structureel 300.000 euro beschikbaar gesteld, maar het is onduidelijk welk deel naar preventie gaat. Het college krijgt daarmee veel flexibiliteit, maar de raad krijgt weinig houvast. Mijn fractie zegt altijd: meten is weten. Je moet kunnen aantonen wat je hebt bereikt en wat het effect is geweest.”

Praktijkvoorbeelden

De Stadspartij kreeg bijval van de SP. Alina Kiers schetste een reeks schrijnende situaties uit de praktijk: “Jonge asielzoekers die door steden ronddolen en in handen vallen van criminelen. Of de situatie van een jongere die geen recht meer heeft op pleegzorg en het in haar eentje niet redt (terwijl onze eigen 18-jarigen die op kamers gaan in het weekend thuiskomen voor advies. Zelfstandig worden kost tijd en vergt begeleiding.) Of denk aan de vrouw met het verstandelijk vermogen van een 13-jarige, die dood werd aangetroffen in de woning van een particuliere verhuurder waar geen zorg werd geleverd, maar wel geld werd gecasht.”

Rik Heiner (VVD) onderbrak het betoog van Kiers: “Dit zijn allemaal voorbeelden. Wat is uw concrete vraag aan het college?” Kiers reageerde: “We moeten scherp kijken naar de groepen die ten prooi dreigen te vallen aan mensenhandel. Het is een kwestie van inventariseren en actie ondernemen. Waar liggen de risico’s?”

Izaäk van Jaarsveld (CDA) sloot zich hierbij aan en wees op het ronselen van de jeugd en de uitbuiting van arbeidsmigranten: “De georganiseerde misdaad ronselt onze jongeren steeds vaker en op steeds jongere leeftijd. Hoe houden we grip op jongeren die opgroeien? Het is goed dat er wordt gewerkt aan signalering en samenwerking met ketenpartners. Maar ik hoop dat de gemeente de grenzen gaat opzoeken in deze strijd. Bijvoorbeeld bij het beschermen van arbeidsmigranten: mensen die hiernaartoe worden gehaald en vervolgens als wegwerpartikelen worden gebruikt als ze niet meer nodig zijn. En ik wil een doortimmerde visie op hoe we onze online publieke ruimte kunnen herwinnen, waar jongeren op dit moment op allerlei platforms benaderd worden met troep.”

Meetbare doelen

Rik Heiner (VVD) benadrukte eveneens het belang van preventie, maar hamerde bovenal op meetbaarheid en informatie-uitwisseling: “Het doel is dat we voorkomen dat het gebeurt. De ogen en oren van de maatschappij kunnen daarbij helpen: studenten, docenten, arbeidsmigranten en gemeentemedewerkers kunnen allemaal signalen doorgeven. Privacy mag de daders echter nooit beschermen. Privacy mag er ook nooit in de weg staan om gegevens te delen. Dat is een duidelijke boodschap die we mee moeten geven aan Den Haag. We moeten signalen beschouwen als puzzelstukjes: de ene organisatie weet iets, een andere organisatie weet iets anders. Pas als alles bij elkaar komt, heb je een duidelijk beeld. Blijven het losse stukjes, dan valt een slachtoffer tussen wal en schip.”

Over het financiële kader was Heiner helder: “De plannen zijn duidelijk, maar mijn fractie mist harde doelen. Wij vinden dat als je zoveel geld beschikbaar stelt, er doelen bij horen zodat we de effecten kunnen controleren. Blijkt het goed te werken, dan kun je extra geld investeren. Werkt het minder goed, dan kun je het bedrag aanpassen. Daarnaast kennen criminelen geen gemeentegrenzen: samenwerking in regionaal verband is essentieel.” Burgemeester Kamminga bevestigde dat er al intensief wordt samengewerkt binnen Noord-Nederland.

Het standpunt van de VVD over het delen van gegevens stuitte op bedenkingen bij de Partij voor de Dieren. Linda Wijnalda-Dussel, die zelf in de sector werkzaam is geweest, waarschuwde voor de risico’s: “Mensen die zijn uitgebuit vinden het een gigantisch grote stap om hulp te zoeken en te praten met hulpverleners. In de bijbehorende documenten staat dat de drempel verlaagd moet worden en dat de geheimhoudingsplicht doorbroken mag worden. Maar dat is een hele grote stap. In de vertrouwensrelatie tussen slachtoffer en hulpverlener is geheimhouding cruciaal. Als je als hulpverlener gaat praten, wordt dat in die wereld gezien als ‘snitchen’. Dat is een levenszonde waarmee de hulpverleningsrelatie ernstig onder druk komt te staan.”

Wethouder Inge Jongman (ChristenUnie) van Zorg erkende het spanningsveld: “Je vertelt iets in vertrouwen en dat wordt vervolgens verder verteld. Wanneer doe je dat? De ene keer kan het niet, de andere keer wel. De afweging moet altijd zijn dat je de geheimhouding alleen doorbreekt als je de persoon zelf daarmee kunt helpen. Maar dat blijft een ingewikkelde spagaat.”

Zes actielijnen en de grens tussen dader en slachtoffer

Qua meetbaarheid haalde Wijnalda-Dussel (PvdD) aan dat veel maatregelen preventief van aard zijn: “En dat is simpelweg niet altijd in cijfers uit te drukken.” Ook de ChristenUnie benadrukte de brede maatschappelijke opgave. Rosalie van der Heide: “Het creëren van een veilige omgeving begint bij ons allemaal. Dat is het uitgangspunt van dit programma. Het actieprogramma kan pas succesvol zijn als de hele samenleving erbij betrokken wordt. Daarom zijn we blij met de zes vastgestelde actielijnen. Kwetsbaarheid mag niet leiden tot onzichtbaarheid. We zijn dan ook erg content met de investeringen in uitstapprogramma’s voor sekswerkers.”

Jahir Scoop van PRO complimenteerde het college met de brede insteek van het beleid en haalde de bevindingen aan uit het recente CKM-whitepaper over zorg- en opvanginstellingen: “Alles begint met signaleren en het gesprek aangaan met partners. Wat mijn fractie heel sterk vindt, is hoe er geprobeerd is om het grijze gebied tussen slachtoffer en dader te benoemen. Iemand begint vaak als slachtoffer, maar wordt door een pooier of loverboy gedwongen om zelf dader te worden. Het is heel goed dat daar expliciet aandacht voor is.”

Dat uitgangspunt stootte de PVV tegen het zere been. Kelly Blauw: “We moeten slachtoffers beschermen en daders hard aanpakken. Het programma steekt goed in elkaar en voorlichting en trainingen kunnen nuttig zijn. Maar we moeten ons realiseren dat mensenhandel geen gebrek aan bewustwording is, maar gewoon harde criminaliteit. Met voorlichting haal je geen mensenhandelaren van straat; wij zoeken de oplossing in keihard straffen.”

Toen Wijnalda-Dussel (PvdD) vroeg of het niet beter is om mensenhandel te voorkomen, antwoordde Blauw: “Door keihard te straffen ontstaat een afschrikwekkend effect. Preventie lost niet op dat het gebeurt.” Op de vraag van Scoop (PRO) hoe de PVV kijkt naar slachtoffers die gedwongen dader worden, was Blauw kort: “Die kant gaat mijn partij niet op. Daders zijn daders, en die moeten gestraft worden.”

“Een veelkoppig monster”

Ondanks de verschillende accenten spraken ook D66, Student & Stad en de PVV de wens uit om gedurende de looptijd van het programma goed zicht te houden op de concrete resultaten.

Burgemeester Kamminga typeerde mensenhandel in haar slotwoord als een “veelkoppig monster”. “De ambitie is helder: we willen mensenhandel eerder signaleren, slachtoffers beter beschermen en daders strenger aanpakken. Daarmee moet uitbuiting minder ruimte krijgen. Wat betreft de doelen: stel dat we vijfhonderd professionals trainen, wat zegt dat getal dan precies? En als we meer meldingen binnenkrijgen, komt dat dan doordat we er meer aandacht aan besteden, of stijgt de criminaliteit? Er komt uiteraard een evaluatie waarin we kijken met welke middelen we dit monster steeds beter kunnen bestrijden.”

Wethouder Jongman vulde aan: “Preventie is bij dit onderwerp van cruciaal belang. De ogen en oren van de maatschappij zijn hard nodig. Door verhalen te delen, ga je dingen zien die je eerder niet opvielen. Bewustwording is daarom een onmisbare bouwsteen.”

Hoewel het college de raad toezegde de voortgang te monitoren, bleef een aantal fracties op zoek naar strakkere kaders. Verschillende partijen, waaronder de Stadspartij, D66 en de ChristenUnie, gaven aan te broeden op moties voor de eerstvolgende raadsvergadering om het beleid op specifieke punten aan te scherpen.